Red de Schilderswijk, te beginnen bij de ‘Reconstructie Teniersstraat’

foto-2Hoewel de huizen inmiddels verlaten zijn – klaar om gesloopt te worden – prijkt op de hoek van de Abraham Boemaertstraat en de Van Dijckstraat nog altijd het reliëf ‘Reconstructie Teniersstraat’, een negatief van een verdwenen straatbeeld, in 1987 gemaakt door kunstenares Berry Holslag. Zij maakte het kunstwerk in opdracht van het Haags Gemeentemuseum (lees: het Volksbuurtmuseum, dat toen in de Schilderswijk was gevestigd), met als doel de geschiedenis en het karakter van de Schilderswijk ook na de Stadsvernieuwing levend te houden. Met het eventueel verdwijnen van dit kunstwerk verdwijnt ook de vanzelfsprekendheid van de oude Schilderswijk, de volksbuurt zoals die vijftig jaar terug nog in volle glorie bestond. ‘Red de Schilderswijk’ is daarom mijn oproep, want dit kunstwerk verbeeldt meer dan enkel de vroegere Teniersstraat; het laat op concrete maar tegelijkertijd abstracte wijze – niet beklemmend of kunstmatig optimistisch – zien hoe de wijk vroeger functioneerde.

Concreet en abstract. Concreet, omdat ik als kind dagelijks door de Teniersstraat liep. Ik zie en ruik de buurt, de Jan de Baenstraat, de Heilig Hart Kerk, het Parochiehuis, mijn school en de woningen van mijn vriendjes, waar het opgetrokken vocht vaak de geur van de (op)gang bepaalde. Abstract, omdat het kunstwerk de verbeelding losmaakt van de concrete werkelijkheid. Het toont in algemene zin hoe mensen in de Schilderswijk moesten leven. Een wijk volgepakt met woningen, waar de auto’s bezit hadden genomen van de schaarse openbare ruimte. Speelruimte was er nauwelijks, eigenlijk alleen op de smalle stoepen. Als je het reliëf bekijkt voel je de drukte op de straten en de bedrijvigheid die op de binnenterreinen achter de huizen, min of meer aan het oog onttrokken, schuil gaat. Het is een treffend beeld waarmee het hart van de Schilderswijk – eerst door de fotograaf, later door de kunstenares – voor altijd is vastgelegd. Gewoon een pakkende verbeelding, waarmee een wijk waar toen 45.000 mensen woonden tot leven wordt gebracht.

NaamloosMaar het kunstwerk heeft een bredere betekenis. Het staat symbool voor de ontdekking dat Stadsvernieuwing niet slechts een technisch proces was, maar vooral ook een culturele activiteit. Mijn vorig jaar overleden broer John Duivesteijn – destijds (oprichter en) directeur van het Volksbuurtmuseum – was één van de eersten die de gemeente Den Haag, en dus ook mij als vertegenwoordiger ervan, verweet dat de Stadsvernieuwing te zeer een machine was; een machine die primair de fysieke gebreken herstelde. Wij, de gemeente en de woningbouwcorporaties, hadden op dat moment onvoldoende door dat de Stadsvernieuwing ook in sociaal en cultureel opzicht van betekenis was. Een wijk is méér dan de optelsom van huizen, méér dan de optelsom van de mensen die er wonen. John liet met zijn pleidooi voor een focus op culturele eigenschappen van de wijk zien dat een samenleving juist wordt gekenmerkt door culturele en sociale patronen, en dat deze patronen net zoveel aandacht vragen als de fysieke vernieuwing. Het heeft ertoe geleid dat ik, als wethouder, in 1984 de campagne ‘Stadsvernieuwing als kulturele aktiviteit’ introduceerde. Vanaf dat moment was er aandacht voor de identiteit van de buurt, voor de architectuur van de wijk, voor kunst in de openbare ruimte; het waren componenten die een prominente plek in het herstel van oude wijken hebben gekregen. Samen met Henk Overduin, Theo van Laar en Ed Ruskauff verbond mijn broer dit met elkaar in het zogenoemde Buitenmuseum; kunst in de publieke ruimte, dus voor iedereen toegankelijk, werd gecombineerd met de geschiedenis van de Schilderswijk zelf. De fotogalerij aan de Van Ostadewoningen, het standbeeld van het paard van de schillenboer en het reliëf van Holslag zijn er illustraties van; een lint van kunstwerken die uitdrukking gaven aan het wezen van de volksbuurt de Schilderswijk. Feitelijk was er sprake van een mooie synthese. Waar ik met ‘Stadsvernieuwing als kulturele aktiviteit’ pleitte voor buurt in de kunst, stelde het Buitenmuseum kunst in de buurt centraal. Onder het motto ‘kunst in de buurt, buurt in de kunst’ kwamen er van beide kanten bijzondere initiatieven van de grond, met als gemene deler het uitgangspunt dat bewoners konden meepraten over de inrichting van de openbare ruimte.

foto-1Met het neerhalen van enkele woningen verdwijnt, kortom, meer dan een ‘vastzittend’ kunstwerk van Berry Holslag. Er verdwijnt een stukje verbinding met de vroegere Schilderswijk, een protestdaad tegen een vorm van Stadsvernieuwing die voornamelijk technisch gedreven was en – niet onbelangrijk – een symbool van het keerpunt in het Haagse Stadvernieuwingsbeleid. Het mooie van het kunstwerk is dat het deze zwaarte vertegenwoordigt, maar alles op een ontspannen, bijna lichtvoetige manier inzichtelijk maakt. De oude Schilderswijk blijft zo onderdeel van ons collectieve geheugen, zonder dat het een last is. Ik wil er dan ook voor pleiten om dit kunstwerk als erfgoed te beschouwen, om het te koesteren. Het hoort bij de geschiedenis van de Schilderswijk en, op een hoger schaalniveau, bij de geschiedenis van de Nederlandse Stadvernieuwing. Daarom onderschrijf ik het initiatief van Eelco van der Waals (en anderen), en roep ik de gemeente Den Haag en woningcorporatie Haag Wonen op om zich in te spannen om het reliëf in z’n huidige vorm te redden, op dezelfde of een andere locatie in de Schilderswijk.

Want de Schilderswijk – een wijk die met generaliserende uitspraken van politici en journalisten vaak wordt gediskwalificeerd en gestigmatiseerd – verdient ook schoonheid, zeker als de wijk daar zélf onderwerp van is.

Voor meer informatie en achtergronden, zie de website van Omroep West. Ook leuk is een oud krantenartikel, waarin wordt stilgestaan bij (de drijfveren achter) het Volksbuurtmuseum en het initiatief van het Buitenmuseum – met een foto van mijn broer John Duivesteijn voor de ‘Reconstructie Teniersstraat’.

Share and Enjoy !

Shares