Wijst de Schilderswijk de weg naar een multiculturele samenleving?

Schilderswijk n5 j5 p6Voor de SchildersWIJKkrant schrijf ik regelmatig columns. Mijn vorige column – titel: ‘De tegenkracht moet, opnieuw, vanuit de Schilderswijk zelf komen’ – ging over het feit dat de spanningen in de wereld hun weerslag hebben op de Schilderswijk.

Mijn recente column gaat ook over de Schilderswijk, en is gebaseerd op een wandeling die ik in januari van dit jaar maakte met Zoulikha Massaoudi (19 jaar) en Kaoutar Hadchoune (20 jaar), twee Schilderswijkers met Marokkaanse wortels. De wandeling werd georganiseerd door uitgeverij Trancity, om te achterhalen welke invloed de publieke ruimte heeft op de vitaliteit van de wijk en de ontwikkeling van haar bewoners. Overigens ben ik niet de enige die de wandeling maakte; ook journalist Tijs van den Boomen werd rondgeleid, en schreef er in NRC een verhaal over.

Het zou persoonlijk worden, zo beloofde de uitnodiging: “Wij nemen u mee door ónze Schilderswijk”. En inderdaad, het werd niet zomaar een wandeling. Ik maakte er wel drie tegelijkertijd. Zo is iedere wandeling door de nieuwe Schilderswijk voor mij onvermijdelijk ook een tocht door mijn oude wijk. Nog altijd kan ik de wijk ruiken, en hoor ik de geluiden van de machines in de werkplaatsen op de binnenterreinen; nog zie ik snackbar Tieleman aan de Vaillantlaan, de snoepwinkel in de Van Mierisstraat en het badhuis in de Jan van Goyenstraat. Maar het is niet alleen de gezellige, karaktervolle Schilderswijk die ik zie. Nee, ik zie ook die andere kant, die gaat over de leefbaarheid – of, beter gezegd: het gebrek daaraan. De woonomstandigheden waren vroeger soms erbarmelijk. Je kunt het je nu nauwelijks meer voorstellen, maar we leefden tussen – en heel vaak in – krotten en sloppen.

Maar voor Zoulikha en Kaoutar ging het daar in hun wandeling al lang niet meer over. Voor hen ging het over het met elkaar samenleven in de Schilderswijk. “Wij zijn trots op onze wijk, wij zijn geboren en getogen Schilderswijkers en laten graag zien hoe bijzonder die is”, straalden ze uit. Ze lieten ons zien dat die tegenwoordige Schilderswijk – die door 33.000 mensen wordt bewoond, waarvan 93% een andere culturele achtergrond heeft dan de Nederlandse – samen zo’n 150 culturen vertegenwoordigen; ze lieten zien dat de Schilderswijk een afspiegeling is geworden van een veranderde tijd. Een tijd waarin grenzen niet meer allesoverheersend zijn, maar waarin mondiale migratiestromen zorgen voor verandering.

Voor mij werd het juist daarom zo’n bijzondere wandeling omdat het heel goed liet zien dat de oude Schilderswijk niet meer hetzelfde is, zoals ook het oude Den Haag en het vroegere Nederland dat niet is. In de afgelopen vijftig jaar is de wereld wezenlijk veranderd. De vroegere wereld bestaat nog wel in het geheugen van mensen maar ook die mensen zijn verder gegaan. Niemand is stil blijven staan.

De Schilderswijk is – gelukkig – ook geen stadvernieuwingswijk meer. Natuurlijk, in fysieke termen is er altijd wat te doen, maar dat is geenszins meer het hoofdprobleem. Nu ligt er een andere, misschien wel grotere opgave. Een opgave die sinds de zomer van 2014 – met de oplopende internationale spanningen – een extra dimensie heeft gekregen. Die opgave gaat ons allen aan en betreft de vraag hoe wij met elkaar in de nieuwe Schilderswijk willen samenleven. Doen wij dat naast elkaar of met elkaar. Sluiten wij ons op in de eigen groep of delen wij met elkaar onze eigen cultuur en bouwen wij aan gezamenlijke waarden en normen. En die vraag raakt niet alleen de Schilderswijkers. Want onze samenleving, en al helemaal onze steden, krijgen volgens het Planbureau voor de Leefomgeving te maken met een verdere toename van de diversiteit van haar inwoners. De vraag van hoe met elkaar in een veelvoud van culturen samenleven gaat ons dus allemaal aan. De vraag is dus vooral hoe doe je dat dan?

Als de Schilderswijk erin zou slagen te komen tot een werkelijke integratie van autochtonen en allochtonen, atheïsten, christenen, islamieten en joden, dan wordt zij een lichtend voorbeeld voor ons hele land. Bevreesd zijn voor het onbekende dat bij veel Nederlanders nu nog domineert kan dan op grote schaal plaatsmaken voor een open en culturele uitwisseling. Zoulikha en Kaoutar lieten mij tijdens de wandeling in hun Schilderswijk zien dat wij van elkaar kunnen gaan leren, misschien wel juist van elkaars verschillen. Het is niet moeilijk de spanningen die er nu ook zijn te stapelen en verder aan te zetten. Moeilijker is het om het samenwonen ook samenleven te laten zijn.

Ik ben ervan overtuigd dat alleen maar daarin de basis zal liggen van onze moderne samenleving. Wat zou het niet mooi zijn als juist de Schilderswijk het model zal gaan aanleveren voor een werkelijke multiculturele samenleving in ons gezamenlijk Nederland. Dat kan wanneer hieraan door een – gelukkig al aanwezige – beweging van onderop, van bewoners en haar organisaties, van kerken, moskeeën, scholen en sportverenigingen, gezamenlijk inhoud wordt gegeven aan een Nieuwe Schilderswijk.