Anonieme kritiek op Kamervoorzitter is fundamenteel strijdig met onze open democratie!

Anonymvs in Boedapest, maar zijn het hier wel zulke helden?

In zijn nieuwe boek ‘Twee pijlers’ laat de politicoloog en historicus Ruud Koole ons terugkijken naar de nog maar prille geschiedenis – 1922: Algemeen kiesrecht – van onze democratische rechtsstaat. Centraal staat daarin de betekenis van het burgerschap. Burgers zijn de kiezers en kunnen gekozen worden. Het is de kern van onze parlementaire democratie. Binnen het parlement krijgt het onderlinge gesprek (Parler) tussen burgers zijn betekenis. Vaak is dat in de vorm van een debat tussen de fracties van politieke partijen over de meest gewenste inrichting van onze samenleving. Het is met overtuiging de meest beschaafde vorm om meningsverschillen – dus zonder fysieke conflicten – in onderling overleg te slechten en samen vorm te geven aan onze de samenleving.

Democratie, kiezers, gekozenen, gesprek, debat en dialoog monden uit in meningsvorming en besluitvorming. Juist in een gesprek met een open mind is ons parlementaire stelsel betekenisvol. En, voor hen die ervoor kiezen, om als gekozenen actief te zijn, is dat ook de aantrekkingskracht van onze democratie. Je mag in de mooiste publieke arena, in alle vrijheid en zonder hiërarchie met elkaar een dialoog aangaan. En, niet onbelangrijk, het gesprek is openbaar en voor iedere burger navolgbaar.

Maar hoe mooi de beloften van de schoonheid van onze parlementaire democratie ook zijn, het is en blijft mensenwerk. En dus is het een ambacht waarin alle menselijke gedragingen in het spel van de democratie aan bod kunnen komen. Heel vaak is dat stijlvol en gaat het over idealen. Maar achter ieder verhaal gaan ook belangen schuil. Politiek is ook macht en dus geeft het toegang tot posities en publieke middelen. En, het moet gezegd, in een krachtenspel waarin ook persoonlijke en zakelijk belangen een plaats opeisen, maakt dat niet altijd het meest aangename in ons politici los.

Kwalijk wordt het echter pas, wanneer het gesprek niet meer openbaar is, wanneer de transparantie achter de bedoelingen niet meer zichtbaar is. En dat is veelal het geval, wanneer het gesprek gedomineerd wordt door anonieme bronnen. Je kan er dan wel vanuit gaan dat er een ander belang in het geding is. En wat is er dan niet effectiever dan het beschadigen van een publieke persoon?

Welke van de anonieme bronnen durft zich te openbaren?

Een triest hoogtepunt hiervan mochten wij deze week meemaken toen tien (oud) politici en ambtelijk betrokkenen bij Hoge Colleges van Staat, zoals de Rekenkamer en Tweede en Eerste Kamer’ zich lieten verleiden om in een interview met de chef politieke redactie van RTL Nieuws, de journalist Stephan Koole, leeg te lopen over ‘de andere kant van Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib’. Op zich past het in een open democratie, dat je elkaar bespreekt en zelfs bekritiseert. Maar deze ‘(oud) binnenhof bewoners wilden alleen het achterste van hun tong laten zien als we ze anonimiteit konden garanderen.’ En hier wordt in het hart van onze democratie gestoken. Want wie zijn deze ‘anoniemen’ en waarom willen zij anoniem blijven?

Er is vanuit journalistiek oogpunt weinig tegen het gebruik van anonieme bronnen om de gedragingen van een publiek persoon ter discussie te stellen. Ik heb nog de heroïsche verhalen van de journalisten voor ogen, die het Watergate schandaal onthulden en die de val van de Amerikaanse President Richard Nixon inluidden. Maar in deze casus lijkt het, het artikel lezend, vooral te gaan om het karakter van de voorzitter. Een Kamervoorzitter die haar rol opeist en dus op gezette tijden niet meebeweegt met de zittende coalitie. Ja, dat roept spanning op, die in de dualiteit van ons democratisch stelsel eerder een zegen dan een zwakte is, omdat het de verschillende rollen betekenis geeft. En natuurlijk mag haar handelen worden gewogen. Een Kamervoorzitter is immers een publiek figuur en deze rol wordt iedere week opnieuw gewikt en gewogen door de leden van de Tweede Kamer en met de ogen beoordeeld door alle Nederlanders die de politiek volgen.

Maar juist in een open democratie past het niet om als ‘(oud) binnenhof bewoners’ pas het achterste van je tong te laten als de journalist je ‘anonimiteit kan garanderen’. Het heeft iets gênants, wanneer een van de bronnen anoniem over de Kamervoorzitter spreekt in termen van “achterbaks en onbetrouwbaar.” Hoe betrouwbaar ben je dan eigenlijk zelf, wanneer je je veilig waant in de ‘anonimiteit’ van wat toch erg op roddel en achterklap lijkt? Hoe kan op deze wijze het eigen belang hierachter gewogen worden?

Waarom was de redactie van RTL-Nieuws dienstbaar om deze ‘helden van de democratie’ de vloer te gunnen? Welk relevant feit is hier eigenlijk aan de orde, anders dan irritaties over een voorzitter die zich in haar rol laat gelden? Ik beoordeel de bronnen, die zo lafhartig zijn om zich niet publiekelijk te laten kennen, als de beschadigders van onze open democratie. Zij laten zich anoniem lenen voor het bekritiseren van een belangrijke publieke functionaris op een sleutelrol in onze democratie. Waar juist de kern openheid en transparantie is, wordt de kern van onze democratie in het hart geraakt.

Hoe moet ik dit beoordelen? Ik zou zeggen laten wij kijken naar de synoniemen voor ‘anoniem’ die zijn klip en klaar, in dit geval kunnen deze bronnen worden geduid als ‘Gemeen’, ‘Huichelachtig’, ‘Onbetrouwbaar’, ‘Oneerlijk’, ‘Slinks’, ‘Sluw’ en ‘Snood’.

Laten wij het samenvatten als een laf en een onwaardig gedrag van anonieme critici op onze Kamervoorzitter. En dat zou niet zo ernstig zijn waren het niet dat deze anonieme bronnen juist de bewakers zouden moeten zijn van onze nog zo jonge open democratie.

Adri Duivesteijn.

Oud-lid van de Eerste en Tweede Kamer.

Share and Enjoy !

0Shares
0 0