Rotterdam-Maaskant

Op 17 oktober 2008 mocht ik de ‘grote’ Rotterdam-Maaskantprijs in ontvangst nemen; een tweejaarlijkse oeuvreprijs voor personen “die zich in bijzondere mate hebben onderscheiden op het terrein van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur door publicistische, onderwijs- en/of onderzoeksactiviteiten”.

Naamloos

Persbericht (bron: Rotterdam-Maaskant)

“Adri Duivesteijn is de excellente kandidaat voor de Rotterdam-Maaskantprijs. Hij slaagt er telkens in om nieuwe en polemische, zo niet rebelse, richtingen in de discussie over rol en betekenis van architectuur in te slaan vanuit de architectuur én de maatschappelijke realiteit. Bovendien weet hij zijn ideeën manifest te maken door baanbrekende experimenten in het bouwproces.

In Adri Duivesteijn ziet de jury iemand die zich onmiskenbaar persoonlijk onderscheidt door de wijze waarop hij, in de weerbarstige complexiteit waarin architectuur ontstaat, discussie op gang brengt. Daarbij geeft hij telkens blijk van nieuwe inzichten die voortkomen uit een hoge mate van speculatief denken en zet hij aan tot de nodige creativiteit. Met de toekenning van de Rotterdam-Maaskantprijs aan Adri Duivesteijn wil de jury een signaal geven aan iedereen die zich bezighoudt met de kwaliteit van architectuur en openbare ruimte; met aan name bestuurders. Wanneer goede architectuur het resultaat is van goed opdrachtgeverschap, zijn vasthoudende, onconventionele bestuurders als Duivesteijn onontbeerlijk.

Adri Duivesteijn beziet architectuur en stedenbouw consequent als een culturele opgave, vanuit een breed perspectief binnen de maatschappelijke context. Kenmerkend zijn de lange lijnen die hij trekt vanuit de Nederlandse volkshuisvestingsgeschiedenis sinds eind jaren ’70, waarbij de emancipatie van burgers een belangrijke rol speelt. Daarbij komt zijn inhoudelijke visie op de ordening van stad en land altijd vóór de politiek.

De jury vindt de visie van Adri Duivesteijn op het samenspel van alle partners bijzonder intrigerend. Deze visie heeft hij weten te vertalen in het genereren van talloze fora waarop de discussie over architectuur plaatsvindt, met name het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. De jury is getroffen door de sterke inzet waarmee Duivesteijn consequent discussie voert met zowel architecten als historici, politici, beleidsmakers, bestuurders en marktpartijen. Vanuit een persoonlijke motivatie ontbreekt daarbij het zoeken naar aansluiting tussen architectuur en bewoners nooit. Hij slaagt er telkens in een weg te vinden in het eeuwige dilemma van architectuur tussen enerzijds brede publieke betrokkenheid en anderzijds de vakmatige inbreng van architecten. Het consequent betrekken van mensen voor wie wordt gebouwd, zonder te vervallen in populisme door hen het architectenpotlood in handen te geven, vindt de jury een bijzondere kwaliteit in het denken en handelen van Adri Duivesteijn.”

Lezing

In mijn dankwoord – of, beter gezegd: lezing – heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om in te gaan op de speculatiepraktijken van grootschalige bouw- en ontwikkelingsconglomeraten. De casus Spiegelhout, een gebied aan de oostkant van Almere, diende daarbij als illustratie. Wat ik duidelijk wilde maken, is dat wij moeten streven naar een situatie waarin de ruimtelijke kwaliteit prevaleert, in plaats van de financiële belangen van een beperkt aantal spelers. Er zal een speelveld moeten worden gecreëerd waarin alle partijen op gelijke wijze kunnen deelnemen aan de uitvoering van een gewenst ruimtelijk beleid. Het is noodzakelijk dat er een fundamentele loskoppeling ontstaat tussen het realisatierecht enerzijds en het grondeigendom anderzijds. Daartoe zou de overheid het ontwikkelingsrecht moeten (kunnen) introduceren. Dit ontwikkelingsrecht zou gekoppeld moeten zijn aan goedgekeurde beleidskaders van de (Rijks)overheid. Binnen deze beleidskaders kunnen aanbestedingen en/of competities plaatsvinden, die leiden tot een recht op realisatie. Door dit principe in het onteigeningsrecht te verankeren, ontstaat er een recht op uitvoering. In feite komt het er op neer dat de overheid ruimtelijke concessies verstrekt aan partijen die de beste kwaliteit en prijs leveren.3

Dat een ander grondbeleid leidt tot een kwalitatief betere stad, heb ik aangetoond aan de hand van praktijkvoorbeelden uit Almere, waar ik destijds wethouder was. In Almere is de grond grotendeels in handen van het gemeentebestuur. Dit betekent dat het bestuur vrij is in haar partnerkeuze. Vanaf 2006 is ingezet op de zogenoemde stakeholdersfilosofie, wat betekent dat eindgebruikers een preferente positie krijgen. In beginsel zijn dat zelfbouwers, beleggers en corporaties; partijen die bereid zijn zich langdurig aan de stad te verbinden. In tegenstelling tot de ‘hit and run’ kiezen zij niet voor het goedkoopste, minst diverse en meest courante product. Hun blijvende betrokkenheid maakt dat woonmaximalisatie centraal komt te staan.

Bij de gratie van het conflict

1Bij de Rotterdam-Maaskantprijs hoort een publicatie. Ik heb hoogleraar Ed Taverne, die de prijs eerder won, gevraagd om te analyseren waarom bestuurders zo ‘aanbod verslaafd’ zijn, en waarom wij accepteren dat de gehele woningbouwproductie bestaat uit standaardproducten, waarbij de architectuur is gereduceerd tot de gevel. Het resultaat is het essay ‘Bij de gratie van het conflict. Wonen, bouwen en sturen in een het tijdperk van een stuifzandsamenleving’, waarin Taverne doorgrondt waarom Nederland bouwt zoals zij doet, en waarom het van belang is om ons te bezinnen op deze – vastgelopen – route.

Tijdlijn en publicaties

  • Op 17 oktober 2008 kreeg Adri Duivesteijn de Rotterdam-Maaskantprijs uitgereikt uit de handen van de toenmalig burgemeester van Rotterdam, Ivo Opstelten. De jury bestond uit Geert Dales, Bregtje van der Haak, Erik de Jong, Liesbeth van der Pol en Rudy Stroink. Cilly Jansen, directeur van de Stichting Architectuur Lokaal, was als secretaris verantwoordelijk voor het juryrapport. Lees hier het volledige juryrapport; lees hier de lezing van Adri Duivesteijn.
  • De Rotterdam-Maaskantprijs bestaat uit subsidie voor een publicatie. Adri Duivesteijn vroeg hoogleraar Ed Taverne om zorg te dragen voor de publicatie. Lees hier het boek ‘Bij de gratie van het conflict. Wonen, bouwen en sturen in een tijdperk van een stuifzandsamenleving’.
  • Adri Duivesteijn schreef het voorwoord van ‘Bij de gratie van het conflict. Wonen, bouwen en sturen in een tijdperk van een stuifzandsamenleving’. Lees hier het voorwoord.