Gerard van Otterloo, (1950 – 2019)

Het plotseling overlijden van partijgenoot en oud-collega wethouder Gerard van Otterloo komt hard aan.

Onvermijdelijk zal er in een terugblik op zijn politieke leven worden teruggegrepen op hoe wij beiden verwikkeld waren in een conflict over de bouw van het Haagse stadhuis. Maar, zeg ik op voorhand, dat vertekent het beeld. In de Haagse gemeentepolitiek hebben wij jaren achtereen, zij aan zij, gestreden voor het herstel van de oude wijken, voor een hogere kwaliteit van betaalbaar wonen. Wij gaven met elkaar ruimte aan het nieuwe wonen, het Pandercomplex aan het Buitenom is er niet de minste van. Wij deelden ook de overtuiging dat er een einde moest komen aan de verpaupering van onze Haagse binnenstad. Na decennia van besluiteloosheid wilden wij daarin samen verandering brengen. Gerard en ik waren bondgenoten toen wij in 1986 begonnen aan een denkpauze om de bouw van het Stadhuis aan het Spui te onderzoeken. Ja, Gerard, in zijn rol als wethouder van Financiën, dacht bij de aanvang actief mee om binnen de exploitatie financiële middelen te vinden om de bouw mogelijk te maken.

Het is waar dat wij uiteindelijk het stadhuisplan niet met een gemeenschappelijke opvatting naar de gemeenteraad hebben kunnen brengen. Daarvoor dachten wij te verschillend over het eindplan. Maar wanneer je oprecht gelooft in je overtuiging, is het ook de moeite waard om daarover de strijd aan te gaan. Bij Gerard van Otterloo wist je waar hij stond. Er was geen ruimte voor het spel om het spel. En dat, hoe lastig ook, is in de politiek een uitzonderlijke kwaliteit. In de stadshuiskwestie koos hij ultiem voor zijn eigen inhoudelijke opvatting. Ik citeer wat ik in 1994 over Gerard schreef in mijn boek Het Haagse Stadshuis, bouwen in een slangenkuil: ‘De kern van zijn handelen was zonder twijfel zijn bewondering voor Rem Koolhaas en zijn afkeer van het plan-Meier. De bewondering beschouw ik als de meest authentieke drijfveer: Van Otterloo maakte een keuze op basis van zijn architectuur-opvatting’. Ja, en precies daarin wij stonden tegenover elkaar. Maar waren, juist omdat deze keuze zo essentieel was voor het concept van de binnenstad, bereid te staan voor onze opvatting. Daarvoor hebben wij een hoge prijs moeten betalen. Maar soms is dat de moeite waard. Beiden zijn wij nadien niet meer van mening veranderd.

Met dit verschil van mening en de gevolgen die het had voor ons politieke en persoonlijke leven, was het Gerard die, nadat ik bekend had gemaakt dat ik prostaatkanker had, mij via LinkedIn benaderde: ‘Ik begreep dat het niet goed gaat met je gezondheid. (…) Als je het leuk vindt kunnen wij in de komende tijd een keer in de stad afspreken’. Het werd een zomermiddag op mijn terras waar wij lang en indringend hebben gesproken over de kwetsbaarheid van het leven zelf. Gerard had, net als ik, de nodige lichamelijke tegenslagen achter de rug en deelde deze. In ons gesprek ging het niet over politieke verschillen van mening, niet over het Haagse stadshuis. Nee, in deze ontmoeting ging het over de essentie van het leven zelf, namelijk ‘een gezond leven’. En helaas ook hoezeer de aantasting ervan niet alleen je eigen ‘zijn’ raakt maar ook degenen die je thuis het meest dierbaar zijn’. Dit te kunnen en mogen delen met Gerard heeft mij diep geraakt en ontroerd.

Adri Duivesteijn
Den Haag, 15-11-2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.