Tagarchief: Spuiplein

Geef Den Haag een Spuiplein waar Hagenaar en Hagenezen elkaar cultureel ontmoeten!

Onder aan deze opinie komt u informatie tegen over eerdere presentaties over het ontwerp voor het Spuiplein zoals deze in beeld zijn gebracht door het Platform STAD. Tevens komt u enkele reacties tegen n.a.v. mijn opinie waaronder die van de directeur van het genoemde Platform op LinkedIn.

Het was in de jaren tachtig toen de nieuwe gemeentesecretaris Koos van Beuzekom zich afvroeg: ‘Waar moet een Hagenaar naartoe als er een revolutie komt?’ Hij doelde op het introverte ’s-Gravenhage dat in zijn historisch centrum wel veel openbare ruimten kent, maar geen echt plein waar alle stadsbewoners samenkomen. Hij verwees naar Maastricht met het Vrijthof of Delft met de Grote Markt. Pleinen waar iedereen komt, zich gewenst voelt en waar altijd wat te doen is. Het was de tijd waarin ik als wethouder verantwoordelijk was voor de keuze van het stedenbouwkundig plan van architect Carel Weeber voor het Spuikwartier. Zijn keuze voor een open plein sprak mij aan. En, als het al mogelijk was om met een ingreep iets van de gefragmenteerdheid van Den Haag op te lossen, dan was het op deze plek.

Plan Weeber in 1980, de belofte van een nieuw Spuikwartier met een open plein naar de stad.

Het plan-Weeber zou een begin zijn van een ontwikkeling van wat nu het bestuurlijke en culturele hart van de stad genoemd wordt. De combinatie van Nieuwe Kerk, Theater aan het Spui, Filmhuis, Pathé, stadhuis/bibliotheek en Amare (concert- en danszaal en conservatorium) garandeert dat het Spuiplein dagelijks door duizenden mensen zal worden bezocht. De eens zo introverte stad Den Haag, gebouwd rond het besloten Binnenhof, opent zich dan als een bloem die tot bloei komt. Wit en zwart, hoog en laag, klein en groot zullen er samenkomen. Daarmee wordt het Spuiplein, op de as Spui-Hofweg-Kneuterdijk, de meest democratische ontmoetingsplaats die Den Haag met ’s-Gravenhage, Hagenaars en Hagenezen, samenbrengt.

Fantasieën

Tenminste, dat dacht ik, totdat ik recent het ontwerp voor de inrichting van het Spuiplein onder ogen kreeg. Waar mijn fantasieën uitgingen naar een stedelijk plein dat een eigen toegevoegde waarde zou hebben in de culturele programmering van de stad, dreigt nu het tegendeel te gaan gebeuren. Ik dacht al die tijd aan openluchtconcerten van muziekgezelschappen uit de vele Haagse culturen, festivals met drumbands en harmonieorkesten, draaiorgelconcoursen, vendelzwaaien uit heel Europa, een ijsbaan in de winter en, jazeker, demonstraties tegen van alles en nog wat.

Spuiplein in de tijd waarin het RO/NDT nog het beeld vormde. Een plek van samenkomst voor de stad.
Foto: Joop ten Velden

Maar nee hoor, vergeet het maar. In de toelichting van de vormgevers is de basisgedachte voor het Spuiplein ‘vertraging en onthaasting’. Twee kwaliteiten die juist het kenmerk zijn van het Korte Voorhout, Lange Voorhout en de Lange Vijverberg op loopafstand van het Spuiplein. Maar ook het Spuiplein zal een plek in de stad moeten worden die zich onttrekt aan de drukte van de stad, een plaats ‘waar tussen de bomen, het groen en het water, ruimte is voor kleine programmeringen en events die gerelateerd zijn aan de culturele instellingen.’

Ik probeer te begrijpen wat dat is en zie op de tekening een tweetal verblijfsplekken waar passanten, zittend op de betonnen randen van langgerekte bloembakken, aan weerszijden van een minimalistische vijver met planten, even kunnen bijkomen van de hectische dynamiek van de stad. In het gunstige geval worden zij tijdens de lunch en het weekend vergast op wat straattheater of een klein orkest. Grootschalige culturele activiteiten worden met deze inrichting nadrukkelijk fysiek onmogelijk gemaakt. Wat een gemiste kans! Den Haag mag dan wel geen stadsrechten hebben, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat er in het hart van de stad een dorpsplein moet komen.

Een zomerse middag op het Spuiplein – presentatie tekening van OKRA. In de toelichting van de vormgevers is de basisgedachte voor het Spuiplein ‘vertraging en onthaasting’.

Centre Pompidou

Den Haag, bestuur van de stad, spiegel je bij het Spuiplein aan het Centre Pompidou in Parijs, of Piazza del Campo in Siena, de Grote Markt in Brussel, het Plein van de Oude Stad in Praag of Leicester Square in Londen. Maar als dat allemaal te groots is, kijk dan naar ons eigen Plein. Het zijn allemaal intieme pleinen met bomen en terrassen, maar, en dat is de essentie, waar openheid de ruimte biedt aan een eindeloze reeks van culturele en sociale activiteiten. Laat toch het Spuiplein een uitnodiging zijn aan de stad om hier met elkaar actief te zijn. Elkaar hier te ontmoeten om samen één samenleving te zijn. En ik zeg het Koos van Beuzekom na: geef de Hagenaar het plein waar zijn culturele revolutie een kans kan krijgen.

Centre Pompidou, voorbeeld van een publiek plein met een eigen culturele programmering in de stad

Let wel, het gemeentebestuur van Den Haag heeft in de laatste veertig jaar iets heel bijzonders gedaan, namelijk aan de stad het centrum gegeven dat toebehoort aan allen. Ik ken maar weinig steden die zo’n concentratie van bestuurlijke en culturele voorzieningen hebben samengebracht op één centraal plein. Als dit najaar het cultuurpaleis Amare in gebruik wordt genomen, wordt het Spuiplein medebepalend voor het karakter van de stad. Daarmee is een stadsbelang gemoeid. De vormgeving van het Spuiplein mag dan ook geen optelsom zijn van deelbelangen die in de acht (!) klankbordgroepen zijn meegegeven.

Parelketting

Gemeentebestuur, doe dat een vormgever toch niet aan. Stel als verantwoordelijke je programma van eisen vast en laat een topontwerper een mooie en elegante openbare stadsruimte maken met een bijbehorende chique bestrating van edele materialen, zorgvuldig aangebracht in een schitterend patroon, mooi bol zodat er na regen geen plassen blijven staan. Een plein dat schoonheid uitstraalt en telkens weer, door een veelvoud van menselijke activiteiten, van kleur verandert. Dat Spuiplein kan dan stralen aan de rijke parelketting van Haagse pleinen, plaatsen en plekken op de as Spui-Hofweg-Kneuterdijk. Een as die het eveneens verdient om te worden opgewaardeerd.

April 2021, wordt het Spuiplein gemarginaliseerd tot een plek waar ‘ je kan ontrekken aan de ein voor

En mocht u twijfelen, las dan een denkpauze in. Formuleer een vrije opdracht voor ontwerpers om een visie te geven op en een schetsontwerp van het Spuiplein in te dienen. Zet de mooiste ontwerpen in het Atrium – ook een voorbeeld van een mooie openbare (binnen)ruimte waar telkens weer van alles kan – en laat de bevolking haar mening geven. Neem als bestuur daarna een weloverwogen beslissing. Het is een methode die juist op het Spui al eens haar diensten heeft bewezen.

Adri Duivesteijn is oud-wethouder (PvdA) van Den Haag, oud-lid van de Tweede en Eerste Kamer en oud-wethouder van Almere.

Deze opinie is op 22 april 2021 gepubliceerd in Den Haag Den Centraal

Een reactie van Jooske Baris, directeur Platform STAD, op 28 april jl. op LinkedIn over mijn opinie inzake het voorliggende ontwerp voor het Spuiplein.

interessante mening Adri! Had m graag aan bod laten komen in de drie STADgesprekken… was de ultieme plek geweest om in gesprek te gaan met breed gezelschap met o.a. Wim Voogt (ontwerper), Shervin Nekuee (socioloog), Pauline van den Broeke (gemeente), Géke Roelink (Filmhuis), Peter Drijver (architect), Anne Mulder (wethouder stadsontwikkeling), Hilbert Bredemeijer (wethouder buitenruimte), Marieke de Jong (omwonende), Annemarie Goedvolk (evenementenbranche), Stuart Stretton (horeca) en Paul Broekhoff (bibliotheek), en -natuurlijk- de rest van de stad…

Mijn respons:

Beste Jooske,

Met veel waardering neem ik altijd kennis van de intermediaire rol die het Platform STAD vervult tussen bestuur en burgers. Het stimuleert de dialoog. Maar wanneer deze voorlichting en presentatie ronde materieel gaat inhouden dat er in dit proces al expliciet keuzen worden gemaakt voor een bepaalde planuitwerking van ons Spuiplein, dan treedt het Platform STAD in een rol die principieel is voorbehouden aan het Gemeentebestuur.

In die rolverdeling is het normaal dat het College van B&W, gehoord hebbende de inspraak de voorliggende scenario’s of varianten voor de inrichting van het Spuiplein afweegt en komt tot een voorkeursvariant of varianten. Vervolgens wordt dit voorgelegd aan de gemeenteraad: alleen daar vindt vervolgens het ‘ultieme gesprek’ plaats over de toekomst van het Spuiplein. Alleen daar ligt het primaat!

Anders gezegd, het past Platform STAD om zorgvuldig verslag te doen van haar bevindingen. Vervolgens is het aan de ambtelijke dienst(en), en welstandcommissie om mede op basis hiervan het College te adviseren hoe verder te gaan. Het is dan aan het College om een variant, of varianten voor te leggen aan de gemeenteraad.

In de huidige procedure is de Gemeenteraad van Den Haag volstrekt op afstand geplaatst. Deze komt pas in beeld na de afronding van de ter visie legging van het uitgewerkte ontwerp in beeld.

Dat kan niet, en dat mag niet met zo’n beeldbepalend plan voor het cultuurplein in het centrum van Den Haag.

Normaals alle waardering voor alle inspanningen, ik ding daar niets aan af, het geeft inzicht en laat opvattingen zien. Maar hier geen rolverwarring. Hier kan alleen – in een vroegtijdige fase – een uitspraak over een gewenste variant van de gemeenteraad doorslaggevend zijn. En gelukkig is dat in dit stadium nog heel goed mogelijk.

Op naar een mooi Spuiplein voor Hagenaars en Hagenezen.

Adri Duivesteijn

Share and Enjoy !

0Shares
0 0