Tagarchief: OMA

Van wie is het huis van de democratie? Of waarom de Tweede Kamer het opdrachtgeverschap in eigen hand nam

In de rol van slachtoffer wees de architect Ellenvan Loon van het architectenbureau OMA de gebruiker en in het bijzonder de leden van deTweede Kamer aan als de kwade genius achter haar gedwongen vertrek bij de renovatie van het Binnenhof. Door de anonieme kritiek op haar plannen (‘megalomaan’, ‘tropische tuinen’) zouden deze haar positie hebben ondergraven. En dat terwijl: ’deze renovatie mijn meest sobere plan ooit is’. 

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/09/06/renovatie-kamer-is-schimmengevecht-zegt-weggestuurde-architect-a3972522

De architect weet, nadat zij de rechten op haar plan voor 2.7 miljoen had laten afkopen, haar slachtofferschap in de media maximaal uit te venten. En het gaat erin als koek. Zo openbaarde Ellen van Loon op de televisie, in een tijd dat haar ontwerp nog staatsgeheim was, enkele uitgesproken onschuldige beelden haar plan. Wij zagen haar staan voor de vier meter brede distributieopslagplaats van de Tweede Kamer die zich recht tegenover het Mauritshuis en het Torentje van de premier bevindt. Deze inferieure ruimte zou in haar plannen worden omgetoverd tot een groene oase, inderdaad onderdeel van een binnentuin met palmbomen. Ook toonde zij haar nieuwe – eveneens bescheiden – entree van het Tweede Kamergebouw aan de zijde van de Hofweg. Al snel was de primaire reactie in het land dan ook: ‘Waar gaat dit nou eigenlijk allemaal over?’.

Om iets van het conflict te kunnen begrijpen, is het belangrijk om te weten dat de huidige huisvesting van de Tweede Kamer, en ik zeg dit uit eigen ervaring, zowel voor de Tweede Kamerleden en de ambtelijke staf voelt als een welkom huis. Wat vroeger een doolhof was, is sinds de oplevering van het ontwerp van Pi de Bruijn in 1992 omgevormd tot een aangename en redelijk efficiënte huisvesting voor het ‘huis van de democratie’. De Statenhal, met daaraan de Plenaire Zaal en het centrale vergadercentrum vormen het hart van het politieke bedrijf. Pi de Bruijn heeft met deze magistrale architectonische ingreep, zowel een nieuwe identiteit gecreëerd als ook de oude gebouwen eromheen gerespecteerd en dienstbaar gemaakt aan de bewoners in ons parlement. De oude historische gebouwen (o.a. Koloniën en Justitie) functioneren letterlijk als de ‘woningen’ van de verschillende politieke fracties en de ambtelijke staf. Uiteraard is het gebouw niet zonder onvolkomenheden, maar in de kern hebben de gebruikers geen inhoudelijke behoefte aan het fundamenteel omschoffelen ervan. In haar uitleg over haar recente plan (‘deze renovatie is mijn meest sobere plan ooit’) lijkt de architect Ellen van Loon dan ook aan te sluiten bij deze positiebepaling van de gebruiker. Maar waarom is het dan toch tot zo’n groot conflict gekomen?

1992 – Ontwerp Tweede Kamer – architect Pi de Bruijn

Steeds duidelijker wordt dat het conflict zijn oorsprong heeft in de benoeming van het architectenbureau OMA en in de vrijheid die de architect van de rijksbouwmeester en het Rijksvastgoedbedrijf meekreeg. Om met het eerste te beginnen, gaat het om een renovatie van een bestaand gebouw dat nog geen dertig jaar oud is. De opdracht van het Kabinet is een ‘sobere en doelmatige’ renovatie. Daarbij zou, aldus de rijksbouwmeester, zo’n 70% van het budget bestemd zijn voor de vernieuwing van de technische installaties. Dat alleen al, maakt dat er slechts in zeer beperkte mate ruimte is voor bouwkundige ingrepen. Reden dus voor een bescheiden ambitie bij de architectenkeuze. En dus ligt het voor de hand – zeker daar waar er om redenen van ‘staatsveiligheid’ geen sprake is van een open aanbesteding – om de oorspronkelijke architect – in welke rol dan ook – bij de uitwerking te betrekken. De Rijksbouwmeester Floris van Alkemade koos echter voor een geheel andere weg. Met negatie van de architect Pi de Bruijn koos hij voor het Rotterdamse architectenbureau OMA, het bureau dat ook in de jaren tachtig deelnam aan de prijsvraag voor de uitbreiding van de Tweede Kamer. Daarmee koos de rijksbouwmeester voor een fundamenteel andere vormentaal dan die van Pi de Bruijn. En dit is bepaald geen naïeve keuze geweest. Want het mag bekend worden veronderstelt dat OMA niet veel op heeft met de architectuur van Pi de Bruijn. OMA en Pi de Bruijn vertegenwoordigen binnen de architectuur letterlijk twee tegengestelde werelden.Door zijn keuze voor OMA heeft de rijksbouwmeester bewust gekozen voor een conflict binnen het landschap van de architectuur. Een keuze waarin de gebruikers niet gekend zijn, maar wel mee te maken kregen. Daarnaast is de opdrachtformulering essentieel voor een goed verloop van het proces. Primair ligt hiervoor de verantwoordelijkheid bij het Rijksvastgoedbedrijf. Welke ruimte kreeg het architectenbureau mee? In hoeverre waren de door de bewindspersonen gehanteerde termen ‘sober en doelmatig’ in de praktijk sturend voor het ontwerpproces? 

Nu het Rijksvasgoedbedrijf de tekeningen op haar website heeft gezet wordt inzichtelijker, hoe het ontwerpproces van de renovatie van het Binnenhof zijn vorm heeft gekregen, en wordt ook duidelijk hoezeer OMA een geheel eigen interpretatie heeft van de uitgangspunten ‘sober en doelmatig’. In plaats van te kiezen voor een sensitieve aanpak van de renovatie, kiest OMA in de fase van het structuurontwerp – dit deel ontbreekt in de vorig jaar verschenen NRC-reconstructie – voor een zeer radicale aanpak. Ellen van Loon werkte een tweetal varianten uit. De eerste is de zogeheten 2025 – Optie N1. https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/documenten/rapport/2017/07/28/ontwerpdocumenten-renovatie-binnenhof

Hier wordt het bestaande gebouw gerespecteerd en daarbinnen worden verschuivingen voorgesteld.

In de tweede variant, 2025 – Optie N.2. is er echter sprake van een totale verdwijning van het voorgebouw van het in 1992 gerealiseerde ontwerp van Pi de Bruijn. In deze variant gaan alle remmen los. Ik geef slechts een indruk: De voorzijde van de Tweede Kamer aan de Hofweg met de plenaire zaal, het ledenrestaurant, de perstoren en een drietal historische panden worden gesloopt. Hiervoor in de plaats komt een geheel nieuw gebouw waarin een nieuwe entree, een nieuwe plenaire zaal, een nieuwe grote commissiezaal en een nieuw ledenrestaurant is opgenomen. Gezamenlijk vormen zij een nieuwe (OMA-) beeldmerk van het parlement. Maar hier blijft het niet bij. Ook Nieuwspoort krijgt een nieuwe plek. Hiervoor moeten de twee grote restaurants aan de zijde van het Plein verplaatst worden naar de derde verdieping, waar nu nog vergaderzalen zitten.Deze commissiezalen worden naar de begane grond van de Statenhal verplaatst waar tevens ruimte is vrijgemaakt voor een nieuw restaurant voor bezoekers. Kortom alles van waarde blijkt weerloos. 

OMA, ontwerp Ellen van Loon – Tweede variant, 2025 – Optie N

Ik zou mij nog kunnen verplaatsen in deze radicale variant, toen wij begin jaren tachtig aan de vooravond stonden van een grootschalige uitbreiding van de Tweede Kamer. Maar die tijd is geweest. Er is in die tijd gekozen voor een samenwerking met de architect Pi de Bruijn. Zijn plan staat er. En nu gaat het ‘slechts’ om een update van het bestaande gebouwencomplex. De in de structuurfase gepresenteerde variant kan dan ook niet anders worden gezien dan als een regelrechte diskwalificatie met terugwerkende kracht van alles wat Pi de Bruijn ooit heeft beoogd met zijn ontwerp. Scherper gesteld, de diepe weerzin voor zijn werk straalt ervan af. En, het moet gezegd worden, het is echt verbazingwekkend dat zowel de Rijksbouwmeesterals de ambtelijk opdrachtgever, het Rijkvastgoedbedrijf, deze variant hebben gedoogd. Evident was, dat het niet meer kon zijn dan een provocatie. Even op herhaling naar de architectuurcompetitie in de jaren tachtig toen het grote werk nog moest beginnen. Het maakt met terugwerkende kracht duidelijk, waarom Pi de Bruijn tranen in zijn ogen kreeg toen ik hem vroeg hoe hij aankeek tegen de – op dat moment nog geheime – voorstellen van OMA. Het is werkelijk onbegrijpelijk dat de primaire aandacht en energie van OMA niet is gegaan naar een fijnzinnige en respectvolle renovatie van het door Pi de Bruijn ontworpen complex. 

Ik neem direct aan dat OMA wist dat hun radicale variant – binnen de gestelde kaders – nooit een kans van slagen zou hebben. Maar waarom dan toch gepresenteerd? Wat zit daar nou precies achter? Deze vraag kan pas worden beantwoord wanneer je bereid bent je te verplaatsen in het debat van en over de architectuur. Misschien nog wel meer dan in de politiek, is er in de architectuur sprake van een richtingenstrijd. Deze is ideologisch van aard en laat zich vertalen in een bijbehorende vormentaal. De benoeming van OMA op een plan van Pi de Bruijn is alsof je de politiek leider van een socialistische partij vraagt de leiding op zich te nemen van een liberale partij. In de politiek ruiken politici, wanneer er sprake is van een onderhuidse ideologische strijd. Dus zo ook hier. Met het radicale voorstel heeft OMA, maar ook de Rijksbouwmeester en het Rijksvastgoedbedrijf de basis van wantrouwen gelegd bij de gebruikers van de Tweede Kamer. En dit, gecombineerd met het voornemen om het Binnenhof te sluiten voor een periode van vijf jaar, deed binnen de Tweede Kamer het vermoeden rijzen dat er met hun gebouw op de loop werd gegaan. Zij deden er ultiem niet toe. En het is dan ook niet verwonderlijk, dat er vanaf dat moment binnen de Tweede Kamer een fundamentele onrust is ontstaan over de toekomst van hun gebouw en hun werkplek. Een onrust die, in de tijd die erop volgde, met alle procesbegeleiders ten spijt, door de bewindspersoon Raymond Knops niet meer kon worden gekeerd. De Tweede Kamer is op de rem gaan staan. Aan hun gebouw geen polonaise. En ja, Ellen van Loon heeft gelijk dat er, voor haar doen, een sober en doelmatig plan voorligt. Maar het had haar gesierd, wanneer zij de Tweede Kamer hiervoor de credits had gegeven. Want waar er al bescheidenheid in haar ontwerp zit, is dat letterlijk door de gebruikers afgedwongen.

En hier komen wij bij de kern van dit conflict. Het is een bijna klassiek voorbeeld, waarbij het primaat van een opdracht niet ten principale bij de structurele gebruiker ligt. In een democratie is het parlement weliswaar het hoogste orgaan, maar over haar eigen gebouwen heeft zij, dachten het Kabinet, de Rijksbouwmeester, het Rijksvastgoedbedrijf en de architect, niets te zeggen. De gebruikers ‘huren’ slechts een gebouw bij het Rijksvastgoedbedrijf. Net zoals de ambtenaren van het departement aan de Rijnstraat 8 – het voormalige ministerie van VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer), dat nu als ‘wisselkantoor’ voor departementen in gebruik is. De ambtenaren hebben naar hun eigen zeggen meer het gevoel deel te zijn van een legbatterij,dan van een departement met een eigen identiteit. Maar anders dan de medezeggenschapscommissies aan de Rijnstraat 8, kon het parlement wel zijn macht inzetten en maakte gebruik van haar recht op het onthouden van een instemming met het ontwerp. En greep het parlement terug op de architect die in de jaren tachtig met zoveel liefde aan zijn eigen gebouw heeft gewerkt en het zeker met dezelfde liefde klaar zal willen stomen voor de toekomst. Kortom:‘The return of Pi de Bruijn’ 

De moraal van deze – op kosten van de gemeenschap uitgevoerde – soap, is dat architectuur niet het speeltje is van de rijksbouwmeester, niet van de anonieme opdrachtgever die blijkbaar het Rijksvastgoedbedrijf is geworden en ook niet van een architect. Nee, architectuur vindt zijn betekenis en waarde in de dialoog tussen gebruiker(s) en architect. In dat samenspel ontstaat er een synthese en, en nu komt het: dat kan en mag dan ook best een radicaal plan zijn, wat niet per se ‘sober en doelmatig’ is. Maar dat is dan wel een bewuste keuze van de gebruikers zelf. Eén ding is zeker, nu de Tweede Kamer, net als eind jaren tachtig, de rol van opdrachtgever heeft opgeëist en nu ook materieel heeft verkregen, kan zij met Pi de Bruijn en zijn team verder werken aan een respectabele renovatie van het Binnenhof. De harmonie is teruggekeerd. Daarbij is het nog even afwachten of hun gezamenlijk plan de wereld van de architectuur nog zal gaan verrassen.

Share and Enjoy !

0Shares
0 0 0

Operatie Binnenhof, het staatsgeheim van onze democratie kent geen opdrachtgever

De moraliteit van het verhaal:

“De bouwkunst is dus de kunst voor de gemeenschap en daarom ook in dien zin haar eigen noodzakelijkheid. Daardoor is zij meer dan de andere kunsten, ja zelfs direct afhankelijk van de geestelijke en maatschappelijke stromingen, welke eveneens een langzame ontwikkeling hebben” 

H.P. Berlage in Schoonheid in samenleving

Op 3 en 4 juli 2019 publiceerde ik op de website Archined een tweetal beschouwingen over het wel en wee van de renovatie van ons Binnenhof, het machtscentrum van onze democratie. In de NRC van 13/14 juli 2019 verscheen op de opiniepagina van de NRC onder de kop “Renovatie Binnenhof vraagt open debat en publieke opdrachtgever’ een samenvatting van beide artikelen.

Het Binnenhof heeft voor iedereen wel een bijzondere betekenis. Het is, of wij willen of niet, dagelijks deel van ons leven. Maar naast de actualiteit is het Binnenhof een uitdrukking van de wordingsgeschiedenis van ons moderne Nederland. Begonnen als een woonplek voor de Graven van Holland is het de plaats geworden waar grote en belangrijke beslissingen over ons land en haar inwoners werden genomen. Het Binnenhof mag je gerust ook zien als een bijna zelfstandige stad van de macht. In deze ‘stad’ zijn de jaarringen van de macht te zien in de vorm van een veelvoud van gebouwen en verbouwingen. Letterlijk werd daarin de architectuur van de macht uitgedrukt met als hoogtepunt de Ridderzaal waar jaarlijks de troonrede wordt uitgesproken en, niet onbelangrijk, de eerste Europese Parlementszaal – de tegenwoordige Eerste Kamer – aan het Binnenhof 22. Dit historische Binnenhof zal in de komende vijf jaar worden gerenoveerd. Een omvangrijke verbouwing van een half miljard euro dat als een megaproject door de Rijksgebouwendienst is opgepakt. Maar liefst vijf jaar lang, is de prognose, zal het Binnenhof gesloten worden voor de verbouwing. Hoe? Niemand weet het, want het ontwerp is staatsgeheim. Wie de – echte – opdrachtgever is, is ook niet duidelijk. Deze niet openbaarheid en de veelvoud van ‘actoren’ die me elkaar in de clinch liggen, maakt dat het project omstreden is geworden. En dat is jammer want iedere Nederlander zal het Binnenhof een goed hart toedragen en zal niets anders willen dan een mooie renovatie van het complex waar wij collectief trots op zijn en vooral willen blijven.

Ontwerp Tweede Kamer van architect Pi de Bruijn (Geopend in 1992)

Het is daarom dat ik een tweetal beschouwingen hebt geschreven over de renovatie van het Binnenhof. Deel 1 gaat vooral in op de onzin van het tot staatsgeheim verklaren van deze renovatie van een publiek gebouwen complex. Deel 2 is een verdieping naar de vraag wie nu eigenlijk de intrinsiek en inhoudelijk opdrachtgever is van dit publieke bezit. Beide artikelen zijn gepubliceerd op de website van Architect, die in hun eigen woorden ‘de enige kritische, onafhankelijke een onafhankelijk community-based website van de lange landen over architectuur en meer’ zijn. kortom voor mij geen betere plaats om een impuls te geven aan het gesprek, ja, het debat over de toekomst van ons Binnenhof. En uiteraard gaat het dan ook over de architectuur ervan.

Opinie NRC, 13-14 juli 2019: ‘Renovatie Binnenhof vraagt open debat en publieke opdrachtgever’

Illustraties Cyprian Koscielniak, NRC, 13-07-2019 

Voor Het volledige verhaal heb ik de onderstaande link opgenomen die u direct brengt naar het artikel op de NRC-website. Voor zij die er behoefte aan hebben aan is ook een link opgenomen waarmee het artikel kan worden gedownload. De bovenstaande mooie en tot de verbeelding strekkende tekening van Cyprian Koscielniak is de illustratie die de opinieredactie van de NRC bij mijn verhaal plaatsten. Kernachtiger kon mijn verhaal niet worden geïllustreerd.

Vernieuwing Binnenhof verdraagt geen geheimhouding en vraagt authentiek opdrachtgeverschap

Archined – Deel 1: Operatie Binnenhof, het staatsgeheim van onze democratie

Binnenhof Den Haag vanuit de lucht / 6 juli 2015, 12:36:58 / Rijksvastgoedbedrijf

“De verbouwing van het Binnenhof is niet het privilege van een enkelvoudige opdrachtgever, ook al is zij de regering, en is ook niet van de gebruikers van het Binnenhof alleen (ook al zijn dat is de Eerste en Tweede Kamer). Nee, deze verbouwing raakt letterlijk de fysieke vorm waarbinnen onze democratie functioneert en de vormgeving van het centrum van Den Haag. Het is dan ook niet te veel gevraagd om mee te kunnen kijken.”

https://www.archined.nl/2019/07/operatie-binnenhof-het-staatsgeheim-van-onze-democratie/

Archined – Deel 2: Operatie Binnenhof kent geen opdrachtgever

Afbeelding van Archined

“Operatie Binnenhof verdient een herdefiniëring van het opdrachtgeverschap dat op de eerste plaats inhoudelijk een echt gezicht krijgen; een mens die je kan aanspreken en die ook als autoriteit de rol van opdrachtgever kan vervullen. Dat behoeft niet een enkele persoon te zijn. Ik zou zeggen bij voorkeur niet. Het Binnenhof is niet één enkelvoudig gebouw maar juist een mooi conglomeraat van verscheidene functies, met een grote diversiteit aan gebouwen. Onze democratie is ook geen eenvormig bedrijf. (…) De kern daarvan wordt vertegenwoordigd door de premier en de beide voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer. Deze drie personen kunnen met recht worden gezien als de vertegenwoordigers ‘van de geestelijke en maatschappelijke stromingen’, die in samenspraak met hun architect ‘de bouwkunst als kunst van de gemeenschap’ haar karakter zouden kunnen geven. 

https://www.archined.nl/2019/07/operatie-binnenhof-kent-geen-opdrachtgever/

Deel 3: Hoe het toch nog goed kwam met de renovatie van het Binnenhof….. (verschijnt in september 2025 op www.archined.nl)

Share and Enjoy !

0Shares
0 0 0