‘De democratie van het zand’ gaat over het leven in het eigen levenswerk

Een persoonlijke boekrecensie

2Zaterdag 8 maart mocht ik van Henk Mulder, wethouder Duurzame Ruimtelijke Ontwikkeling in Almere, het eerste exemplaar van het boek ‘De democratie van het zand; bouwen in het Homeruskwartier van Almere’ in ontvangst nemen. Schrijfster Corine Koole schreef een uitgebreid inleidend essay, gevolgd door een serie interviews met mensen die hun eigen woning bouwden in Homeruskwartier in Almere Poort; fotograaf Ralph Kämena, die in de loop der jaren veel van Almere heeft gefotografeerd, gaf de geïnterviewden ook een gezicht.

Koole en Kämena beschrijven Homeruskwartier in hun boek nadrukkelijk níet als stedenbouwkundig fenomeen; als een voor Nederlandse begrippen ongekend groot raamwerk met een veelheid aan kavels, in verschillende vormen en groottes. Nee, het boek toont, heel consequent, de mensen in hun eigen universum; hun individuele schepping in een wereld die zij collectief creëerden. Koole zoekt in de interviews naar de drijfveren van zelfbouwers, naar hun persoonlijke verlangens en hoe die hun fysieke weerslag hebben gekregen in de woningen die zij hebben gebouwd. Ze weet hun enthousiasme te vangen, hun trots te vatten in woorden. Kämena doet dat in beeld. Zijn foto’s zijn complementair, maar lezen tegelijkertijd als een eigenstandig, optimistisch verhaal. En hoe bijzonder sommige woningen ook zijn; hij heeft de verleiding weerstaan om zich te laten afleiden door de architectuur. In zijn foto’s gaat het om de mens – de mens die kookt, een boek leest, vrienden ontvangt, rommel maakt en weer opruimt, in de zon zit of bij het haardvuur, in een woning die van A tot Z op hem of haar is toegesneden. Het deed mij denken aan een interview dat een tijd terug in De Volkskrant stond, met een zelfbouwer in Homeruskwartier. Enigszins suggestief vroeg de journalist of de woning wel verkoopbaar was, met die vreemde indeling en die rode keuken. Het antwoord was kort maar krachtig: “maar ik woon er nu toch?”. ‘De democratie van het zand’ draait min of meer om dit citaat; het maakt duidelijk dat bij zelfbouwers niet de (toekomstige) materiële waarde van de woning centraal staat, maar al die immateriële waarden die een eigen, zelfontworpen huis vertegenwoordigt. “Geluk is niet te koop, maar kun je wel bouwen”, schreef Koole treffend in haar introductie. Ieder huis is een thuis, een baken van rust, een plek die letterlijk van jou is, waar je je geborgen weet en van waaruit je de wereld betreedt. En juist omdat die immateriële waarden zo individueel bepaald zijn, is het niet meer dan vanzelfsprekend dat er, wanneer mensen zelf bouwen, zo’n rijkheid aan verschillende ‘thuizen’ ontstaan. Het boek legt ongedwongen maar in alle scherpte bloot dat eerder het tegenovergestelde het geval is; dat het eigenlijk heel vreemd is dat zoveel van onze woningen, wanneer die door projectontwikkelaars of woningcorporaties voor ons worden gebouwd, vrijwel identiek aan elkaar zijn, terwijl onze persoonlijkheden zover uiteen lopen.

imageWat dit boek voor mij bijzonder maakt is, kortom, dat het primair gaat om de gebruikers van de woning. Zíj maken hun woningen en daarmee de wijk en de stad, in ruimtelijke en sociale zin, ieder afzonderlijk maar vooral ook gezamenlijk. Dit boek brengt hén in beeld, en laat zien hoe down to earth het creatieproces eigenlijk is. Particulieren ontwerpen hun huis zonder enige vorm van superioriteit – voor hen is het geen verdienmodel, geen product dat in de markt moet worden weggezet –, maar gewoon, op basis van hun eigen wensen en smaak. Zo voorzien zij in een hele elementaire behoefte, namelijk het inhoud geven aan het eigen leven; de woning is daarbij een dankbaar en dierbaar instrument. In die zin is de titel ‘De democratie van het zand’, bedacht door de gemeentelijk conceptontwikkelaar van Homeruskwartier Jacqueline Tellinga, ook zo goed gekozen. Het heeft niet alleen betrekking op de extreme differentiatie in de woningbouw – het zand van Homeruskwartier verwelkomt iedereen – maar duidt vooral op de enorme vrijheid die mensen krijgen om zélf de grootte, hoogte, plattegrond, stijl en verschijningsvorm van de eigen woning te bepalen. Zeggenschap in z’n puurste vorm.

Heel bijzonder is dat Koole en Kämena zelf ook gegrepen (b)lijken te worden door de verhalen van de zelfbouwers. Want wat begint met een zekere scepsis – Koole brengt dit expliciet onder woorden; wie wil er nu zelfbouwen in Almere? – mondt uit in een niet te onderdrukken bewondering voor het ondernemerschap en de creativiteit van zelfbouwers; voor het feit dat zij de kans hebben aangegrepen om te leven in hun eigen levenswerk. Het is een omslag die ik ook dikwijls heb gezien. De zelfbouwwijken, Homeruskwartier in het bijzonder, doorbreken de preoccupaties dat eenvormigheid en Almere synoniem aan elkaar zijn, dat Almere een slaapstad, een new town zonder karakter is. Gaandeweg dringt door dat die eenvormigheid eerder te maken heeft met het gevoerde bouwbeleid, en dat dat bouwbeleid een act van bestuurders is en dus anders kan. Op het moment dat dat gebeurt ontstaat er plotseling ruimte voor een explosie van diversiteit; een diversiteit die een eigen aantrekkingskracht sorteert. Of, in de woorden van de Amsterdamse Corine Koole: “Daags daarna hoorde ik me tegen vrienden zeggen dat ik me heel goed kon voorstellen dat je een kavel koopt in Almere (…) Ik ben bezield door het enthousiasme en de pret van de bewoners, waarvan ik er niet één heb ontmoet die spijt had van zijn avontuur. Allemaal bouwden ze behaaglijke huizen als handschoenen die verwarmen en omarmen.”

Al met al ligt er een uniek document. Het is een inspiratiebron voor eenieder die overweegt om zelf te bouwen maar twijfelt of dat wel een verstandige beslissing is. Meer nog is het een leerzaam document voor al die paternalistische politici en stedenbouwers die nog altijd geloven dat er vóór de mensen moet worden gebouwd, dat een stad van bovenaf moet worden gedicteerd. Voor architecten laat het boek zien dat een veelheid aan particuliere opdrachtgevers, in plaats van een handvol institutionele partijen, hun vak opnieuw betekenis geeft. Façadearchitectuur behoort tot het verleden, en het maken van bijzondere architectuur moet niet worden uitgesloten. Maar als het boek iets duidelijk maakt, dan is het dat het in 2008 geformuleerde Almere Principale ‘mensen maken de stad’ overal een realiteit zou kunnen zijn. De vraag is of het bestuur de moed heeft om haar burgers principieel dat vertrouwen te geven. Voor hen die nog twijfelen: wandel door Homeruskwartier, en ervaar hoe mooi de democratie van het zand kan zijn.

Het boek is uitgegeven door uitgeverij Prometheus/Bert Bakker, ISBN-nummer 9879035140929. Zie ook de website.

Share and Enjoy !

Shares