De verborgen opgave

Lima 4Ter gelegenheid van mijn afscheid als directeur van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) vond van 17 september 1994 tot 15 januari 1995 de tentoonstelling ‘De verborgen opgave, Thuis in de stad’ plaats – feitelijk een reisverslag van mijn bezoek aan Bangkok, Lima, Sao Paulo/Santos, Yogjakarta en Grahamstad. Wat ik daar heb gezien, is dat de zelfkracht van mensen leidend kan zijn in de ontwikkeling van onze steden; zolang de burger in zijn of haar kracht wordt geplaatst, is een optimistische benadering van de stedelijke opgave in (nieuwe) wereldsteden mogelijk. Voor mij is ‘De verborgen opgave’ een belangrijke inspiratiebron geworden; het heeft aan de basis gelegen van het programma IkbouwmijnhuisinAlmere dat in 2006 van start is gegaan. Bijzonder is dat het ook anderen inspireerde. Zo vertelde de architect Carel Weeber mij ooit dat de tentoonstelling – en dan met name het besef dat hier, in de Nederlandse volkshuisvesting, nauwelijks een rol is weggelegd voor de eindgebruiker – hem heeft gemotiveerd te komen tot het concept van (en het boekwerk over) ‘Het Wilde Wonen’.

De verborgen opgave

Verborgen opgaveEen beweging die nu meer en meer zichtbaar wordt, manifesteerde zich al in de tijd dat ik directeur van het Nederlands Architectuurinstituut was: de trek naar de stad neemt toe. De verwachting is dat in 2050 ruim 70% van de wereldbevolking in steden, dus op slechts 2% van de totale aardoppervlakte, wonen. Wat van alle tijden is, is dat de groei – vooral in de ontwikkelingslanden – onevenwichtig is. Grote investeringen sluiten de (nieuwe) wereldsteden in fysieke en mentale termen aan op de wereldeconomie. Tegelijkertijd worden miljoenen arme stedelingen nauwelijks als stadsbewoners (h)erkend. Zij trokken in de afgelopen decennia van het platteland naar de stad, en bij gebrek aan huisvesting bouwden ze hun eigen onderdak op stukjes overgeschoten land. Elementaire voorzieningen als water en electriciteit waren schaars en duur. Het gevolg is bekend: wij kennen allemaal de beelden van de krottenwijken, die een schrijnende armoede en uitzichtloos bestaan vertegenwoordigen.

NaamloosMaar dat beeld is oppervlakkig. Tijdens mijn reis bleek dat er wél iets kan worden gedaan aan de huisvesting van de nieuwe stedelingen. Wat wij zagen toen wij de zelfbouwwijken bezochten, is dat bewoners met grote inzet werken aan de verbetering van hun woonomstandigheden. Dat is ook wat wij met de tentoonstelling ‘De verborgen opgave’ zichtbaar wilden maken. De tentoonstelling liet zien hoe architecten en stedenbouwkundigen de kloof tussen de formele en informele wereld kunnen overbruggen, en daarmee de héle stad kunnen verbeteren. “Het wereldprobleem is op iedere plek een lokaal probleem, een vormgevingsvraagstuk van de materiële voorwaarden voor de samenleving, van steden, wijken, buurten, straten, woningen en dus een kwestie binnen het vakdomein van architecten en stedebouwkundigen”, schreef ik in de begeleidende catalogus. De tentoonstelling moet dan ook primair worden beschouwd als een oproep aan westerse architecten, om zich – met al hun visionaire en ambachtelijke kracht – met dit vraagstuk te engageren.

Lees hier ook het artikel van prof. Sergio Porta and dr. Ombretta Romice over ‘plot-based urbanism’, of zie de lezing van fotograaf Iwan Baan die het leven in de informele wereld op bijzondere wijze vastlegde. Wat hij laat zien, is wat er met steden gebeurt op het moment dat architecten vertrekken en burgers het ‘overnemen’, met alle creativiteit die daarmee gepaard gaat.