Categoriearchief: Publicaties

Lava: ‘De Senaat en de ondraaglijke lichtheid van het regeerakkoord’

Beeld“Het is van alle tijden. Wanneer de Senaat haar bestaansrecht doet gelden – bijvoorbeeld doordat zij tegen een wet stemt – komen er van alle kranten kritische kanttekeningen. Daarbij gaat het zelden over de verworpen wet zelf, maar bijna per definitie over de reikwijdte van de Senaat.” Voor Lava, het blad van de Jonge Socialisten, schreef ik er een artikel over, waarin ik reflecteer op de rol van de Eerste Kamer en de koers van de PvdA. Lees hier het volledige artikel.

Share and Enjoy !

Shares

Uit het archief: ‘De stad als spiegel van de samenleving’

Beeld 3Bij het opruimen vond ik een artikel met bijna dezelfde titel als het opinieverhaal dat ik onlangs over De Schilderswijk schreef (‘Schilderswijk, de spiegel van ons bestaan’). Ik schreef het in 1996, ik was toen Kamerlid, voor het magazine van de Woningraad. In de kern gaat het over hetzelfde vraagstuk als in de Schilderswijk – hoe kunnen mensen samen leven? -, maar beschouwt dat in bredere termen. Het is een artikel dat, juist door de voortgaande trek naar de stad, nog altijd actueel is.

“In de nabije toekomst zal ons land steeds verder verstedelijken. Een groot deel van de inwoners van Nederland woont al in stedelijk gebied. De verdere groei van de stad zal niet alleen bepalend zijn voor de ruimtelijke inrichting van ons land, maar zal ook het maatschappelijk functioneren van onze toekomstige samenleving beïnvloeden. Is in deze toekomst de stad een ontmoetingsplaats voor iedereen of is de stad gereserveerd voor een selecte groep? Is de stad een woonplaats of een pleisterplaats? Is dit een stad die de financieel sterkeren of juist vooral de lagere inkomensgroepen huisvest? Is dit een stad waar geborgenheid en veiligheid centrale begrippen zijn, of overheerst een gevoel van onveiligheid?” Lees hier het volledige artikel.

Share and Enjoy !

Shares

Van Ostadeschool: Drie keer excellente school, een briljante prestatie

Beeld 2Voor de SchildersWIJKkrant schrijf ik regelmatig columns. In de meest recente column (februari 2015) staat de Van Ostadeschool in de Schilderswijk centraal, die heeft laten zien dat je achterstand kunt omdraaien in een voorsprong, als je je maar realiseert dat scholen de sleutel zijn tot de ontwikkeling van een verdraagzame samenleving; dat de uitwisseling van kennis die verborgen zit in een veelvoud van culturen juist ook een kans biedt. Lees hier de column. Lees ook de vorige columns: ‘De tegenkracht moet, opnieuw, vanuit de Schilderswijk zelf komen’ en ‘Wijst de Schilderswijk de weg naar de multiculturele samenleving?’.

Share and Enjoy !

Shares

De zorg om de publieke sector (integrale versie)

Samen met Rick van der Ploeg, hoogleraar economie aan de universiteit van Oxford en de Vrije Universteit Amsterdam, schreef ik het opinieverhaal ‘De zorg om de publieke sector’, dat op 14 januari 2015 in ingekorte vorm in het NRC Handelsblad werd gepubliceerd. Hierbij de integrale versie.

De zorg om de publieke sector, door Adri Duivesteijn en Rick van der Ploeg

Het jaar 2014 eindigde, voor sommigen onverwacht, met een heuse politieke crisis, omdat de Eerste Kamer een belangrijk wetsvoorstel wegstemde. Dit wetsvoorstel zou zorgverzekeraars de mogelijkheid geven om de vrije artsenkeuze van verzekerden met een naturapolis in te perken. Een vrije artsenkeuze zou alleen met een duurdere polis kunnen, en dat is voor (veel) Nederlanders die het financieel moeilijk hebben niet weggelegd. Daarmee was een werkelijke keuzevrijheid in hoge mate fictief. Een week daarvoor was een net zo principieel wetsvoorstel aan de orde geweest in de Eerste Kamer, dat ziekenhuizen moest toestaan winst uit te keren. Op deze manier zou het voor beleggers aantrekkelijker worden om in ziekenhuizen te investeren. Beide wetsvoorstellen symboliseren een fundamentele verschuiving van publieke instituties naar de organiserende principes van de markt. De overheid beperkt zich in die visie nog primair tot een kaderstellende en toezichthoudende rol. Lees verder

Share and Enjoy !

Shares

Wijst de Schilderswijk de weg naar een multiculturele samenleving?

Schilderswijk n5 j5 p6Voor de SchildersWIJKkrant schrijf ik regelmatig columns. Mijn vorige column – titel: ‘De tegenkracht moet, opnieuw, vanuit de Schilderswijk zelf komen’ – ging over het feit dat de spanningen in de wereld hun weerslag hebben op de Schilderswijk.

Mijn recente column gaat ook over de Schilderswijk, en is gebaseerd op een wandeling die ik in januari van dit jaar maakte met Zoulikha Massaoudi (19 jaar) en Kaoutar Hadchoune (20 jaar), twee Schilderswijkers met Marokkaanse wortels. De wandeling werd georganiseerd door uitgeverij Trancity, om te achterhalen welke invloed de publieke ruimte heeft op de vitaliteit van de wijk en de ontwikkeling van haar bewoners. Overigens ben ik niet de enige die de wandeling maakte; ook journalist Tijs van den Boomen werd rondgeleid, en schreef er in NRC een verhaal over.

Het zou persoonlijk worden, zo beloofde de uitnodiging: “Wij nemen u mee door ónze Schilderswijk”. En inderdaad, het werd niet zomaar een wandeling. Ik maakte er wel drie tegelijkertijd. Zo is iedere wandeling door de nieuwe Schilderswijk voor mij onvermijdelijk ook een tocht door mijn oude wijk. Nog altijd kan ik de wijk ruiken, en hoor ik de geluiden van de machines in de werkplaatsen op de binnenterreinen; nog zie ik snackbar Tieleman aan de Vaillantlaan, de snoepwinkel in de Van Mierisstraat en het badhuis in de Jan van Goyenstraat. Maar het is niet alleen de gezellige, karaktervolle Schilderswijk die ik zie. Nee, ik zie ook die andere kant, die gaat over de leefbaarheid – of, beter gezegd: het gebrek daaraan. De woonomstandigheden waren vroeger soms erbarmelijk. Je kunt het je nu nauwelijks meer voorstellen, maar we leefden tussen – en heel vaak in – krotten en sloppen.

Maar voor Zoulikha en Kaoutar ging het daar in hun wandeling al lang niet meer over. Voor hen ging het over het met elkaar samenleven in de Schilderswijk. “Wij zijn trots op onze wijk, wij zijn geboren en getogen Schilderswijkers en laten graag zien hoe bijzonder die is”, straalden ze uit. Ze lieten ons zien dat die tegenwoordige Schilderswijk – die door 33.000 mensen wordt bewoond, waarvan 93% een andere culturele achtergrond heeft dan de Nederlandse – samen zo’n 150 culturen vertegenwoordigen; ze lieten zien dat de Schilderswijk een afspiegeling is geworden van een veranderde tijd. Een tijd waarin grenzen niet meer allesoverheersend zijn, maar waarin mondiale migratiestromen zorgen voor verandering.

Voor mij werd het juist daarom zo’n bijzondere wandeling omdat het heel goed liet zien dat de oude Schilderswijk niet meer hetzelfde is, zoals ook het oude Den Haag en het vroegere Nederland dat niet is. In de afgelopen vijftig jaar is de wereld wezenlijk veranderd. De vroegere wereld bestaat nog wel in het geheugen van mensen maar ook die mensen zijn verder gegaan. Niemand is stil blijven staan.

De Schilderswijk is – gelukkig – ook geen stadvernieuwingswijk meer. Natuurlijk, in fysieke termen is er altijd wat te doen, maar dat is geenszins meer het hoofdprobleem. Nu ligt er een andere, misschien wel grotere opgave. Een opgave die sinds de zomer van 2014 – met de oplopende internationale spanningen – een extra dimensie heeft gekregen. Die opgave gaat ons allen aan en betreft de vraag hoe wij met elkaar in de nieuwe Schilderswijk willen samenleven. Doen wij dat naast elkaar of met elkaar. Sluiten wij ons op in de eigen groep of delen wij met elkaar onze eigen cultuur en bouwen wij aan gezamenlijke waarden en normen. En die vraag raakt niet alleen de Schilderswijkers. Want onze samenleving, en al helemaal onze steden, krijgen volgens het Planbureau voor de Leefomgeving te maken met een verdere toename van de diversiteit van haar inwoners. De vraag van hoe met elkaar in een veelvoud van culturen samenleven gaat ons dus allemaal aan. De vraag is dus vooral hoe doe je dat dan?

Als de Schilderswijk erin zou slagen te komen tot een werkelijke integratie van autochtonen en allochtonen, atheïsten, christenen, islamieten en joden, dan wordt zij een lichtend voorbeeld voor ons hele land. Bevreesd zijn voor het onbekende dat bij veel Nederlanders nu nog domineert kan dan op grote schaal plaatsmaken voor een open en culturele uitwisseling. Zoulikha en Kaoutar lieten mij tijdens de wandeling in hun Schilderswijk zien dat wij van elkaar kunnen gaan leren, misschien wel juist van elkaars verschillen. Het is niet moeilijk de spanningen die er nu ook zijn te stapelen en verder aan te zetten. Moeilijker is het om het samenwonen ook samenleven te laten zijn.

Ik ben ervan overtuigd dat alleen maar daarin de basis zal liggen van onze moderne samenleving. Wat zou het niet mooi zijn als juist de Schilderswijk het model zal gaan aanleveren voor een werkelijke multiculturele samenleving in ons gezamenlijk Nederland. Dat kan wanneer hieraan door een – gelukkig al aanwezige – beweging van onderop, van bewoners en haar organisaties, van kerken, moskeeën, scholen en sportverenigingen, gezamenlijk inhoud wordt gegeven aan een Nieuwe Schilderswijk.

Share and Enjoy !

Shares

Parlementair onderzoek begint op een aflaat te lijken (gepubliceerd in Trouw, 14/10/2014)

Onderstaand opinieverhaal werd vandaag, in verkorte vorm, gepubliceerd in Trouw.

Mevrouw Hachchi: “Snapt u mijn verbazing of niet?”

IMG_7306Een parlementair onderzoek, en in het bijzonder een parlementaire enquête, is het zwaarste wapen dat een parlement kan inzetten. Nu parlementair onderzoek bijna een reguliere activiteit dreigt te worden, dringt de vraag zich op of het parlement zorgvuldig genoeg met haar eigen instrumenten omspringt. Dat is belangrijk, omdat we het bij het parlementaire onderzoek hebben over de volksvertegenwoordiging, de Tweede Kamer, als instituut. Het gaat nu eens niet om die zaal met blauwe stoelen, waarin de ideologische tegenstellingen worden uitgemeten en soms worden uitgevochten; het gaat niet om kibbelende politici die zich verdringen om de interruptiemicrofoon, om de gebeurtenissen van gisteren in de waan van vandaag aan de orde te stellen om elkaar de loef af te steken. Het unieke van parlementair onderzoek is dat het dit – noem het hét gewone, het reguliere parlementaire werk – overstijgt. En omdat het parlementair onderzoek niet wordt geremd door wet- en regelgeving – dus door de beperkingen zoals die door de wetgever wel aan andere onderzoeksautoriteiten (de Nederlandse Mededingingsautoriteit of het Openbaar Ministerie bijvoorbeeld) worden opgelegd – heeft het onderzoek de potentie om integraal te kunnen zijn; het kan portefeuilles en doelgroepen doorkruisen. Lees verder

Share and Enjoy !

Shares

Volkskrant wil op opiniepagina’s wel debat maar geen tegenspraak

image1Op zaterdag 4 oktober stond op de opiniepagina’s de Volkskrant een ‘Vrij zicht’ over Almere – “krimpend Almere bewijst hoe moeilijk omgaan met een ongewisse toekomst is” – van columnist Martin Sommer, met als titel ‘Requiem voor het plan’. In reactie daarop stuurde ik onderstaand opinieverhaal naar de Volkskrant, waarin ik beoog aan te geven dat de schrijver in kwestie de plannen van Almere 2.0  niet (of nauwelijks) tot zich heeft genomen, en daardoor veronderstellingen uit die volstrekt voorbij gaan aan de essentie van het plan. Helaas voorziet de rubriek Opinie & Debat van de Volkskrant wel in opinie’s en debat, maar niet in tegenspraak; de redactie liet weten “de bijdrage niet te kunnen plaatsen. Omdat we dagelijks talrijke bijdragen ontvangen, zijn we niet in staat om in elk geval onze beslissing inhoudelijk toe te lichten.”

Hierbij – integraal – mijn reactie op het ‘Vrij zicht’ van Martin Sommer:

Als openbaar bestuurder zie ik het als een democratische plicht om mij telkens weer opnieuw te verantwoorden voor de plannen die ik heb gepresenteerd. Dat verantwoorden is belangrijk, omdat een openbaar bestuurder vorm geeft aan ons dagelijks leven en daarover dient ten alle tijden een open discours te zijn. Heel soms betrap ik mijzelf echter op een zekere weerzin, omdat het verantwoorden moet plaatsvinden tegen te gemakkelijk ingenomen standpunten die in het geheel niet raken aan het wezen van je plan. Dat overkwam mij afgelopen zaterdag toen ik het ‘Vrij zicht’ van Martin Sommer las, met de titel ‘Requiem voor het plan’. Die weerzin had geen betrekking op het verantwoorden – ik doe dat graag -, maar kwam voort het feit dat Martin Sommer zich er dit keer wel heel gemakkelijk vanaf heeft gemaakt in zijn column. Rijdend over de A1 verbaast hij zich over de verbreding ervan, herinnert zich een recent rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving waarin terecht wordt gewaarschuwd voor teveel bouwen, praat met een corporatiedirecteur die het voelbaar moeilijk heeft en ziet zijn wekelijkse column in beeld komen. De essentie van zijn verhaal komt neer op de stellingname dat “plansocialisten – niet noodzakelijk van socialistische huize trouwens” nu eens moeten ophouden met een planningscultuur in ons land waarin “iedere  fietstegel in Nederland veertig jaar vooruit is bedacht en gewogen”. Hij roept in zijn column de sfeer op van een machine – “in Trouw kun je lezen hoe de gemeenten maar doorbouwen, in de ijdele hoop de lege gemeentekas nog een beetje te spekken” – die maar niet te stoppen is. De huidige terugval in de bouwproductie doet hem verzuchten: “weg van de grote ideeën, aanpassen is het parool; wat niet meer werkt, is het idee van een berekenbare toekomst tot pakweg 2040.” Lees verder

Share and Enjoy !

Shares

Blog voor BNA

In Nederland hebben we te maken met een vreemde paradox. Als we terugblikken op de afgelopen honderd jaar, zien we een enorme vooruitgang. We hebben ons bijna letterlijk vrijgevochten; van een feodale samenleving naar een democratische verzorgingsstaat, waarin burgers meer rechten hebben en geschoold en geëmancipeerd zijn. Waar de staat aanvankelijk voor mensen zorgde, leidt deze modernisering op steeds meer beleidsterreinen tot een fundamentele rolverandering. Behalve op het beleidsterrein van het wonen; daar lijkt de tijd te hebben stilgestaan.

Maar naar aanleiding van de toezegging de de minister voor Wonen en Rijksdienst tijdens het debat over de verhuurderheffing deed – namelijk dat hij “nog voor het einde van 2014 zal komen met een uitwerking van de Wooncoöperatie, een vorm van zelforganisatie van kopers en huurders, gericht op gezamenlijke doelen, als nieuwe vorm van toegelaten instelling” – zijn er veranderingen op komst, die ook voor architecten nieuwe kansen en uitdagingen bieden. Ik schreef er een column over voor BNA, die vandaag werd gepubliceerd.

Lees hier de column.

Share and Enjoy !

Shares