Het Haagse Stadhuis

Op deze pagina staat de wording van het Haagse Stadhuis centraal. Stadhuis sneeuwbolHet meest volledig is dit beschreven in het boek Het Haagse Stadhuis, bouwen in een slangenkuil, dat ik samen met Fred Feddes schreef. Een pdf van het boek kunt u downloaden. Voor de echte liefhebber heb ik op deze pagina een aantal ‘relevante’ tijdsdocumenten (audio en video) opgenomen uit de tijd waarin Den Haag in de ban was van de vraag of de binnenstad verrijkt zou moeten worden met een stadhuis/bibliotheek-combinatie aan het Spui.

Het boek Het Haagse Stadhuis, bouwen in een slangenkuil

Vrij spoedig na het ontstaan van het stadhuisidee in 1986 besloot ik mijn ervaringen op te schrijven en te documenteren. Het proces waarin de gemeente Den Haag zich had begeven kon een belangwekkende ervaring worden op het nog jonge terrein van de stedelijke vernieuwing. Een ‘case study’ van deze Haagse poging om de stad van binnenuit te veranderen en te vernieuwen kon van betekenis zijn voor een nieuw binnenstadsbeleid, met een beschrijving van motieven, kansen, gevaren en procesgang. En omdat ik als wethouder Ruimtelijke Ordening en Stadsvernieuwing de ambitieuze plannen voor een theatercentrum en een stadhuis/bibliotheek aan het Spui had gelanceerd, zag ik het als een unieke gelegenheid zo’n ‘case study’ te schrijven. Ik wilde ermee aantonen dat er beter met de binnenstad kon worden omgegaan dan op de anti-stedelijke manier die ‘cityvorming’ heette, en dat daarvoor ook een draagvlak kan ontstaan.

Ik wilde ook laten zien dat openbare bestuurders hun beleid niet slechts op liberale economische principes hoeven te baseren. De erkenning van de onvermijdelijkheid van het vrije marktbeginsel laat voor bestuurders in dienst van de gemeenschap nog vele kansen om hun handelen te doorweven met maatschappelijke waarden en betekenissen. Juist in de ruimtelijke ordening kunnen keuzen worden gemaakt die de fysieke mogelijkheden vormen voor een stedelijke samenleving: de mogelijkheden voor ontmoetingen, de speelruimte voor sociale structuren, de voorwaarden voor een waardig bestaan en voor een stedelijke cultuur. Zeker sociaal-democraten zouden het als hun plicht moeten zien deze kansen te benutten en daarbij kwaliteitskeuzen te maken. De casus zou kunnen tonen hoe dit principe praktisch gestalte kan krijgen, bijvoorbeeld door vormen van publiek-private samenwerking.

Het plan voor één gebouw, zo wilde ik aantonen, kan een strategische ingreep in de stad zijn: ofschoon van een relatief kleine schaal, kan het een betekenis en effecten hebben op veel grotere schaal. Er kan een gemeenschappelijke plek ontstaan die een zo gespleten stad een brandpunt geeft. Het plan kan ook verdere inspanningen genereren om tot vernieuwing van de stad te komen. In de daarop volgende jaren groeide het stadhuisplan uit tot veel meer dan alleen zo’n casus van stedelijke vernieuwing. Het idee bleek inderdaad een brandpunt, maar in meer opzichten dan ik had beoogd. Het maakte onvoorziene krachten los, positieve en destructieve; het gaf aanleiding tot euforie en waanzin, gedrevenheid en wanhoop. Het idee zelf raakte bijna verloren in een ‘affaire’ die – in de geschiedenis van de Haagse gemeenteraad – haar weerga niet kent. Deze periode vergde van velen het uiterste, zowel in ambachtelijk-bestuurlijke zin als op het persoonlijke vlak.

Spotprent stadhuisTijdens het schrijven heb ik mij vaak afgevraagd: waarom een boek? Telkens kwam ik weer tot hetzelfde antwoord. Het is van historisch belang om het wordingsproces in alle facetten te openbaren, om althans te pogen begrijpelijk te maken wat er in de maalstroom van de ontwikkelingen vaak zo onbegrijpelijk en zelfs absurd leek. Het geeft inzicht in een niet- openbare werkelijkheid van het openbaar bestuur. Het laat zien hoe de dingen gaan, wat er mis kan gaan, hoe schijn werkelijkheid kan lijken, maar ook hoe velen een idee niet hebben willen prijsgeven en daarmee niet hebben willen accepteren dat ‘het spel’ in de politiek belangrijker is dan de inhoud. Met dit alles is het boek nog steeds een ‘case study’, maar nu met een veel groter bereik.

Het is ook een politieke casus. De politiek verkeert in een vacuüm. De ideeën zijn naar de achtergrond verdrongen, de verbeelding wordt cynisch benaderd. De politiek is voor een groot deel gereduceerd tot ‘instrumentalisme’. Op iedere inhoudelijke gedachte wordt bijna reflexmatig gereageerd met vragen als: is er een meerderheid voor, lopen we er een politiek risico mee, is het haalbaar? Hoe begrijpelijk dit instrumentalisme ook is, de verve waarmee het als hoogste goed visie, ideeënrijkdom en verbeelding heeft verdrongen, is schokkend.

Het stadhuisplan ontstond in een tijd waarin ideeën in de politiek nog mochten, maar ‘het spel om de macht’ als dominante factor terrein won. Ogenschijnlijk werd druk gedebatteerd over de voors en tegens van het plan, maar achter de schermen werd het gebruikt om rekeningen te vereffenen die niets met het voorstel zelf of de financiering ervan te maken hadden. Uiteindelijk leidde die strijd, en niet het plan zelf, tot de val van het eerste Haagse progressieve college. Hoe dit in zijn werk ging, voor en achter de schermen, wordt in het stadhuisboek geopenbaard. De kern van het verhaal blijft daarbij het streven de stad te vernieuwen, met behulp van het stadhuisplan. De kern blijft dat politiek, in de woorden van de Zweedse politicus Olof Palme, “een kwestie van willen” is, van iets willen veranderen in de samenleving. De ‘case study’ is daarmee ook een pleidooi gebleven; een pleidooi voor een inhoudelijke wijze van politiek bedrijven en een pleidooi tegen de politieke cultuur waarin het spel belangrijker is dan de knikkers.

Cover boek stadhuis

 

“Het boek ‘Het Haagse Stadhuis, bouwen in een slangenkuil’ is een persoonlijke en derhalve subjectief relaas. Ik heb de besluitvorming niet als buitenstaander meegemaakt maar als één van de hoofdpersonen, betrokken in de strijd en in de heftigheid van de emoties. Ik heb de casus willen beschrijven – en ik kon ook niet anders – vanuit mijn betrokkenheid bij de stad en bij het plan, die ook na mijn gedwongen aftreden als wethouder in 1989 is blijven bestaan. Daarbij heb ik getracht de geschiedenis zoals ik die heb ervaren zo volledig mogelijk weer te geven. Als delen van het verhaal onaangenaam zijn, dan is dat niet bedoeld en gezocht, maar een onvermijdelijk gevolg van het eigen handelen van de spelers.”

 

Lees hier hoe het idee ontstond.

Wilt u het boek lezen dan kunt u het hier als PDF downloaden: Het Haagse Stadhuis, bouwen in een slangenkuil (Na het openen van de link krijgt eerst een waarschuwing omdat het bestand groot is. Deze kan genegeerd worden)

Column Dick Houwaart in HN: Haags Stadhuis symbool van democratie

Over het boek Het Haagse Stadhuis zijn verschillende recensies verschenen. Een bijzondere recensie mag hier niet ontbreken. Deze is van de hand van Dick Houwaart, een van de meest gerespecteerde journalisten, die met zijn columns in de meest letterlijke zin van het woord opiniërend was. Zijn mening deed er toe. En eerlijk is eerlijk, een beetje trots ben ik dus wel op zijn recensie. Dick Houwaart was een geboren hagenaar die met leedwezen het verval van de stad had meegemaakt. Hij schreef zijn opinie op 18 maart 1995 in Hervormd Nederland (HN). Voor hem symboliseerde het stadhuis, net als voor mij, meer dan zomaar een nieuw gebouw in de stad. Voor hem ging het om het ‘Haags stadhuis symbool van democratie’. En wij kunnen nu terugkijken, het Haagse Stadhuis staat er alweer ruim 25 jaar. Ik zou zeggen, ga kijken en oordeel zelf.

Een andere recensie over het stadhuisboek komt van Marcel van Heck, al jaren verbonden aan de ontwikkeling van het architectuurbeleid van de rijksoverheid. Zijn huidige functie staat ten dienste van de Rijksbouwmeester. Zijn recensie te lezen op de website ifthenisnow

“Relevante” tijdsdocumenten

Voor de echte liefhebber heb ik hieronder een aantal ‘relevante’ tijdsdocumenten (audio en video) opgenomen uit de tijd waarin Den Haag in de ban was van de vraag of de binnenstad verrijkt zou moeten worden met een stadhuis/bibliotheek-combinatie aan het Spui.

De eerste gedachte

Politiek doet ertoe en ook politici. In deze tijd is het gebruikelijk om cynisch te zijn over politici en hun reikwijdte. In mijn ervaring doet het ertoe wie aan de ‘macht’ is en hoe deze persoon er gebruik van maakt. Dat gaat op voor de grote politiek in de wereld of de kleiner politiek in stad en land. Ideeën komen nooit zomaar uit het niets op. zij komen voort uit ideeën en opvattingen maar universeel is dat ze ergens concreet gemaakt moeten worden. In de architectuur beginnen zij met een ‘schets’ in de politiek met een geschreven tekst. Hoe onbeholpen vaak, het begin kan niet zonder het concretiseren van een gedachte. Onder “Het begin van een idee” leest u hoe het mij verging toen ik bevangen werd door een idee.

NOS journaal, 1987

Op 11 mei 1987 stemde de gemeenteraad van Den Haag, in een vergadering die tot diep in de nacht duurde, vóór het ontwerp van de Amerikaanse architect Richard Meier. Bekijk hier het item van het NOS journaal over de vergadering.

Presentatie van het finale ontwerp van het Stadhuisplan in het Omniversum, 1988

Voor de presentatie van het finale ontwerp en het bijbehorende raadsvoorstel is er op 19 december 1988 een grote presentatie in het Omniversum. Het ontwerp werd op deze dag aan de Haagse bevolking gepresenteerd in een 3D presentatie. De presentatie, tot stand gekomen onder leiding van de ambtenaar van de Gemeentelijke Dienst Stadsontwikkeling René Strijland, vond plaats in de vorm van een zwart-wit lijnenspel van het ontwerp van Ricard Meijer.  Een ieder kon daarmee ‘letterlijk’ ervaren hoe het stadhuis zich zou presenteren in de stad en hoe het zou zijn om in het Atrium te verblijven. Alleen de uitgesproken tekst van de Presentatie Haagse Stadhuisplan in Omniversum (1988) is overgebleven. Deze tekst is vooral van betekenis omdat zij een indruk geeft hoe de ambities van het plan naar de burger werden gepresenteerd. De huidige bezoeker van de binnenstad van Den Haag kan nu uiteraard beoordelen of deze ambities zijn waargemaakt.

NPS’ De Worsteling, 2000

In 2000 werd ik, samen met oud-wethouder Gerard van Otterloo, uitnodigd om in het NPS-programma ‘De Worsteling’ – dat draaide om karakters en conflicten – te spreken over de bouw van het Stadhuis. “Twee oud wethouders van Den Haag. De een beet zich stuk op het nieuw te bouwen Stadhuis, de andere struikelde erover. Adri Duivesteijn bedacht zijn droompaleis. Gerard van Otterloo vond het een ijspaleis. Ze begaven zich in een slangkuil. Uiteindelijk gingen ze aan het gif ten onder”, luidde de intro. Bekijk hier de hele aflevering.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.