Het nieuwe rijkskantoor Rijnstraat 8: Anonimiteit als identiteit

door Adri Duivesteijn – 31 oktober 2017

Woensdag 1 november 2017 opent de eerste burger van Nederland, Koning Willem Alexander, het nieuwe Rijkskantoor Rijnstraat 8 te Den Haag. Voor de ouderen onder ons, wij hebben het over het voormalige gebouw van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM). Het gebouw waar maar liefst 6000 ambtenaren hun werk kunnen gaan doen is afwijkend in vergelijking met de gangbare huisvesting van departementen en ministeries. De vraag is of wij met deze nieuwe trend in de huisvesting van onze publieke diensten blij moeten zijn.

Even terug in de tijd. Het was in mijn wethouderstijd (1980-1989) dat er, mogelijk gemaakt door een omvangrijke ruiltransactie van braakliggende terreinen en voormalige woonpanden, tussen het Rijk en de gemeente, twee grote ministeries konden worden gebouwd. Dit waren het, toen nog belangrijke departement van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) aan de Rijnstraat en het Ministerie van Sociale Zaken (SOZA) aan de Laan van Nieuw Oost-Indië. Beide ministeries zouden innovatief moeten zijn. Dat betrof zowel de presentatie van de Rijksoverheid naar haar burgers, de kwaliteit van de werkplek voor onze ambtenaren, alsook de technische kwaliteit van het gebouw. Het was een tijd waarin wij barstten van de ambities. Voor beide gebouwen waren toonaangevende architecten aangezocht, te weten Jan Hoogstad voor het VROM-gebouw en Herman Hertzberger voor SOZA.

Ministerie van Sociale Zaken in goede tijden

Jan Hoogstad zocht de betekenis van het VROM-departement vooral in een introvert gebouw dat in het oorspronkelijke concept op de vierde en vijfde verdieping een omvangrijke publieksstraat zou moeten krijgen, die verbonden was met het Station CS en de langzaam verkeersroute die in het hart van de stad op de Nieuwe Kerk (gebouwd: 1649-1656) uitkomt. Helaas is al tijdens het ontwerpproces een deel van deze ambitie geërodeerd, doordat de publieke straat in het ministerie benut werd voor het realiseren van een extra programma. (eufemisme voor bezuinigen). Met deze ingreep verdween helaas ook de geplande passerel, een directe verbinding met het busstation bovenop het emplacement van het Centraal Station Den Haag. Toch was het VROM-gebouw een humaan en bovenal publiek werkgebouw. Door de kamstructuur van het gebouw ontstonden er grote atria met een plezierig binnenklimaat. Dat maakte dat er geen airconditioning noodzakelijk was en de ambtenaren de ramen van hun kantoor open konden zetten. Hertzberger was veel radicaler. Hij borduurde met zijn ministerie voor Sociale Zaken voort op zijn eerder gebouwde kantoor voor Centraal Beheer in Apeldoorn. Dit gebouw was in zichzelf een stad met een volstrekt open structuur, waarbij er letterlijk straten en pleinen waren. Plek voor een veelvoud van informele ontmoetingen die het werken meer spontaniteit zouden moeten geven. Met alle kritiek op de afzonderlijke gebouwen was iedereen het erover eens, dat dit twee karaktervolle ministeries waren, die identiteit gaven aan de  publieke betekenis van de beide departementen als ook garant stonden voor een humane werkplek voor de betrokken ambtenaren.

Rijnstraat 8 op zijn best?

Beide gebouwen, het gaat hier over een investering van honderden miljoenen euro’s, hebben het nauwelijks dertig jaar uitgehouden. Door de komst van nieuwe technologie is de werkplaats van de ambtenaar fundamenteel veranderd. Flexibiliteit in het werken is het centrale begrip geworden. De werktijden zijn veranderd. Thuiswerken lijkt normaal te zijn geworden en een vaste werkplek is met de digitale opslag niet meer noodzakelijk. Het tegenwoordige werken vraagt veel minder fysieke werkruimte en, misschien nog wel belangrijker met veel minder vaste werkplekken. Het Masterplan kantoorhuisvesting Den Haag van de Rijksoverheid gaat dan ook uit van een grondige verandering in de wijze waarop de rijksoverheid werkt, en vertaalt dat in een andere vorm voor de huisvesting van haar ambtenaren. Met een ogenschijnlijk groot gemak worden omvangrijke rijkskantoren afgestoten en andere grondig verbouwd. Het meest open en qua opzet democratische gebouw, het ministerie van Sociale Zaken, werd bij opbod verkocht. Wat in mijn wethoudersperiode nog als een voorbeeld gold van een humane werkplek, staat alweer enige tijd leeg en verlaten te wachten op haar nieuwe bestemming. Sloop van dit 25 jaar oude karakteristieke gebouw wordt nadrukkelijk niet uitgesloten (Hoe duurzaam zijn wij eigenlijk?). De nieuwe eigenaar, een projectontwikkelaar, lijkt het gebouw om markttechnische overwegingen vooralsnog in stand te houden. Tijdelijk zit daar nu de Horeca Academie en komen er tijdelijk statushouders te wonen. Persoonlijk vind ik het een gemiste kans dat de Rijksoverheid, dan wel de gemeente Den Haag niet de gelegenheid hebben aangegrepen om het SOZA-gebouw om te toveren tot de grootste starterswerkplaats van ons land. De structuur van het gebouw is uniek en staat juist de huisvesting van een veelvoud van kleine bedrijven – al dan niet met werkplaatsen – toe. Juist door de openheid van de architectuur kunnen er een veelvoud van natuurlijke netwerken ontstaan tussen deze nieuwe gebruikers. De nieuwe economie had hier bij uitstek zijn kans kunnen krijgen. Het zit er – voorlopig – niet in.

Met het VROM-gebouw leek het aanvankelijk veel positiever gesteld. Dit gebouw bleef behouden en zou geschikt worden gemaakt voor de huisvesting van meerdere ministeries. Opnieuw waren de ambities hoog. Nu zou het duurzaam renoveren en het nieuwe werken centraal komen te staan. Na aanvankelijke sloopplannen werd de kans aangegrepen het gebouw duurzaam te renoveren. Het moest ook een schoolvoorbeeld worden van het moderne werken. De combinatie PoortCentraal met O.M.A. uit Rotterdam als architect verwierf deze prestigieuze opdracht. Juist omdat ik het begin van het voormalige VROM-gebouw zo van nabij had meegemaakt en ik er in verschillende rollen bezoeker mocht zijn van het gebouw was ik nieuwsgierig naar dit nieuwe rijkskantoor. Enige weken terug kreeg ik van een medewerker een rondleiding door het nieuwe departement van …., ja van wie eigenlijk?

Het werd, met alle waardering voor tal van onderdelen, een teleurstelling. Wat ik nooit had verwacht dat wat ooit een specifiek gebouw was en identiteit gaf aan een op dat moment toonaangevend departement, nu haar kwaliteit lijkt te vinden in een ver doorgevoerde vorm van anonimiteit. De bezoeker, maar ook de ambtenaar (6000!!) zelf komt, in tegenstelling tot vroeger, niet binnen in een grote representatieve hal, maar in iets wat meer wegheeft van een secundaire achteringang. Een relatief kleine hal met een rij balies waar je jezelf moet aanmelden om vervolgens aan te sluiten bij de rijen ambtenaren en bezoekers die voor de tourniquets staan die de gecontroleerde toegang moeten waarborgen. De bagagecontrole op Schiphol, waar ik niet veel later gebruik van maakte, was in haar opzet ruimtelijker en plezieriger dan dit net verbouwde rijkskantoor. Eenmaal binnengekomen, gaan wij met de smalle roltrappen naar wat ooit de verdeelstraat was van het VROM-gebouw op de vierde verdieping. Hier heeft de oorspronkelijke open publieke ruimte plaats gemaakt voor een wachtruimte, waaraan enkele vergaderkamers zijn gesitueerd. Deze zijn nog kleurrijk maar verder overheerst het zwart en het grijs (over smaak en kleur valt uiteraard niet te twisten). Het geheel geeft een sobere, bijna calvinistische, indruk. Een vaste werkplek voor ambtenaren bestaat er niet meer. Een vaste plek is er ook niet meer voor een departement. In de woorden van het Rijksvastgoedbedrijf: ‘De vernieuwing van Rijnstraat 8 is exemplarisch voor de veranderde visie op huisvesting binnen het rijk. Het moderne rijkskantoor is een flexibel verzamelgebouw waarin meerdere organisaties samenwonen en basisvoorzieningen delen’. 

De vertaling ervan is met de oplevering van dit rijkskantoor inmiddels bekend. Anonimiteit lijkt de identiteit van het gebouw te zijn geworden. Of je nu werkzaam bent bij het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ), ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM), het hoofdkantoor en loket Immigratie- en naturalisatiedienst (IND) het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) of bij de dienst Terugkeer & Vertrek (DT7V) het maakt voor de huisvesting niet meer uit. Hoe divers de functies ook zijn hier geldt blijkbaar het gelijkheidsbeginsel die hier in de vorm van uniformiteit in overdaad is toegepast. Nee, dit nieuwe rijkskantoor ontleent haar identiteit juist aan de anonimiteit ervan. Materieel vertaalt dat zich in een rijkskantoor dat inderdaad vooral een kantoorverzamelgebouw is. Een functionele aaneenschakelijking van universele werkplekken. De ambtenaar kan op iedere willekeurige werkplek de eigen laptop aansluiten en aan de slag gaan. Papieren bestaan er niet meer. Alles gaat digitaal. Tijdelijk kan je je tas (en pakje boterhammen) opbergen in de kluisjes die ik in mijn zwembad Overbosch ook mag gebruiken. De kleine uitzonderingen zijn uiteraard de bestuursafdelingen, waar net iets meer representatieve ruimte wordt gedoogd. Juist hier, kwam ik, licht ironisch bedoeld waarschijnlijk, nog een boekenkastje tegen dat opgevat kon worden als een stille verwijzing naar het vroegere papieren tijdperk. Het is bijna pijnlijk om te zien hoe radicaal juist de werkplek van het gewone werken is teruggebracht tot een bijna steriele anonimiteit. Het is letterlijk het tegenovergestelde van de, vaak te knusse, geïndividualiseerde kamertjes in het voormalige VROM-gebouw. Ik kan mij goed verplaatsen in het ontheemde gevoel dat veel van de ambtenaren hebben in dit nieuwe rijkskantoor. Wat hun basis ook is, welk een opdracht zij in het algemeen belang moeten uitvoeren, de werkplek is daarvan op geen enkele manier meer een uitdrukking. De benaming van de Rijnstraat 8 roept beelden op van een architectuur waarin de gebouwen zich nog slechts onderscheiden door de verschillende nummers die aan de gebouwen zijn meegegeven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel ambtenaren ‘hun’ werkgebouw beschouwen als ‘een crime’.  In hun woorden is het een werkplaats die vooral het karakter heeft gekregen van ‘een legbatterij’ als onderdeel van een intensieve-menshouderij. In hun opvatting hebben zij nu vooral werkplekken waar het nog maar heel moeizaam is om geconcentreerd je werk te doen met als gevolg een afnemende productiviteit. Blijkbaar zijn de klachten zo ernstig dat inmiddels een officieel onderzoek is gestart naar het functioneren van de gewone werkvloer.

Laten wij voor het gemak eens aannemen dat deze vorm de huisvesting van onze publieke functies het nieuwe normaal gaat worden. In dat geval zou je, juist waar anonimiteit op de werkplek zelf zo structureel is geïnstitutionaliseerd, tenminste verwachten dat in het nieuwe gebouw er een compensatie is in de vorm van open, kleurrijke en vooral ook ruime publieke plekken waar het ontmoeten centraal staat. Juist van het architectenbureau OMA mag je verwachten dat zij met nieuwe en onverwachte publieke identiteiten de nieuwe rijkshuisvesting en dus ook het nieuwe werken zouden gaan vormgeven. Het tegendeel is hier waar. En zelfs op die ene plek waar wel sterk architectonisch is ingegrepen, waar aan de oostzijde (zijde: Prins Bernardviaduct) de Kam-structuur is doorbroken waardoor het atrium naar het midden is geplaatst, is het gebruik van de twee verdiepingen hoge werkvloer gelijk aan de rest van het gebouw. De werktafels staan er eenzaam verloren in de ruimte. Wanneer de opdracht ‘het moderne rijkskantoor is een flexibel verzamelgebouw waarin meerdere organisaties samenwonen en basisvoorzieningen delen’ letterlijk wordt genomen zijn de opdrachtgever en de architect misschien geslaagd. Maar het gebouw is dan vooral een uitdrukking van een overheid die zichzelf steeds minder een eigen identiteit aanmeet. Waar zijzelf haar rol vooral mitigeert. En blijkbaar past het ook in de tijdgeest om het nieuwe rijkskantoor Rijnstraat 8 daarbij te voorzien van een architectuur die anonimiteit als identiteitsdrager beschouwt. Ja, het nieuwe VROM-gebouw is zeker een voorbeeld van het moderne werken – en het zal technisch ook wel heel duurzaam zijn – maar zeg niet dat deze manier van werken, waarin je geen deel meer bent van een specifieke identiteit, een aantrekkelijk vooruitzicht is.

Ikzelf geloof zonder twijfel in nieuwe werkvormen en dus ook in een architectuur die juist het publieke karakter van onze overheid zou kunnen onderstrepen. Maar zoals dat nu zijn vorm heeft gekregen in de Rijnstraat lijkt mij niet de juiste weg. Dat een publiek gebouw ook anders kan, wat dat betreft val ik niet van mijn geloof, is gelukkig op loopafstand te bezichtigen. Aan het eind van de langzaam verkeersroute staat het Haagse Stadhuis, een publiek gebouw gecombineerd met een openbare bibliotheek en een openbaar atrium,  dat nu alweer 25 jaar  onomstreden en goed functioneert, voor de stad, haar bestuur, haar ambtenaren, maar bovenal voor haar bewoners en bezoekers. En laat het ook eens tijdloos zijn in haar gebruiksmogelijkheden.

 

 

3 gedachten over “Het nieuwe rijkskantoor Rijnstraat 8: Anonimiteit als identiteit

  1. jaap huurman

    Goed neergezet, Adri, want ook als woordvoerder-destijds in de gemeenteraad voor de ontwikkeling van de VROM-parel van Jan Hoogstad (waarvoor we nog inspiratie gingen halen in La Defense) schaam ik me voor deze renovatie-verkwanseling.
    In de wandelgang van de Afdeling Stedenbouw & Planologie van de Gemeente Den Haag (in ‘ons’ stadhuis dus) hoorde ik al dat het resultaat ‘veel te donker’ geworden was.
    Wat een gemiste kans!
    Groet, jaap

  2. Paul Schepman

    Ik verbaas me ook over ‘het nieuwe werken’ waar elke betrokkenheid, zo nodig nu juist in deze tijd, ver weg is. Je hebt geen eigen plekje meer.
    Ik verwacht dan ook dat men uiteindelijk terugkomt op de visie van het ‘nieuwe werken’ .

  3. Paul Schepman

    Adri, ik ben het helemaal met je eens en men realiseert zich niet de consequenties van de anonimiteit, men heeft een kantoor ontwikkeld zonder identiteit, het gaat niet om de mensen die er moeten werken, het gaat om het ‘nieuwe werken’. Over 5 jaar komen terug van het ‘nieuwe werken’ omdat men er achter komt dat het niet werkt !!
    Mensen in de kroeg staan altijd op hun eigen plekje, mensen hebben graag een eigen plekje. Nu ga je naar je werk met de vraag waar zal ik vandaag zitten. De binding met je werk is ver te zoeken.

    PS hier naast mijn bureau ligt een blik met de mooie film die we ooit hebben gemaakt voor de bioscoop.

Reacties plaatsen niet mogelijk.