Tag archieven: Gerorge Orwell

IM – John Lennon als inspiratiebron (1980-2020)

Foto: Bob Gruen

'Nederland werd 9 december 1980 wakker met het bericht dat John Lennon was doodgeschoten. Enkele uren voordat de ‘Radionieuwsdienst verzorgd door het ANP’ om zeven uur zijn journaal ermee opende, was de ex-Beatle voor zijn huis in het Dakota Building aan de New Yorkse Upper-West Side door de 25-jarige Mark Chapman vermoord.' (...) 'Wie het die dinsdagochtend in 1980 meemaakte, zal het nooit vergeten. Er was ongeloof, woede en verdriet; iedereen leek er kapot van.'  Volkskrant, 7 december 2020

Kapot, voor mij gold dat ook. Ik werd, wonend aan het Huijgenspark 54a in Den Haag, door de wekkerradio gewekt. Tot mijn ongeloof (wie niet?) hoorde ik het verbijsterende bericht over de moord van John Lennon. Het was de tijd waarin ik nog aan het wennen was aan mijn nieuwe positie. Ik was namelijk, vier weken ervoor, op 3 november 1980 door de gemeenteraad gekozen tot wethouder Ruimtelijke ordening en Stadsvernieuwing van Den Haag. Op deze ochtend had ik de reguliere vergadering van het College van Burgemeester en Wethouders in de deftige bestuurskamer van het stadhuis aan het Burgemeester de Monchyplein. Er lag een omvangrijke agenda, ook met mijn stukken, maar die ochtend kon ik eigenlijk aan niets anders meer denken dan aan de ‘Radionieuwsdienst verzorgd door het ANP’  met de bizarre mededeling over de dood van John Lennon.

Ik ben opgegroeid met de Beatles. ik kan mij nog herinneren dat de The Beatles eind 1963, begin 1964 doorbraken. Ik was veertien jaar. The Beatles waren in die tijd een muzikale revolutie en zijn dat nog steeds. Heel bijzonder, hoe een muziekgroep in staat is om een tijdperk te veranderen, het leven van miljoenen mensen op een positieve manier te beinvloeden. Ook ik keek uit naar ieder moment dat er een nieuw albuw van de The Beatles zou gaan verschijnen. Nog steeds verzamel ik muziek van de Beatles, kan ik het keer op keer opnieuw beluisteren en ben telkens weer onder de indruk. Ja, misschien nog wel het meest van de witte lp’s. Deze illegale studioopnamen, ik heb er een paar gekocht op een markt in Londen, heb ik door de jaren heen grijs gedraaid (en natuurlijk gedigitaliseerd en verspreid :-). Daar naar luisteren gaf mij het gepriviligieerde gevoel dat ik even in de studio mocht meekijken en vooral meeluisteren. Ik heb er geweldige herinneringen aan. Het meest bijzondere is, te mogen (nou ja, ‘mogen’) luisteren naar de vier bandleden die met elkaar al repeterend werkten aan hun legendarische muziek. Op een van die platen is bijna een hele kant gewijd aan een muziekstuk (Two of Us). Telkens weer die ene zin om de juiste klank en toonhoogte te vatten. Hun oefeningen rolden door mijn werkruimte. Ik kon er, terwijl ik zelf aan het schrijven was, uren naar luisteren.

Manuscript 1984 van George Orwell

Het bracht mij ook terug naar een facsimile van het boek 1984 van George Orwell. In zijn manuscript staan honderden doorhalingen en verbeteringen. Het illustreert de worsteling, die je moet doormaken om tot een meesterwerk te kunnen komen. Net als de The Beatles, was hij bezig met het oneindig optimaliseren van wat begon als een idee. The Beatles gingen dezelfde weg om tot hun klassiekers te komen. Juist die worsteling heeft mij het vertrouwen gegeven, dat uniciteit nooit zomaar onstaat. Er moet hard voor gewerkt worden, je moet het idee doorleven om het opnieuw te kunnen verbeteren. Voor mij een wijze levensles.

Terug naar 8 december 1980. Ik zat dus in het College, vol van het bericht over de dood van John Lennon. ‘Ik moet hier iets mee doen. Ik moet hier iets over zeggen’. Althans dat nam ik mij voor. Ja, ik moest het in het College van B&W opmerken, zodat wij erover konden praten, ja, dat het als feit werd besproken en dus zou worden vastgelegd in de notulen. Bij wijze van spreken, als het vastleggen van onze verontwaardiging, als een soort eerbetoon, als een feit dat wij niet wilden laten passeren.

Maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Ik was nieuw en jong in een College dat, zo keek ik er toen nog naar, bestond uit leden van een oudere generatie. Al grijs, zou je ook kunnen zeggen. En, nog steeds tot mijn verbazing, durfde ik niet harop te zeggen dat ik geschokt was door het bericht van het ANP over de dood van John Lennon. Dat het ervoor zorgde, dat ik niet met mijn hoofd bij reguliere zaken kon blijven. Er was namelijk iets gebeurd, dat groter was dan de vele problemen die de stad Den Haag, toen nog met haar Oude Wijken, kende. Hier was iemand vermoord die – tegen wil en dank – de morele leider was geworden van allen die tegen de Vietnam oorlog waren. John Lennon, die zong over Revolution maar die ook zei ‘But when you talk about destruction, Don’t you know you can count me out’. De man die samen Yoko Ono het universele vredeslied Imagine schreef. Juist deze man was vermoord! Ik moest iets doen met dit moment.

Tot mijn verbazing heb ik het niet aangedurfd. Blijkbaar nog geimponeerd door de gewichtige en serieuze sfeer, die het college domineerde, kon ik het niet aan om ‘onze’ reguliere vergadering te verstoren met de mededeling dat John Lennon was vermoord. Dat dit mij schokte en dat het ons allemaal zou moeten schokken en wij dus niet konden overgaan tot de orde van de dag. Niet aanvaardbaar.

Het is merkwaardig hoe momenten je leven kunnen bepalen. Al veertig jaar draag ik een gevoel van lichte lafheid met me mee. Ik had in dat College, waar ik toen nog maar vier werken lid van was, de moed moeten opbrengen om te zeggen dat wij nu even moesten stoppen met de reguliere vergadering. Dat wij onze gevoelens over deze verschrikkkelijke moord zouden delen. Dat was wel het minste geweest. Helaas, ik liet het moment bij de rondvraag voorbij gaan, en nog altijd draag ik de onvrede hierover met mij mee. Het voelt nog steeds als laf.

'Niet alleen de popwereld raakte in diepe rouw. Lennon leek groter dan een popmuzikant. Iedereen kende The Beatles, iedereen kende John Lennon. Dagenlang hoorde je op de radio Lennon-liedjes, zijn platen waren niet aan te slepen.' Volkskrant, 7 december 2020

Een Beatle gaat niet geruisloos dood. En zeker John Lennon, als leider van de band en als toonaangevende soloartiest met een boodschap, niet. Dus ‘Dagenlang hoorde je op de radio Lennon-liedjes'. Omdat ik nog in de beginweken van mijn wethouderschap zal was ik blijkbaar extra gevoelig voor invloeden van buitenaf. En zo ontdekte ik dat, van alle Beatles-muziek, ik toch vooral een Lennon liefhebber ben. Zijn muziek, zo vaak ook gekoppeld aan zijn persoonlijke ervaringen, bleken voor mij ook de vragen te zijn die mij bezig hielden. Dat werd nog sterker met de solo-albums van John Lennon en Yoko Ono. Veel van Lennon’s composities (Help, I’m a Lozer, Women, Jalours Guy, Imagine) raken in de meest directe zin het leven zelf. het onttrekt zich aan het muziek die vooral het pleasen van de luisteraar tot doel heeft. Bij John Lennon is het jouw keus om er naar te luisteren. Het is niet gemaakt om behaagd te worden. Nee, John Lennon, daar kwam ik toen achter, wist je te raken met de levensvragen die ook deel van jezelf zijn. Een geweten dus, maar dan niet van een prediker, maar van iemand die in staat is om jou de woorden te geven die het mogelijk maken om vragen bij jezelf te stellen.

Voor mij is dat de legacy van John Lennon. Iemand die met zijn muziek en teksten mij – en miljoenen anderen- een permanente inspiratie heeft gegeven. Zowel in mijn privéleven, als in mijn (politieke) werk. Niet dat het mij gelukt is daarin altijd voorbeeldig te zijn, maar het gaf mij wel een gewenste richting. Heel nadrukkelijk niet religieus, niet van bovenaf geprojecteerd, maar als een referentiekader dat dagelijks opnieuw inspireert.

https://www.volkskrant.nl/editie/20211003/john-lennon-shot-dead-8-december-1980-was-een-dag-vol-woede-ongeloof-en-verdriet~b6091b4d/

En nog altijd leren wij niets.

Share and Enjoy !

Shares