Han Lammers, een genereus politicus die durfde te verliezen om te winnen

Op 5 juli 2000 overleed de politicus, oud-wethouder van Amsterdam en oud-Commissaris van de Koningin van Flevoland Han Lammers. Op 11 juli 2000, nu alweer 17 jaar geleden, vond de herdenking plaats in de Westerkerk. Ik was daarbij. Ik wilde, net als velen, op deze dag afscheid nemen van een voor mij bijzondere persoonlijkheid. Een persoon die, of je het wilde of niet, je niet onaangeraakt kon laten. Met Han Lammers ben ik opgegroeid in de politiek en zijn invloed is nog steeds aanwezig. Als bewijs van mijn waardering, maar zeker ook bewondering voor hem, heb ik naar aanleiding van het lezen van het boek ‘Han Lammers (1931-2000), Amsterdammer in de Polder’ van de historicus Herman de Liagre Böhl, enkele van mijn herinneringen aan hem opgeschreven. 

Han Lammers (1931-2000), Amsterdammer in de polder

Het lezen van een boek brengt je soms weer terug in de tijd. Dat overkwam mij toen ik, het al weer ruim twee jaar geleden door de schrijver Herman de Liagre Böhl toegestuurde boek ‘Han Lammers (1931-2000), Amsterdammer in de Polder’ ter hand nam. Ik was lange tijd terughoudend om het boek te gaan lezen. Wilde ik mijn beeld over Han Lammers wel openstellen voor de perceptie van de schrijver van zijn biografie? Han Lammers is namelijk voor mij niet zomaar een abstracte figuur uit de Nederlandse politieke geschiedenis, juist hij was een van de belangrijkste mensen in mijn eigen politieke ‘zijn’. Vorige week, toevallig de week waarin Han Lammers op 5 juli in het jaar 2000 overleed, nam ik het boek dan toch eindelijk ter hand. Vanaf dat moment heeft de schrijver mij mee terug genomen naar – wat inderdaad bleek – een niet vrijblijvende kijk in het volle persoonlijke en politieke leven van Han Lammers.

Han Lammers, als actievoerder in de Schilderswijk begin jaren zeventig was het onmogelijk om niet bekend te zijn met deze Amsterdamse wethouder, die een conflict met de oude wijken niet schuwde. Hij werd algemeen als kwade genius gezien van het van bovenaf opgelegde sloopplan voor een deel van de Nieuwmarktbuurt ten behoeve van de aanleg van een Metro. Het was ook de tijd dat bewoners van de oude wijken in Den Haag ronduit vijandig stonden tegenover het bestuur van haar eigen stad. Ook in mijn stad werden de oude wijken bedreigd met sloopvoornemens. In dit gepolariseerde klimaat was ik in februari 1975 voor de PvdA lid geworden van de Haagse gemeenteraad. Een stap die door veel van de wijkbewoners van de oude wijken met groot wantrouwen werd bekeken. Voor mij diende zich al heel snel een keuzemoment aan. Op 21 april zou de Haagse gemeenteraad, op uitnodiging van het College van Burgemeester en Wethouders, een collegiaal bezoek brengen aan onze hoofdstad. Ook ik werd geacht daaraan deel te nemen. Maar dat schuurde omdat juist in die week het verzet in de Nieuwmarktbuurt was ontaard in een heuse stadsoorlog. Ik vond het onbestaanbaar dat de Haagse Gemeenteraad zich liet fêteren en, alsof er niets aan de hand was, onschuldig met een rondvaartboot door de stad zou laten varen. In een openbare brief distantieerde ik mij dan ook van dit collegiale bezoek. Nee, met mijn aanwezigheid wilde ik de manier van besturen van Han Lammers en de zijne niet legitimeren. Hoewel mijn daad geen invloed van betekenis heeft gehad, had ik een goed gevoel bij mijn keuze. Hier ging het om een klassiek drama, waarin de stadsideologen van het ‘grootschalige’ lijnrecht tegenover de ‘kleinschalige’ stonden. En ik koos uiteraard de zijde van de laatste. Later zou ik ook de trilogie van ‘bloed, zweet en tranen’ van de oud-wethouder van de Kabouters, Roel van Duijn, met een bijna onverholen bewondering lezen. Hij blikt daarin kleurrijk terug op de stroeve samenwerking in het College en hoe hij en Han Lammers uiteindelijk het Dagelijks Bestuur van Amsterdam moesten verlaten. Het was een onvermijdelijke, maar ook dramatische afsluiting van een heftige bestuursperiode.

Fascinerend is het, terugkijkend op het conflict, dat uiteindelijk zowel de metro van Han Lammers, alsook het herstel van de Nieuwmarkt tot stand zijn gekomen. Hoe kan het, vraag je jezelf nu af, dat een topbestuurder als Han Lammers het in die tijd niet kon opbrengen om beider belangen in één plan samen te brengen? Herman de Liagre Böhl slaagt er overtuigend in, hoewel zijn persoonlijk oordeel en waardering over de bestuursstijl van Han Lammers tussen de regels door te lezen is, om een redelijk objectieve verklaring te vinden waarom een overtuigd democraat als Han Lammers tegelijkertijd ook zo’n autoritair bestuurder kon zijn. In de ogen van Nieuw Links, Han Lammers was medeoprichter van deze vernieuwingsbeweging in de PvdA en medeopsteller van het radicale manifest 10 over Rood, ‘diende de maatschappij radicaal gedemocratiseerd te worden, zodat belangrijke beslissingen voortaan aan de basis zouden worden genomen en niet door een elite van bureaucraten en managers’. Maar in de praktijk van Han Lammers vertaalde dit zich vooral in een krachtige positie voor het gekozen lokale bestuur en de positie daarin van de volksvertegenwoordiger: ‘De beslissingen omtrent de toekomstige ontwikkeling van de stad liggen bij het gekozen bestuur, dat daarvoor een verantwoordelijkheid draagt, die het met niemand kan delen. Met deze constatering is ook de grens van de inspraak exact aangegeven’. Wie beslist, daar lag voor Han Lammers de waterscheiding tussen de gekozen volksvertegenwoordiger en de zelfbenoemde leden van actiegroepen in wijken en buurten. Een rol voor krakers was daarin al helemaal niet weggelegd. ‘Van onderop’ betekende voor hem niet dat de plicht van de gemeenteraad zou komen te vervallen om vanuit een groter belang dan dat van de wijk te komen tot afwegingen, integendeel. En zo was het ook bij zijn afweging van de aanleg van een metro door de Nieuwmarktbuurt. In zijn perceptie was het niet de Nieuwmarkt die als buurt zou moeten verdwijnen, maar ging het primair om het bovenwijks belang, de aanleg van een metro voor de gehele stad. Dat rechtvaardigde voor hem de pijnlijke ingreep in dit deel van de bestaande stad. Han Lammers zou daarmee zichzelf midden in het centrum plaatsen van een van de grootste stadsconflicten die ons land heeft gekend. Maar juist dat grotere belang rechtvaardigde voor hem juist ook een standvastig stadsbestuur.

Maar was Han Lammers nu echt de vertegenwoordiger van ‘de functionele stad’, waarin de bestaande stad had afgedaan en de functies van wonen, werken en recreatie van elkaar werden gescheiden? Herman de Liagre Böhl laat tussen de regels door zien dat misschien wel het tegendeel waar is. In zijn boek zien wij dat de bestuurder Han Lammers feitelijk deel uit maakte van een overgangsperiode waarin het denken dat toen nog gedomineerd werd door grootschalige herstructureringen in de stad, geconfronteerd wordt met een steeds mondiger wordende bevolking die samen met het eigen stadsbestuur wilde gaan werken aan het herstel van de organisch gegroeide stad. Han Lammers vertegenwoordigde als bestuurder beide werelden.

Affiche Aktie-Jordaad (‘De Jordaan in puin? De afbraak is in ’t rood gekleurd!’) (Schetsplan 1970)

Zo was hij het die radicaal afscheid nam van veel van de megalomane sloopplannen van de dienst Publieke Werken die, nog onder de medeverantwoordelijkheid van Joop den Uyl, de latere minister-president van het enige progressieve kabinet dat ons land heeft gekend, tot stand waren gekomen. Het was Han Lammers die op 18 mei 1971 voor een radicale ommekeer in beleid zorgdroeg met zijn ‘Nota Voorbereiding bestemmingsplan Jordaan’. In plaats van de voorgenomen grootschalige sloop van het ‘Schetsplan 1970’ werd nu het officiële uitgangspunt van het Amsterdamse gemeentebestuur dat ‘de wijk zou worden hervormd zonder zijn karakter te verliezen. De straten zouden niet verbreed worden en verkeersdoorbraken zouden achterwege blijven. Nieuwbouw zou worden aangepast aan de fijnmazigheid van de buurt’. Wie Amsterdam kent, en vooral deze wijken rond de grachtengordel, weet dat de bestuurder Han Lammers daarmee de stad heeft behoed voor een desastreuze vernietiging van een groot deel van haar rijke stadsgeschiedenis. Waar echter het belang van de stad als geheel, het belang van de wijk oversteeg, koos Han Lammers radicaal voor de stad en miste op dat moment het vermogen om tot een synthese van verschillende belangen te komen die aan beide doelstellingen recht zouden doen. Maar het boek van Herman de Liagre Böhl mag en kan daarom wel degelijk als een herwaardering worden gelezen van een van de meest markante en omstreden bestuurders die Amsterdam heeft gekend. Hij legde op veel meer plekken, dan ‘zijn’ beeldmerk van de autoritaire en regenteske stadsbestuurder, de basis voor een echt stedelijk herstel. Zijn opvolgers, waaronder Jan Schaefer, konden misschien wel juist door de eerdere radicale besluiten van Han Lammers later tot grote resultaten komen bij de uiteindelijke revitalisering van onze hoofdstad.

Dat Han Lammers, een authentieke en linkse sociaaldemocraat in hart en nieren was, bewees hij na zijn Amsterdamse tijd op het nieuwe land, de Flevopolder. Hier kon hij met volle overgave strijden voor een volwaardige plek voor een geheel nieuwe samenleving in ons land. In alle rollen heeft hij met zijn persoonlijkheid, behendigheid en bestuurskracht de Flevopolder een eigen identiteit gegeven. Waar hij in Amsterdam de confrontatie niet uit de weg ging, zocht hij hier echter juist het harmoniemodel. Het werd een zoektocht naar de zachte krachten om met elkaar te komen tot een prestatie van formaat. Confrontaties werden bewaard voor de strijd die er met Den Haag te slechten was en waar de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) meende het bestuurlijk primaat te hebben over de polder. De nog steeds bestaande autonomie van de provincie Flevoland, de krachtige ontwikkeling van de verschillende gemeenten, waaronder Almere, de vijfde stad van Nederland, zijn op het bestuurlijk conto van Han Lammers te schrijven. Maar hij ging verder dan slechts bestuurlijke structuren. Flevoland zou ruimte moeten bieden aan een moderne samenleving. Hij bekritiseerde de opvattingen van de stedenbouwers van het RIJP. Almere Haven vond hij ‘benauwd en kneuterig’. De planologen van het RIJP keken zijns inziens te veel naar het eindbeeld: ‘kijk, zo heeft opa het allemaal bedacht’ en toonde hij zich ‘een voorstander van flexibele planologie’, in zijn woorden ‘je moet de moed hebben hele stukken oningevuld te laten’. Open en groene ruimte daar ging het Han Lammers om, zowel in een stad als Almere als ook in de polder met haar Oostvaardersplassen. Net als Han Lammers kwam ook ik in de polder terecht, als wethouder Duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Almere kreeg de verantwoordelijkheid voor de doorontwikkeling van de stad. Almere is in haar stadsconcept atypisch in vergelijking wat in ons gangbaar is. Deze meerkernenstad beschikt over een gelijk oppervlak als de gehele stad Amsterdam. In mijn eerste twee jaar heb ik mij daarom vooral ingespannen om te doorgronden wat nu eigenlijk de unieke kwaliteit is van het ruimtelijk plan van de stad Almere. Voor mij werd steeds duidelijker dat het desastreus zou zijn wanneer het werk van Han Lammers, Dirk Frieling en Teun Koolhaas door het bij de ruimtelijke ordenaars in ons land allesoverheersende dogma van de ‘compacte stad’ ongedaan zou worden gemaakt.

Structuurvisie Almere 2.0 – 26 juni 2009

Wat graag had ik hem op 26 juni 2009 bij de presentatie van onze Structuurvisie Almere 2.0 persoonlijk willen vertellen hoezeer ons plan zijn werk en inzichten beoogden te continueren. Want juist, de ruimte, het groen en het blauw zijn de kwaliteiten van het polderlandschap, van haar gemeenten en de stad Almere in het bijzonder. De stedenbouwkundige van Almere Teun Koolhaas sprak over Almere dan ook niet voor niets over ‘een landgoed voor de middenklasse’. Ik zou bijna zeggen alleen wanneer deze kwaliteiten gekoesterd worden zal de polder en de stad Almere op termijn haar toekomstwaarde kunnen gaan verzilveren. Voor de bewoners van de polder en Almere is die kwaliteit allang een vaststaand feit. Het overwinnen van de vooroordelen over polder en stad zal echter nog veel tijd vragen. Maar het zou van waarde zijn, wanneer meer algemeen, men zich in politiek Den Haag zou realiseren dat de polder en haar steden juist door haar uniciteit gaat om een te behouden waardevol landschappelijk erfgoed. Wat juist niet uit restauratieve overwegingen zou moeten worden beschermd, maar omdat het de doorontwikkeling naar een – nog – rijkere toekomst in zich herbergt. Een veelvoud van voorbeelden van de rijkdom in de polder kan dit illustreren dat is nog maar slechts een begin van wat er nog staat en kan gebeuren. De Floriade in 2022 in Almere is slechts een van die voorbeelden die de polder en de stad naar een hoger plan zal tillen.

De politieke carrière van Han Lammers begon radicaal met de oprichting van Nieuw Links binnen de PvdA. Met zijn Amsterdamse bestuursperiode, dat wil zeggen dat wat zijn imago is geworden, zou je denken hier slechts te maken te hebben met een autoritaire en regenteske bestuurder. Maar in de kern is dat niet juist. Han Lammers was, als het erop aankwam, vooral een vertegenwoordiger van de stroming binnen de PvdA die sociaaldemocratische politiek als deel van een strijdbeweging ziet. Langs de wegen van de parlementaire democratie werden immers de veranderingen bevochten en dat doe je vooral met medestanders. Een goede illustratie van dit politieke basisgevoel laat Han Lammers zien in het interview dat hij in 1993 gaf aan het televisieprogramma Capitool. Hij werd daarin door de journalist Fred Verbakel geïnterviewd over de dreiging van een mogelijke opdeling van ‘zijn’ Flevopolder. In de goed bewaard gebleven opname op You Tube zien wij een Commissaris van de Koningin die zijn polder verdedigd, daarin het spel van de politiek door en door kent en weet hoe hij daarin voor Flevoland een rol moet spelen. In het interview weet Lammers de interviewer telkens weer beleeft en vriendelijk glimlachend te corrigeren naar de onderwerpen die zijns inziens ertoe doen. Moeiteloos stapt hij daarbij over van de polder naar de grote politiek. Het is aan de vooravond van de mogelijke komst van een Paars kabinet. Een mogelijke samenwerking tussen PvdA en VVD wees hij resoluut van de hand: ‘Kijk u naar die program, hoe moet nou op het sociale vlak. Stel nou dat je wordt belast met het aan elkaar schrijven van die programma’s op het punt van sociale zekerheid. Nou, dat lukt niet. Dat wordt uiterst gekunsteld’. Voor Han Lammers is de politiek dan ook meer dan besturen alleen, het is ook het platform voor een politieke strijd: ‘Het gaat er om, ook voor beide partijen met wie kan ik het beste een aantal heel belangrijke punten uit mijn programma verwezenlijken. Dat is waar toe je verplicht bent tegenover je kiezer. Je bent tegenover de kiezer verplicht om die partner te zoeken waarmee je op grond van de ontstane krachtsverhoudingen het beste je doelstellingen kunt bereiken. Dat is je plicht’. Zijn voorspelling dat zo’n samenwerking na twee jaar zou klappen is niet uitgekomen maar dat de samenwerking door de kiezer als ‘gekunsteld’ zou worden ervaren is bewaarheid gebleken. Juist in de samenwerking met de VVD is het de PvdA, niet gelukt om haar eigen identiteit overeind te houden. Lessen uit Paars zijn er niet uitgetrokken want inmiddels heeft een vergelijkbare samenwerking van de PvdA met de VVD de PvdA als veranderingsbeweging gesloopt en gereduceerd tot de kleinste progressieve partij in ons parlement. Het is nauwelijks nog een vraag hoe Han Lammers zou aankijken tegen de generaties Bos-Samsom die met hun transactiedenken de PvdA tot slechts een bestuurderspartij hebben gereduceerd, in plaats van de veranderingsbeweging die naast strijd ook bereid is bestuursverantwoordelijkheid te nemen. Je hoort hem briesen.

Han Lammers heeft in mijn politieke bestaan meerdere malen een belangrijke, maar vooral ook een stimulerende en inspirerende rol gespeeld. Hij was echt een voorbeeld. Een keer zorgde hij ervoor dat ik echt stil en ontroert raakte. Het moment staat nu nog in mijn geheugen gegrift en voel ik nog de emotie erbij. Want net als Lammers was ook ik in een fors conflict geraakt over ‘un grand projet’ en dan ligt er al snel het verwijt dat het vooral zou gaan om het persoonlijk najagen van een megalomaan prestigeproject. Ook bij mij zou het conflict uiteindelijk leidden tot het einde van mijn Haagse wethouderschap. In Den Haag ging het om de bouw van een bibliotheek en stadhuis in de op dat moment volstrekt verpauperde Haagse binnenstad. Hier ging het niet om de sloop van woningen, Den Haag was al jaren kaalgeslagen door cityvorming van de eerdere plannenmakers en gemeentebestuurders, maar concentreerde de discussie zich op de mogelijke financiële risico’s. Voor én tegenstanders hebben lange tijd de opiniepagina’s van veel kranten mogen vullen over nut en noodzaak van het plan. Uiteindelijk is het er toch van gekomen en siert het witte stadhuis van Richard Meier de Haagse binnenstad. Daags na de aanvaarding van het besluit kreeg ik een gelukstelegram: ‘Gefeliciteerd met het stadhuis, Han Lammers’. Daar stond ik, de man die ik in 1975 niet wilde ontmoeten wegens zijn bestuurlijk optreden in de Nieuwmarkt, was nu de eerste die mij ten volle feliciteerde. Wat een klasse! Wat moet hij veel herkend hebben van wat hij zelf heeft meegemaakt. Hij kende, als geen ander, de eenzaamheid van de strijd die een bestuurder op zo’n moment ervaart. Het feit dat de Haagse gemeenteraad, tegen de stroom in, voor de stadhuisoperatie stemde deed ook hem, bijna met terugwerkende kracht, goed. Maar Han Lammers was meer voor mij. Hij steunde mijn werk voor de stadsvernieuwing en de volkshuisvesting ten volle. In mijn periode als lid van de Tweede Kamer belde hij mij regelmatig op. Hij was bezorgd over de volkshuisvesting. Het ging hem aan het hart dat onder Paars er ruimte kwam om te liberaliseren. Hij riep mij op om door te gaan met mijn verzet ertegen. Han Lammers is een kei in politiek en bestuurlijk Nederland geweest. En hoewel ik het nog steeds betreur dat Han Lammers in de Nieuwmarktbuurt niet zelf tot een bestuurlijke synthese is gekomen, is zijn doorzetten van de aanleg van de metro voor Amsterdam van grote waarde gebleken. Over het hoe kan je van mening verschillen maar een Amsterdam zonder metro, ook in de Nieuwmarkt, zou nu ondenkbaar zijn. Hij was daarin een groot visionair! Het is dan ook meer dan terecht dat er een mooi boek over Han Lammers is verschenen, en dit is zeker niet als kritiek op het boek bedoeld, maar Han Lammers mag wat mij betreft meer erkenning krijgen voor wat hij in zijn Amsterdamse bestuursperiode voor elkaar heeft gekregen.

Elandsgracht in Amsterdam, hartje Jordaan

Ik zou het meer dan passend vinden wanneer de Amsterdammers en haar bestuur hem deze waarde ook nadrukkelijker zouden toe kennen. Hij was het immers die in Amsterdam de stadsvernieuwing heeft ingeluid, te beginnen met het behoud van de Jordaan. Wat mij betreft zou een beeld van Han Lammers tussen de borstbeelden van de Johnny Jordaan en Tante Leen op de Elandsgracht dan ook geenszins misstaan.

Ik heb genoten van de biografie over Han Lammers. Toch is er na de lezing van het boek ook een schrijnend gemis. Dat is die andere kant van Han Lammers, zijn passie voor muziek, voor het orgelspel. Herman de Liagre Böhl beschrijft bijna lyrisch de kwaliteiten van Han Lammers op het orgel. Hij was daar op zijn best, een gepassioneerd vertolker van Bach, Mozart en Sweelicnk maar er was op het orgel ook ruimte voor de kwajongen die Han Lammers ook was. Zo maakte de journalist John Jansen van Galen een uitbundige Han Lammers mee achter het orgel in de basiliek van Remiremont: ‘Met verlaat het orgel nooit zonder een improvisatie: dat is stijl,’ en prompt donderde zijn variatie ‘langs de Amsterdamse grachten’ door de bisschopskerk. Hij heeft daarbij alle stemmen ingezet, zijn lange knokige handen klauwen krachtig in de toetsenborden, bij de laatste strofen zingt hij mee, ongearticuleerd keelklanken uitstotend’ (JJVG).

foto: collectie Museum Het Oude Raadhuis).

Het boek Han Lammers (1931-2000) laat zien wat een veelzijdig man ons, nu precies zeventien jaar geleden, is ontvallen. Maar soms zou je willen dat er van iemand meer zichtbaar, voelbaar en hoorbaar zou blijven voortbestaan dan wat hij fysiek voor de stad Amsterdam en de Flevopolder heeft gedaan. Op You Tube heb ik dan ook gekeken, of dat ook gold voor de improvisaties en voorstellingen die Han Lammers op de vele orgels moet hebben gespeeld. Ook in die zin zat de tijd hem tegen. Slechts een anekdote over de Zuiderkerk met Lammers op het orgel komen wij op You Tube tegen. Nu zou veel van wat hij muzikaal heeft gedaan bewaard zijn gebleven. Ik kan en wil mij ook niet voorstellen dat alles verloren is gegaan. Wat zou het een rijke herinnering aan hem zijn wanneer zijn orgelspel nog eens zou worden verzameld en zou worden uitgebracht? De volgende uitgave van het boek zou dan wat  mij betreft mogen worden aangevuld met een inleiding in de muzikale prestaties van deze bijzondere Amsterdammer.

Hoe het ook zij, het boek ‘Han Lammers, Amsterdammer in de Polder’ bracht mij weer terug bij Han Lammers maar liet mij ook weer even langs de lijnen van mijn eigen leven wandelen. En het was een aangename en leerzame wandeling. Vooral omdat het zo goed laat zien dat ook grote mensen kinderen van hun tijd zijn, dat zij meer zijn dan het etiket dat op ze is geplakt en je warm wordt van de passie waarmee deze grote Amsterdammer het leven heeft geleefd. Ja, in termen van Herman de Liagre Böhl, gedroeg hij zich daarbij misschien niet altijd even ‘fraai’, en hadden zijn vrienden ‘wel op wat meer vriendschappelijkheid en bestuurlijk medeleven van hem mogen rekenen’. Wie echter achter de coulissen keek zag, volgens zijn persoonlijke secretaresse Anneke Trieler, een ‘genereuze man: soms was hij wat norsig, maar ook dan wist hij zich koddig te gedragen zodat hij de mensen in zijn omgeving voor zich bleef innemen’. Ze heeft ongetwijfeld gelijk maar voor mij was Han Lammers, een genereus politicus die durfde te verliezen om te winnen. Nog iedere dag een een voorbeeld om te koesteren en waarvan er, wat mij betreft, wat meer in de tegenwoordige PvdA zouden mogen zijn.

Adri Duivesteijn, 11 juli 2017

Alle citaten, tenzij anders vermeld, komen uit het boek:

Han Lammers (1931-2000), Amsterdammer in de polder.

Herman de Liagre Böhl

Uitgever: Prometheus – Bert Bakker

ISBN 978 90 351 4312 8