l’histoire se répète, een brief voor de werkgroep Versterking functies Tweede Kamer

Wie lang de politiek volgt, weet dat woorden niet per se daden worden. Dat is ook het geval wanneer het de politiek zelf betreft. We maken meer en meer mee dat de Tweede Kamer gebruik maakt van haar recht op het doen van onderzoek. Recent nog bij de toeslagenaffaire. En er staan nog drie onderzoeken op stapel. Dat is een goede zaak. De Tweede Kamer geeft op deze wijze inhoud aan haar controlerende taak. En nu even niet langs de lijn van twintig fracties (brr) die elkaar de maat nemen, maar als commissie die de Kamer als geheel vertegenwoordigt. Het onderzoekswerk is misschien wel het meest gewaardeerde werk van de Kamer. In ieder geval is het voor mij de meest bevredigende tijd geweest in de 13 jaar dat ik actief mocht zijn in de Tweede Kamer. Het zet echt zoden aan de dijk.

Maar, en dat is pijnlijker, vaak komt een parlementaire commissie ook tot de conclusie dat de Tweede Kamer mede schuldig is aan het ontstaan van het falen van de overheid. Zo’n zelfreflectie is op zich goed. Daardoor gaat een deel van de conclusies van zo’n parlementair onderzoek ook over het verbeteren van de werkwijze van de Tweede Kamer.

Dat was ook de strekking van het advies van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (TCI), waarvan ik destijds voorzitter was. Wij onderzochten in 2004 het wel en wee van de overschrijdingen bij de aanleg van de Betuwelijn en de HSL-Zuid. Al snel kwamen wij er achter dat de kern van het probleem vooral ook te maken had met de wijze waarop de Kamer de parlementaire controle inhoud geeft. Die faalde volstrekt. En niet alleen dat. We ontdekten ook dat het falen niet exclusief een kwestie van de grote projecten was, maar dat de Kamer als geheel de ondersteuning niet had geprofessionaliseerd.

Hoe vreemd het ook klinkt, maar veel leden koesteren een romantisch beeld van het Kamerlidmaatschap; het Kamerlid als eenling met de ondersteuning van een of twee medewerkers, die ten strijde trekt tegen de regering. Een tegenpartij die op haar beurt beschikt over zo’n 10.000 beleidsambtenaren. Don Quichot in het kwadraat wordt dan ook met regelmaat overruled.

De TCI kwam tot de conclusie dat het tijd werd om in te zien dat een andere bewerktuiging van de Kamer noodzakelijk was. Niet de versterking van de ondersteuning van individuele leden, maar van de Kamer als instituut. Wij hielden dan ook een pleidooi om een staatscommissie in te stellen om het artikel 68 over de informatieplicht van de regering aan het parlement meer inhoud te geven. En we deden de aanbeveling om een parlementair kennis- en controlecentrum op te richten. Dit zou betekenen dat de Kamer zou kunnen gaan beschikken over een deskundig en professional apparaat dat op tal van kwesties de Kamer zou kunnen ondersteunen. Op die manier zou de Kamer zelf voldoende kennis kunnen genereren, verwerken en verifiëren om haar controletaak waar te kunnen maken.

Het zal u, na mijn inleiding, niet verwonderen dat met de aanbevelingen (zie hieronder) weinig is gedaan. Maar nog merkwaardiger is dat keer op keer parlementaire onderzoekscommissies tot vergelijkbare noties zijn gekomen. En opnieuw genoegen nemen met het feit dat er maar marginale wijzigingen optraden in de wijze waarop ons parlement functioneert. Ook nu roept een onderzoekscommissie op tot versterking van de positie van de Tweede Kamer.

Ik zeg het de voorzitter van de Kamer na: Begin met te kijken wat er al is bedacht en uitgewerkt. Dit was aanleiding voor mij om het geheugen van de Kamer op te frissen en onze aanbevelingen opnieuw onder de aandacht te brengen. Ik heb dat geformuleerd, met de steun van onze vroegere griffier Vries Kool, in een brief op persoonlijke titel. Want een ding is wel duidelijk: de tijd lijkt rijp. De werkgroep van Kees van der Staaij die deze zomer is ingesteld heeft een historische kans om nu echt de bewerktuiging van de Tweede Kamer te professionaliseren. Dat gaat zeker extra geld kosten, maar het zal de kwaliteit van de Kamer als geheel verbeteren. En dat is in het belang van onze democratie. Dat is heel wat waard.

Voor wie meer wil weten vindt u hieronder de aanbevelingen van de TCI uit 2004 . Daaronder mijn aanbiedingsbrief aan de voorzitter van de Tweede Kamer met de vraag om mijn brief ter kennisneming te sturen aan het presidium van de Kamer en tevens de brief officieel door te geleiden aan de werkgroep Versterking functies Tweede Kamer.

Ik wens u veel leesplezier en spreek de hoop uit dat er nu ook echt spijkers met koppen worden geslagen.

15 december 2004, aanbieding rapport van de Tijdelijke commissie Infrastructuurprojecten (TCI)

De aanbevelingen van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (TCI)

Eisen ten aanzien informatievoorziening (hoofdstuk 4):

f. de Tweede Kamer moet op informatie, die cruciaal is voor het uitvoeren van haar taken op het gebied van sturing en controle, op systematische wijze onafhankelijke toetsen kunnen (laten) verrichten;

g. voor haar informatievoorziening mag de Tweede Kamer niet slechts afhankelijk zijn van de regering;

h. de Tweede Kamer dient helder te zijn over de informatie die ze wil ontvangen;

i. alle beleidsinformatie dient in beginsel openbaar toegankelijk te zijn. In publieke onderhandelingsprocessen, zoals rond PPS en aanbestedingen, kan vertrouwelijk informeren van de Tweede Kamer een optie zijn.

Eisen ten aanzien informatieverwerking door de Tweede Kamer (hoofdstuk 5):

j. er moet een adequate kennisinfrastructuur worden opgebouwd als instrument voor de Tweede Kamer;

k. de Tweede Kamer moet zelf voldoende kennis kunnen genereren, verwerken en verifiëren om haar controletaak waar te kunnen maken;

l. de Tweede Kamer moet rechtstreeks contact met uitvoerende ambtenaren kunnen onderhouden;

m. de Tweede Kamer moet best practices voor parlementaire informatievoorziening uit het buitenland bestuderen en bij gebleken succes deze vertalen naar de Nederlandse situatie.

15-12-04- Aanbieding rapport commissie Duivesteijn, Tweede Kamer. Foto Hans Kouwenhoven

Geachte Voorzitter van de Tweede Kamer, beste Vera,

Op uw initiatief is de werkgroep Versterking positie Tweede Kamer in het leven geroepen, die op 8 juli is geïnstalleerd. De werkgroep  is gevraagd voorstellen te ontwikkelen die ervoor zorgen dat de Kamer de controlerende en medewetgevende taken beter kan uitvoeren en de informatievoorziening kan versterken. 

De Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (TCI), waarvan ik destijds voorzitter was, deed in 2004 op basis van een brede probleemanalyse een aantal aanbevelingen die gingen over een vergelijkbare vraagstelling. In haar aanbevelingen heeft de commissie specifiek aandacht besteed aan een tweetal aangelegenheden:

– praktische en concrete regels om beter uitvoering te geven aan de informatieplicht van de regering die voortvloeit uit artikel 68 Grondwet; en 

– zorgen dat de Kamer als instituut goed geëquipeerd is om ten behoeve van controle en medewetgeving binnengekomen informatie te verwerken.

In onze aanbevelingen hebben wij op deze onderwerpen gepleit voor een structurele oplossing. Wij hebben echter moeten constateren dat de Kamer zelf terughoudend was haar eigen positie te versterken. 

En, het moet ook worden gezegd: l’histoire se répète. Bij ieder onderzoek van een parlementaire commissie zien wij een terugkerende onvrede van de Tweede Kamer over het eigen functioneren. De meest recente zijn de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie die de toeslagenaffaire heeft onderzocht. Ook deze ging uitvoerig in op het niet functioneren van de kamer zelf. En keer op keer neemt de Kamer zich voor haar functioneren te verbeteren. Zo ook deze keer, en dus is de instelling van een werkgroep Versterking functies Tweede Kamer alleszins begrijpelijk. Echter de vraag die zich opdringt, hoe het kan dat diezelfde Kamer telkenmale eerdere aanbevelingen over de verbetering van haar functioneren niet of nauwelijks serieus tot uitvoering heeft laten komen? Wat is het toch dat de Kamer zoveel van haar eigen aanbevelingen, gedaan door parlementaire commissies die zij zelf heeft ingesteld, niet vertaald in daden?  Wat is het mechanisme daarachter? 


Voor ons als TCI was het in 2004 al evident dat de informatievoorziening aan de Kamer moest worden verbeterd en dat de Kamer als instituut zich moet voorzien van een meer professionele ondersteuning. Zoals ook in onze rapportage is opgenomen zijn andere landen ons daarin voorgegaan. Terecht dat u de werkgroep in deze om een verkenning vraag. Maar het bijzondere is dat het materiaal er allang is. Geplaatst in het licht van de huidige actualiteit neem ik daarom de vrijheid  om het werk van de TCI nog eens bij u en de werkgroep onder de aandacht te brengen aangezien wij de vergelijkbare vragen een inhoudelijk antwoord hebben gegeven. Wellicht dat het kan bijdrage aan het werk van de werkgroep Versterking functies Tweede Kamer. 

Ik heb dat gedaan in de vorm van bijgevoegde brief, die ik persoonlijke titel schrijf. Ik zou het op prijs stellen indien u de brief wil doorgeleiden aan de werkgroep en ter kennisneming aan de leden van het presidium van de Tweede Kamer wil doen toekomen. 


Ten alle tijde bereid tot een toelichting.  
Met vriendelijke groet,

Adri Duivesteijn

Download hier de brief aan de werkgroep Versterking functies Tweede Kamer: https://www.adriduivesteijn.nl/wp-content/uploads/2021-11-10-Brief-aan-de-werkgroep-versterking-functies-Tweede-Kamer-AD-1.pdf

Share and Enjoy !

Shares

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.