Prorail, het publiek domein en de terugkeer van politieke verantwoordelijkheid

Het gaat alweer terug naar de jaren negentig, dat er in de politiek steeds meer afstand werd genomen van een overheid, die zelf ook in de politieke betekenis in de meest directe zin verantwoordelijk was voor de uitvoering van haar publieke taken. Het werd bon ton om de overheid terug te brengen naar wat haar kerntaken werden genoemd. Achter deze hoofdstroom zat tenminste één begrijpelijke onvrede: met het soms wel heel erg bureaucratische karakter van veel overheidsdiensten. Klantvriendelijkheid stond daar bepaald niet op de eerste plaats. Wel was er vaak sprake van een oerdegelijke houding, waarmee publieke taken betrouwbaar werden uitgevoerd. Achter de behoefte aan verandering, zat echter niet alleen onvrede, maar eronder lagen ook ideologische overwegingen. Het is de periode van de opkomst van het neoliberalisme. De oplossingsvermogen van de overheid werd meer en meer in twijfel getrokken en de markt werd de panacee voor alle problemen. De uitvoering van publieke taken zou er efficiënter, goedkoper en doelmatiger van worden waneer de politiek, en in het kielzog daarvan de overheid, op afstand zouden worden gezet. En van die omslag zou vooral de burger profiteren. Het geloof in een kleine overheid, gecombineerd met een bewondering voor het mechanisme van de markt van vraag en aanbod, heeft gemaakt dat veel publieke taken werden geprivatiseerd, dan wel op afstand van de politiek werden geplaatst. Zo werden de private woningcorporaties verzelfstandigd, private zorgverzekeraars kregen de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de ziektekostenverzekering, veel door de overheid uitgevoerde taken, zoals de energievoorziening, werden afgestoten en veel publieke diensten, zoals de Nederlandse Spoorwegen en ProRail werden ondergebracht in organisaties die ver van de verantwoordelijke politieke bestuurders stonden.

Rapport van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (TCI) – 2005

Nu, toch alweer zo’n vijfentwintig jaar verder, moeten wij constateren dat de verwachtingen over het terugbrengen van een directe invloed van de overheid op haar eigen publieke taken niet zijn uitgekomen. Vaak is er sprake van onvrede bij de burgers over de wijze waarop deze publieke taken worden uitgevoerd. Zij spreekt daar terecht haar politieke vertegenwoordigers op aan. Wij kunnen wat dat betreft, naast het vele goede werk dat ook wordt verricht, een reeks voorbeelden geven van mismanagement, van geldverspilling en van ongekend hoge beloningen die men zichzelf heeft toegekend. Het kernprobleem is misschien nog niet eens dat er sprake is van incidenten, deze zullen zich altijd wel in meer of minder mate voordoen, maar vooral dat de mogelijkheden voor publieke correctie zijn uitgehold. Door het op afstand plaatsen van veel activiteiten die een publiek belang dienen, heeft de politiek haar taak gemarginaliseerd tot het stellen van budgettaire en juridische kaders en randvoorwaarden, waarbinnen de publieke taken moeten worden uitgevoerd. De overheid zelf is daarbij in de rol van de toezichthouder gekomen. En zelfs deze verantwoordelijkheid is vaak ondergebracht in een reeks van onafhankelijke en op afstand van de politiek functionerende instituten.

Het zozeer op afstand plaatsen van de sturing van het publieke belang en de daarmee samenhangende taken heeft er toe bijgedragen dat de politiek haar rol fundamenteel heeft zien veranderen. Waar zij nog steeds, en terecht, door de burger wordt aangesproken op het functioneren en de resultaten van deze organisatie die een publiek belang dienen, zien wij dat zij niet of nauwelijks nog in staat is, om in de directe zin van het woord te interveniëren. De verantwoordelijk bestuurder, al of niet opgejaagd door de volksvertegenwoordiging, kan haar eigenlijke taak, het dragen van een politieke verantwoording niet of nauwelijks nog waarmaken. Vaak rest de politiek bestuurder niet veel meer dan een sturing langs de lijn van ‘management by speech’. Een omvangrijker interventie is vaak lange termijn werk en kan op tal van manieren worden tegengegaan door de uitvoerders van deze publieke taken. Een schrijnend voorbeeld laten de woningcorporaties zien. Sinds de invoering van de verhuurderhefing, zien wij dat zij niet of nauwelijks nog investeren in de nieuwbouw van woningen. Hoewel niet expliciet uitgesproken, lijkt er sprake van een stille staking omdat men onvrede heeft over het gevoerde politieke beleid. De woningnood loopt echter op en de minister kan slechts verontwaardigd in de microfoon blijk geven van zijn onvrede. In de zorg zien wij dat het onder brengen van de basisverzekering bij private verzekeraars een woud van schijnpolissen heeft opgeroepen en ieder jaar vindt er weer een slag plaats om de grip op de markt. Van een aantoonbare verbetering van de kwaliteit van de directe zorg is geen aantoonbaar bewijs. De fantasie dat de uitvoering van publieke taken er bij gediend is dat de politiek en vooral ook de verantwoordelijke bestuurder op afstand wordt geplaatst, heeft zich zo langzamerhand tegen de politiek zelf gekeerd. Sterker: deze uitholling van de politiek heeft zelfs ernstige consequenties voor onze democratie. Waar de burger de verantwoordelijk bestuurder nog wel ter verantwoording roept heeft deze niet of nauwelijks nog de middelen heeft om het door het parlement voorgestane beleid voorspoedig te implementeren. Het heeft de bestuurder tot een lame duck binnen de eigen portefeuille. Iemand die vooral vragende partij is in plaats van de daadwerkelijke bestuurder.

Het is dan ook terecht, dat er weer een herbezinning op gang komt ten aanzien van de aansturing van die organisaties die een publieke taak verrichten. Dat geldt al helemaal wanneer er in het geheel geen sprake is van een open markt waarin verschillende partijen de publieke taak zouden kunnen uitvoeren en waar concurrentie wellicht behulpzaam zou kunnen zijn voor het verkrijgen van een betere prijs en snellere uitvoering. ProRail is zo’n dienst die belast is met een publieke taak die als dienst niet in de markt kan worden weggezet. Hoogstens is de uitvoering van een klus binnen het taakgebied van aan te besteden, maar de dienst zelf is uniek en heeft per definitie een monopoly op haar taakstelling. Om deze bij uitstek publieke diensten efficiënter, goedkoper en doelmatiger te doen functioneren zullen dus andere ritmes noodzakelijk zijn dan de oplossing van marktwerking. Dat vraagt om de eerste plaats de erkenning dat publieke taken een ander ritme, een andere snelheid kennen dan die van de markt. Daarbij gaat het eerder om de herwaardering van betrouwbaarheid, degelijkheid en dienstbaarheid. Om in de politiek aansturing van deze publieke taken meer kracht te krijgen is het nodig dat de politiek haar verantwoordelijkheid herpakt en op essentiële momenten bestuurlijk kan sturen dan wel interveniëren. Daarbij gaat het om het stellen van prioriteiten, waar gebeurt wat en wanneer, en om zeggenschap over een adequaat management. Maar belangrijker nog is dat de overheid meer is dan slechts politieagent. De overheid is en moet zich ook inhoudelijk verantwoordelijk voelen voor een gedegen uitvoering van onze publieke taken. Het feit dat de regering, onder aanvoering van de staatssecretaris van infrastructuur en milieu, Sharon Dijksma, ervoor kiest om de huidige rechtsvorm van ProRail van een BV te veranderen in een publiekrechtelijke organisatie is dan ook een belangrijke stap in de goede richting. Het maakt dat de politiek, en in het bijzonder de verantwoordelijk bestuurder, haar taak beter kan invullen. Het zal zeker bijdragen aan een verbeterde relatie van de burger, de politiek en de overheid. En waar die relatie niet goed is kan diezelfde burger terecht bij haar eigen gekozen volksvertegenwoordiger. Die kan, wanneer de organisatie faalt in de uitvoering van haar publieke taak, de verantwoordelijk bewindspersoon daar ten volle op aanspreken.  Ik zie de stap van staatssecretaris Sharon Dijksma dan ook als een begin van een rehabilitatie van ons politieke bestel, waarin de politiek en een goed toegeruste overheid, in kwesties die ons allemaal aangaan, en dat is het publiek domein, haar verantwoordelijk voor ons allen weer ten volle kan waarmaken.

Adri Duivesteijn – 2016-12-20

Uit de beleidsnota van de staatssecretaris: De Tweede Kamer vraagt mij om verantwoording af te leggen over ProRail aangezien het gaat om publieke taken en middelen. De huidige rechtsvorm, een BV, sluit hier niet optimaal bij aan. Mede om de verantwoording richting de Tweede Kamer en de sturing te verbeteren heeft het kabinet op 29 april jl.1 zijn voornemen geuit om van ProRail een publiekrechtelijke organisatie te maken. Dit past bij het kabinetsbeleid om de uitvoering van publieke taken, bekostigd door de overheid, ook publiekrechtelijk vorm te geven2 . In het geval van ProRail gaat het om taken die de markt niet in concurrentie kan uitvoeren en om jaarlijkse uitgaven van ca. € 2 miljard die grotendeels door het Rijk worden gefinancierd.”

 

Share and Enjoy !

Shares