Tagarchief: Wooncoöperatie

Met de nieuwe Minister van Wonen Kajsa Ollongren krijgen Wooncoöperaties in 2018 vleugels

21 december 2017, het begin van de winter, zou weleens een nieuwe lente kunnen gaan inluiden voor de wooncoöperatie in ons land. Het was deze dag, in een week van heftige griep kwam ik er graag mijn bed voor uit, dat er een eerste kennismaking plaatsvond met de nieuwe Minister van Wonen Kajsa Ollongren (D66) en de Stuurgroep Wooncoöperaties van het gelijknamige stimuleringsprogramma van de rijksoverheid dat wordt uitgevoerd door het Platform 31.

Joris Wijsmüller, Walter Hamers, Kajsa Ollongren, Adri Duivesteijn en Hamit Karakus

Het was alweer vier jaar na het spraakmakende debat op 16 december 2013 in de Eerste Kamer over het Woonakkoord. Een debat dat midden in de nacht eindigde met de toezegging van de toenmalige Minister van Wonen Stef Blok (VVD) dat de Wooncoöperatie een evenwaardige plek in ons sociale woonstelsel zou gaan krijgen. En inderdaad met de invoering van de Woningwet 2015 – artikel 18 a – heeft de wooncoöperatie voor het eerst sinds de Woningwet 1901 een wettelijke status binnen ons sociale woonstelsel.

Ik kijk er, zoals velen met gemengde gevoelens op terug, omdat de kern van het Woonakkoord fundamenteel indruiste tegen de beginselen van ‘toegankelijkheid, betaalbaarheid en zeggenschap’ in het wonen voor iedereen. Helaas bleken die beginselen voor de toenmalige leider van de PvdA geen betekenis te hebben toen deze een Regeerakkoord sloot met de VVD. Een – toenemend – marktconform huurbeleid, invoering van de verhuurdersheffing als platte belastingmaatregel  werden ingeruild voor een prijscompensatie in de huurtoeslag voor de lagere inkomens en een verandering van het stelsel van de hypotheekrenteaftrek. Met dit Woonakkoord zou per saldo vooral de kwetsbaarheid van alle huurders gaan toenemen zonder dat zij een mogelijkheid kregen om aan dit systeem van ‘verzorging’ te ontsnappen.

Ik ben een overtuigd voorstander van een goede sociale huursector. Maar niet enkelvoudig als monopolist voor huisvesting van lagere inkomens. Zelfbeschikking, zelforganisatie en zelfbeheer zijn de kernbegrippen van het wonen in deze eeuw. Ook huurders binnen de sociale huursector moeten het grondrecht krijgen – net als in de landen om ons heen-  om zelf inhoud te kunnen geven aan hun eigen wonen (Right to Manage) en het beheer van haar woonomgeving (Right to Challence). Juist het Woonakkoord was voor mij een extra reden om tijdens dit debat te pleiten voor een wettelijk recht voor huurders om zichzelf te kunnen organiseren en binnen ons sociale woonstelsel een eigen wooncoöperatie op te richten. Slechts een keiharde confrontatie, met de regering, waarin ook mijn partij verantwoordelijkheid droeg, leidde tot de toezegging van het opnemen van de Wooncoöperatie in de Woningwet. En eerlijk is eerlijk, de Minister van Wonen Stef Blok heeft woord gehouden en heeft in zijn Woningwet 2015 de Wooncoöperatie een officiële status gegeven. Tevens gaf hij gehoor aan de wens van de Eerste Kamer om een stimuleringsprogramma vorm te geven. Nog in 2014 startte het Platform 31 met een eigen programma. In 2015, volgde in opdracht van de rijksoverheid, een verbreding van dit programma over het hele land. In 2016 kwam de minister van Wonen met een experimenteer regeling die het mogelijk maakt dat woningcorporaties – al dan niet onder voorwaarden – 50% korting kunnen geven op de taxatiewaarde van de woningen bij overdracht aan een woningcorporatie. 

Met de invoering van een wettelijke status van de Wooncoöperatie in de Woningwet is een eerste stap gezet naar de verbreding van ons woonstelsel dat sinds haar begin in 1901 gevangen zit in het cliché van óf (sociale) huur óf koop. Meer smaken kennen wij niet. Bovendien is het inkomen bepalend of je een woning kan en mag kopen dan wel een woning moet huren. Dat veel huurders hun wonen anders willen invullen werd duidelijk met het programma Wooncoöperatie van het Platform 31. In het hele land zien wij tal van initiatieven onder bewoners om te komen tot een vorm van zelforganisatie. Maar helaas ook maakt het ook duidelijk, dat er nog veel belemmeringen zijn en – eufemistisch gesteld – veel woningcorporaties nog niet echt ten volle willen meewerken aan deze vorm van verzelfstandiging van hun huurders. Het was dan ook zeer goed nieuws, toen in het nieuwe Regeerakkoord van deze regeringscombinatie, waar zoals bekend mijn partij geen deel van uitmaakt, een werkelijk hele mooie passage is opgenomen die bepalend kan zijn voor de toekomst van ons woonstelsel, en de wooncoöperatie in het bijzonder.

“Een wooncoöperatie is een organisatievorm waarbij huurders gezamenlijk eigenaar zijn van de woningen. De wooncoöperatie vormt een alternatief voor twee ‘traditionele’ oplossingen die we in Nederland kennen: het op individuele basis huren van een woning van een externe partij en het individuele eigendom van een woning. In wooncoöperaties zijn mensen directer betrokken bij het beheer van hun woningen en de leefomgeving. Onderzocht zal worden hoe de mogelijkheden voor het beheer van hun woning en leefomgeving voor de leden van de wooncoöperaties om de huurwoningen over te nemen kunnen worden vergroot” Regeerakkoord 2017-2021, hoofdstuk 2.3 Wonen, pagina 32

In niet mis te verstane woorden stelt, voor het eerst – sinds de invoering van de Woningwet 1901 – een regering, dat wij voor ons wonen slechts ‘traditionele’ oplossingen (huur of koop) hebben, en dat de wooncoöperatie een alternatief is om zelf inhoud te geven aan het wonen en de mogelijkheden hiertoe moeten worden vergroot. Daarmee lijkt de tijd rijp voor een echte doorbraak van het fenomeen wooncoöperatie.

Wij weten het, woorden in een Regeerakkoord zijn geduldig. The proof is in the eating of the pudding. De vraag is daarbij vooral wat de ambitie van de nieuwe Minister van Wonen is? Op welke wijze gaat zij inhoud geven aan de mooie volzin in het regeerakkoord? Al direct aan het begin van onze kennismaking in ons gesprek liet de minister van BZK blijken blij te zijn, dat ‘wonen’ deel van haar portefeuille was geworden en dat zij er naar uitkeek om hieraan inhoud te geven. Maar wat voor de stuurgroep nog veel belangrijker was, was dat zij overtuigend de gedachte van de wooncoöperatie binnen ons woonstelsel omarmde. Onomwonden gaf zij aan een vervolg te willen geven aan het lopende stimuleringsprogramma van het Platform 31. Dat zij open staat om met elkaar te werken aan standaarden die het voor bewonersorganisaties, woningcorporaties en banken gemakkelijker maken tot gezamenlijk te komen tot de oprichting van wooncoöperaties. Ze wil overwegen om de huidige (tijdelijke) kortingsregeling bij de overdracht van sociale huurwoningen aan de nieuwe woningcorporaties, die werd ingevoerd door minister Blok, en die voor de haalbaarheid en betaalbaarheid van initiatieven cruciaal zijn, voort te zetten en mogelijk definitief te maken. Nog voor de gemeenteraadsverkiezingen wil ze heel graag kennis maken met de praktijk van de vele wooncoöperaties-initiatieven die in ons land actief zijn. En tot slot, last but not least, zij met het Platform 31 het geplande tweede congres over Wooncoöperaties graag naar voren wil halen (wordt nu mei 2018!) om juist daar ook haar beleidsvoornemens uiteen te kunnen zetten. Kortom wij kunnen in 2018  met een enorme energie vooruit!

100 jaar bestaat de Wooncoöperatie Berg en Daal (Papaverhof) in Den Haag. Hun publicatie is voor de nieuwe minister van wonen een mooie inspiratiebron.

Al vanaf 1975 heb ik tal van overleggen met ministers van wonen meegemaakt. Maar niet eerder heb ik een nieuwe minister voor wonen zo helder en open horen spreken over het aspect van het recht op zeggenschap om het eigen wonen inhoud te geven. En ik stond niet alleen in mijn waardering. Alle leden, projectleider en adviseur van de Stuurgroep Wooncoöperatie die het overleg bijwoonden waren op gelijke wijze enthousiast. Hier zit een Minister van Wonen die niet gevangen is in een belangenstructuur van de vroegere zuilen, dan wel opgesloten zit in een politiek dogma waar of de overheid alles moet doen of juist niets, omdat de markt het wel zou kunnen. Juist deze opstelling kan het pad effenen voor een meer open en modern woonstelsel, waarin er naast (sociaal) huren en kopen ruimte is voor zelfbeschikking, zelforganisatie en zelfbeheer van de mensen die dat zelf willen in de vorm van een wooncoöperatie. Wanneer zij dat met zorg uitwerkt kunnen wij de collectieve waarde van ons woonstelsel behouden, maar dan wel met een gelijkwaardige plaats voor de wooncoöperatie naast die van de woningcorporatie. Het Regeerakkoord en de kennismaking met de open mind bij deze nieuwe minister van Wonen vormen voor mij een mooie afsluiting van het jaar. Maar veel belangrijker is dat het in 2018 perspectief biedt aan de talrijke initiatieven van bewoners. Ik zou zeggen: laat het tweede congres over Wooncoöperaties dat door het Platform 31 in mei 2018 zal worden georganiseerd, de (door)start worden van een veelvoud van bewoners/huurders initiatieven voor wooncoöperaties overal in ons land. Het echte werk kan nu beginnen. Voor allen die dat willen zou ik zeggen: Op naar zelfbeschikking, zelforganisatie en zelfbeheer in ons wonen.

Voor meer informatie over de Wooncoöperatie kunt u kijken op mijn website, onder thema wonen: de wooncoöperatie.

Daarnaast is er een uitgebreide site over de wooncoöperatie bij het Platform 31 . Tenslotte is er het kennisnetwerk van wooncoöperaties COOP-link waar bewonersorganisaties informatie verstrekken over hun initiatieven.

De doorstart van de Wooncoöperatie is begonnen

Vaak heeft een gedachte tijd nodig om te beklijven. Dat is zeker het geval met de wooncoöperatie. Ons land kent al sinds 1901 in de Woningwet het fenomeen ‘toegelaten instellingen’. Dit zijn instellingen waar de uitvoering van de publieke zorg voor het wonen is neergelegd. Dit is inmiddels uitgegroeid tot wat nu heet de sociale huursector welke het bezit en beheer heeft over zo’n 2.4 miljoen huurwoningen. Anders dan in de omringende landen heeft Nederland geen sociaal woonstelsel waarin ook bewoners met een lager inkomen zelf inhoud kunnen geven aan hun wonen. In Nederland is de burger aanvankelijk ‘verzorgt’ en tegenwoordig zien wij deze  vooral als een woonconsument, of zoals de meeste woningcorporaties deze tegenwoordig noemen: klanten.

Woonproducent zijn, dat wil zeggen dat je zelf inhoud geeft aan het eigen wonen  is niet weggelegd voor al die huishoudens die zijn aangewezen op een sociale huurwoning. Zij moeten zich voegen in dat wat hen wordt aangeboden en dat zijn feitelijk alleen maar huurwoningen. In ons land zijn deze van een  redelijke tot goede kwaliteit. Dat is ook niet het vraagtuk. Wel staat, door het huurbeleid, de betaalbaarheid onder druk. Voor de meeste woningen zijn de huishoudens met een laag inkomen dan ook afhankelijk van een huurtoeslag van de rijksoverheid. Kortom voor deze groep is er altijd een afhankelijkheidsrelatie. Deze afhankelijkheid is eigenlijk niet meer van deze tijd. Burgers zijn in vergelijking  met vroeger vele malen zelfstandiger geworden. Dat geldt ook voor veel huishoudens die statistisch behoren tot de lagere inkomensgroepen. Je mag dit ook gerust zien als een emancipatie die burgers in de afgelopen veertig jaar hebben doorgemaakt. Daarom is het ook niet meer dan wenselijk dat nu ook ons woonstelsel zich gaat moderniseren. Dat kan door het sociale woonstelsel te verbreden met het recht op zelforganisatie en zelfbeschikking. Die burgers (huurders) die dat willen kunnen dan, op een verantwoorde wijze, ook zelf inhoud geven aan hun wonen.

Al jaren pleit ik daarom voor het creëren van een beschermde vorm van zelforganisatie binnen ons woonstelsel. De coöperatieve gedachte is daarvoor de meest geschikte vorm. Hoewel ik al vanaf 1996 initiatieven onderneem, onder andere met de nota ‘De Koopwoning Bereikbaar”, om deze vorm van burgerinitiatief structureel mogelijk te maken, is het pas gelukt tijdens het december-debat in 2013 toen de Eerste Kamer het Woonakkoord behandelde.  Na een heftige week werd beklonken dat de Wooncoöperatie zou worden opgenomen in de Woningwet en een volwaardige plaats zo krijgen naast de vertrouwde ‘toegelaten instellingen’. En, het mag gezegd, minister Stef Blok heeft zijn toezeggingen waargemaakt en sinds 2015 maakt de wooncoöperatie  deel uit van de Woningwet. Direct daarop volgend is er een aanzienlijk stimuleringsprogramma opgezet door het Platform 31 dat nog steeds loopt. Inmiddels wordt steeds duidelijker dat veel huurders open staan voor deze vorm van zelfbeheer in het wonen. De ervaringen uit het stimuleringsprogramma maken echter ook duidelijk dat er nog heel wat hindernissen moeten worden genomen. Niet in de laatste plaats de bijna fysieke weerzin van veel professionals bij woningcorporaties om iets van hun verkregen ‘macht’ te delen met de leden uit hun doelgroep. Liever ‘verzorgen’ zij zelf deze burgers. Gelukkig zijn er ook binnen de sociale huursector witte raven die juist vanuit het traditionele idealisme en emancipatie doelstelling van onze volkshuisvesting inhoud willen geven aan de de wooncoöperatie. Zij zijn bondgenoten en kunnen hun collega’s de voorbeelden aanreiken die laten zien dat de wens op zelfbeheer en zelfbeschikking een heel normaal menselijk trekje is.

Voor de komende jaren is een echte goede structurele inbedding noodzakelijk binnen ons woonstelsel voor de wooncoöperatie. De vraag is natuurlijk hoe dat kan worden vormgegeven en welke politieke steun er is om de Wooncoöperatie verder in ons sociale woonstelsel te verankeren? Deze steun lijkt steeds groter te worden. Want de partijen die deze nieuwe regering steunen willen de positie van de Wooncoöperatie verstevigen en hebben dat in het Regeerakkoord vastgelegd:

“een wooncoöperatie is een organisatievorm waarbij huurders gezamenlijk eigenaar zijn van de woningen. De wooncoöperatie vormt een alternatief voor twee ‘traditionele’ oplossingen die we in Nederland kennen: het op individuele basis huren van een woning van een externe partij en het individuele eigendom van een woning. In wooncoöperaties zijn mensen directer betrokken bij het beheer van hun woningen en de leefomgeving. Onderzocht zal worden hoe de mogelijkheden voor het beheer van hun woning en leefomgeving voor de leden van de wooncoöperaties om de huurwoningen over te nemen kunnen worden vergroot”

Ik zou zeggen de doorstart van de Wooncoöperatie is begonnen. Het Regeerakkoord is, naar mijn mening, de ultieme erkenning dat het woonstelsel zich zal gaan verbreden naar een recht van huurders op deze vorm van zelforganisatie. De weg er naar toe zal zeker nog heel wat hobbels kennen maar er is nu een heel goede doorstart mogelijk. Ik kijk dan verwachtingsvol uit naar de initiatieven van de voormalige oud-wethouder van Amsterdam en de huidige minister van Wonen Kajsa Ollongren (D66) . Zij kent de problematiek van de stad en vooral ook de noodzaak om meer sociale verbanden in wijken te stimuleren. En, wat nu ook kan helpen is dat zij een Scandinavische achtergrond heeft. Voor mij zijn deze landen altijd het voorbeeld geweest van het ideale woonstelsel waarin de wooncoöperatie een volstrekt normaal gegeven is. Wanner zij haar volle steun geeft aan de basisgedachte van coöperatief wonen kan zij met betrekkelijk eenvoudige maatregelen de weg effenen voor een verder uitbouw van de Wooncoöperatie. Een mogelijk voorstel zou kunnen zijn dat het huidige uitponden van sociale huurwoningen aan commerciële partijen wordt vervangen door een voorkeurrecht voor huurders die met elkaar een Wooncoöperatie willen vormen. Het definitief maken van de kortingsregeling is een volgende. En een risicofonds, bijvoorbeeld in samenwerking met de NHG, kan de financiering van de wooncoöperatie vergemakkelijken.

Hoezeer bewoners uitkijken naar deze vorm van ‘verzelfstandiging’ komt ook weer eens aan de orde in een mooi artikel van De Groene Amsterdammer, Ons Dorp, begin je eigen wooncoöperatie . Zelf heb ik deze week in het CorporatieGids magazine nog eens uiteengezet waarom ik zo hecht aan de uitbouw van de Wooncoöperatie. Ik verwijs daarvoor graag naar deze link: 2017-10 – CorporatieGids Magazine – Adri Duivesteijn over de Wooncoöperatie

Ik zou zeggen tegen de al die huurders die woonachtig zijn in de sociale huursector en die graag zelf inhoud willen geven aan hun zelfbeschikkingsrecht en dat via zelforganisatie en vormen van zelfbeheer  willen doen, oriënteer je bij het Platform 31, dan wel CoopLink. Er liggen nu kansen die het de moeite waard maken om met elkaar inhoud te geven aan een beweging van onderop die het wonen dichter bij de mensen zelf zal gaan brengen.

 

 

 

Copekcobana, Ymere en de (niet)kansen van een Wooncoöperatie i.o.

Steeds vaker komen huurders met de vraag om zelf hun eigen wooncoöperatie te mogen vormen. Dat de weg er naar toe nog niet vanzelfsprekend is laat het voorbeeld van de Pekbuurt in Amsterdam Noord zien. Dat Ymere niet mee wil werken is twijfelachtig maar dat zij daarvoor drogredeneringen hanteert is een woningcorporatie onwaardig. Ik schreef hierover een opinie voor het Parool. Deze opinie en een aantal andere artikelen vind u hierover. Voor verder achtergronden over de opkomst van wooncoöperaties zie mijn pagina De Wooncoöperatie

Copekcabana, de wooncoöperatie, dat zijn wij zelf

Ymere zet streep door wooncoöperatie in Noord

Parool – Opinie over Copekcabana en Ymere inzake Wooncoöperaties

Diederik Samsom ontdekt op de valreep de coöperatie

In de reeks persoonlijke initiatieven die de PvdA leider Diederik Samsom op de valreep van deze kabinetsperiode publiceert verscheen gisteren (24 augustus 2016) de Initiatiefnota Initiatiefnota “De herovering van de publieke samenleving. Naar coöperatief bestuur ““De herovering van de publieke samenleving. Naar coöperatief overheidsbestuur”. Hij schreef deze nota samen met zijn CU-collega Gert Jan Segers. De nota laat zien dat de samenleving vol zit met burgerinitiatieven die in onze samenlevingsstructuur in de overheid en het publieke middenveld niet of onvoldoende de kans krijgen om echt tot bloei te komen. Om dat te veranderen pleiten zij gezamenlijk voor “een overheid dus die dit soort initiatieven niet van bovenaf beknot, zoals nu te vaak gebeurt, maar juist aansluit bij ontwikkelingen van onderop; ruimte geeft, ondersteunt, stimuleert. Een overheid als partner. Dat is wat we willen.

Zelf kan ik de lijn van de initiatiefnota alleen maar toejuichen. Als fervent aanhanger van het coöperatieve model schreef ik al in 1996, samen met Rick van der Ploeg, de nota “De Koopwoning bereikbaar”. Het was een pleidooi voor een verregaande vorm van zelfbeschikking van huurders door middel van zelfbeheer via een wooncoöperatie. Binnen de sociale huursector werd zeer terughoudend gereageerd op deze vorm van zelforganisatie. Zoals we wel vaker zien zijn de professionals in de verzorgingsstaat te zeer gaan hechten aan hun eigen rol en taak. De gedachte dat burgers, in dit geval huurders, zelf het heft in eigen hand nemen is voor hen helemaal niet vanzelfsprekend. Veel verder dan de wet Bevordering Eigen Woningbezit voor lagere inkomens zat er, in die tijd, politiek niet in. Maar het was wel een eerste stap in de vorming van een eigendomsneutrale volkshuisvesting, waarbij lagere inkomens een min of meer gelijkwaardige keus kregen tussen het kopen of huren van een woning.

In Almere kon ik als wethouder laten zien dat burgers echt graag zelf inhoud willen geven aan hun eigen wonen. Via het particulier opdrachtgeverschap zien wij dat daar meer dan 2500 huishoudens in de afgelopen zeven jaar hun eigen woningen hebben gebouwd. Zo’n 600 huishoudens zijn deel van de doelgroep van de sociale huursector. Deze lage inkomens hebben, zonder subsidie, voor zichzelf in Almere een betaalbare nieuwbouwwoning gebouwd.  Deze voorbeelden van burgerinitiatieven laten zien dat er in onze streng georganiseerde verzorgingsstaat, waarin goed georganiseerde professionele instituties het monopoly hebben op de ‘verzorging’ van lagere inkomens, ruimte is voor een stelsel waarin burgers zelf de ruimte krijgen voor vormen van zelfbeheer in de eigen woon- en leefomgeving. In een essay Essay “De Wooncoöperatie, op weg naar een zichzelf regulerende samenleving”, beschreef ik mijn ervaringen en deed bij de aanvang van dit nieuwe kabinet opnieuw een pleidooi voor zelforganisatie in het wonen.

Er was uiteindelijk een keiharde confrontatie in de Senaat voor nodig om bij het Woonakkoord, dat het kabinet had gesloten met D66, CU en de SGP, af te dwingen dat in de nieuwe Woningwet van 2015, naast de positie van de woningcorporatie, er ook ruimte zou komen voor de wooncoöperatie. Het leverde mij een groot conflict op met het zittende kabinet en helaas ook met mijn eigen – woedende – partijleider. Dat was niet fijn. Congres De Wooncooperatie 2Maar ik had het ervoor over omdat, met de komst van de wooncoöperatie, de schade van dit dubieuze woonakkoord voor de huurder nog enigszins zou kunnen worden verzacht, wanneer deze op termijn de mogelijkheid zou gaan krijgen om zichzelf te verzelfstandigen in een heuse eigen coöperatieve woonsector waarin lagere inkomens zelf inhoud geven aan hun eigen wonen. En, overwoog ik, ook voor de zittende huurders zou de komst van de woningcoöperatie heilzaam kunnen werken. Immers het doorbreken van het monopolie van de sociale huursector op de huisvesting van lagere inkomens zal zeker een positieve invloed kunnen gaan uitoefenen op de onderhandelingsposities van huurdersverenigingen. ( De wereld achter 38/37 of 37/38; een verantwoording )

Nu met de initiatiefnota “De herovering van de publieke samenleving. Naar coöperatief overheidsbestuur” wordt in de Tweede Kamer aandacht gevraagd voor een verdere versterking van het coöperatieve gedachtegoed. Dat kan zeker ook leiden tot een versterking van de opkomst van de Wooncoöperatie. Ik kan daarom het initiatief van de beide politici alleen maar toejuichen. Maar, zeg ik maar in de meest vriendelijke bewoordingen, van mij had mijn partijleider deze gedachten al ten tijde van het Woonakkoord ten volle mogen steunen.  En ik had het ook niet erg gevonden als dat zijn vorm had gekregen in een heuse paarse synthese tussen sociaaldemocratisch en liberaal gedachtegoed. Het zou dit kabinet, maar vooral de samenwerking tussen VVD en PvdA een stukje geloofwaardiger hebben gemaakt.

Adri Duivesteijn

Den Haag, 30 augustus 2016

Een eerdere versie verscheen op 25 augustus in de digitale krant Cobouw