Inspiratie

Constant Nieuwenhuys (1968), een inspiratiebron

“Ich betrete das Labyr.

Ich weiss nicht was mich erwartet.

Ich weiss nicht was ich hören werde.

Was ich sehen werde.

Was mich erwarten wird.

Was ich entdecke.”

Alle ‘kopafbeeldingen’ op deze website zijn van de kunstenaar Constant Nieuwenhuys (1920-2005). Voor mij is hij een belangrijke inspiratiebron geweest, vooral in zijn latere jaren. In 1956 keerde hij de schilderkunst de rug toe en stortte zich op New Babylon, een groots architectonisch en urbanistisch project. In maquettes, tekeningen, films, grafieken en manifesten verbeeldt hij zijn ideeën over een moderne en vooruitstrevende samenleving. Onderdeel van het project was ook een serie litho’s, met als titel ‘Labyrismen’. Ik kocht de serie in 1993 bij Antiquariaat J.A. Vloemans aan de Anna Paulownastraat in Den Haag, voor architectuurliefhebbers een begrip.

foto-15Kern van de ideeën van Constant is dat er ruimte is voor het onverwachte. Met New Babylon gaat hij uit van een alternatieve, volledig geautomatiseerde maatschappij, waarin arbeid overbodig is geworden. Hierdoor is de mens vrij om zich volledig te richten op het ontwikkelen van creatieve ideeën. De bewoner van New Babylon, de Homo Ludens (de spelende mens, geïntroduceerd door de Nederlandse historicus Johan Huizinga), bepaalt zelf het steeds veranderende uiterlijk van zijn of haar leefomgeving, zonder beperkingen of grenzen. In Constant’s eigen woorden: “New Babylon biedt slechts minimale voorwaarden voor een gedrag dat zo vrij mogelijk moet blijven. Elke beperking met betrekking tot bewegingsvrijheid, elke beperking met betrekking tot het creëren van stemming en atmosfeer moet worden verhinderd. Alles moet mogelijk blijven, alles moet kunnen gebeuren, de omgeving wordt gecreëerd door de activiteiten van het leven en niet andersom.”

Met zijn ideeën is Constant één van de belangrijkste vernieuwers in het denken over de moderne naoorlogse samenleving en de rol van de stad daarin. Zijn New Babylon is als een protest of aanklacht tegen het modernisme dat door de strikte functiescheiding – zoals bijvoorbeeld het Congrès International d’Architecture Moderne (CIAM) dat bepleitte – toch vooral een verstarring van een stedelijk leven voorstond. Door wonen, werken, recreatie en verkeer elk een afzonderlijke plek te geven ontstond er weliswaar een geordende maar tegelijkertijd een levenloze stad. Met zijn ideeën voor een stad waarin alles met elkaar in verbinding staat, als ware het een labyrintisch netwerk, was Constant een pionier in de naoorlogse rehabilitatie van de organische stad. In de publicatie ‘Plot Based Urbanism: Towards Time-Consciousness in Place-Making’ (september 2010) hebben prof. Sergio Porta and dr. Ombretta Romice het beter verwoord dan ik zelf zou kunnen: “One major characteristic of the different discipline is a focus on self-organization in the formation of urban space. This focus means conceiving the city as the stratification of billions of projects and plans, some large and some small, some collective and some individual, in endless mutual interaction in time. It means seeing what has been negated for too long: that self-organization has nothing to do with chaos, it is in fact a higher level of order. And that most if not all the most lively and successful parts of our cities are in fact those less planned, which means – by definition – more complex.” Met zijn kunst, en in het bijzonder New Babylon, zei Constant hetzelfde. Zijn pleidooi voor vrijheid, voor ruimte voor individuele, creatieve expressie, leidend tot een eindeloze differentiatie, heeft mij mijn hele werkzame leven geïnspireerd.

Toen ik in 2006 werd gevraagd wethouder Duurzame Ruimtelijke Ordening in de stad Almere te worden, was dat dan ook een uitgelezen kans Constant’s pleidooi in de praktijk betekenis te geven. Waar mijn inzet op een andere ruimtelijke ordening, met daarin een hoofdrol voor de burgers in nieuwe vormen van opdrachtgeverschap, in het parlement telkens weer vastliep op bewindspersonen die zich confirmeerden aan de belangen van de institutionele (bouw)wereld, bood Almere mij de kans daaraan te ontsnappen. Hier kon, juist door de confrontatie tussen de geplande stad enerzijds en door mij voorgestane organische stad anderzijds, een nieuw bouwbeleid worden geïntroduceerd, dat in de praktijk een voorbeeldfunctie zou kunnen vervullen en daarmee een nationale dimensie zou kunnen krijgen, als een tastbaar, blijvend manifest. In het parlementaire debat overtuigen daden immers meer dan woorden.

Zo ontstond al eind 2006 het voorstel om Homeruskwartier in het stadsdeel Almere Poort te ontwikkelen als een ‘staalkaart van opdrachtgeverschap’. In deze wijk werden meer dan 1.500 bouwkavels, met verschillende groottes en in verschillende prijsklassen, gecreëerd voor particuliere opdrachtgevers. Vanaf dat moment konden burgers in alle inkomensgroepen inhoud geven aan hun eigen woon- en leefomgeving. Het Homeruskwartier maar ook Noorderplassen-West (Almere), Overgooi (Almere), Steigereiland (Amsterdam) en niet te vergeten Roombeek (Enschede) illustreren dat een andere ruimtelijke ordening, een ander gronduitgiftebeleid en een nadruk op een faciliterende rol van de institutionele bouwwereld maken dat burgers zelf in staat zijn om een tot de verbeelding sprekend ‘labyrint’ tot stand te brengen, waarbij bij voortduring iets te ‘entdecken werde’. Daarmee wordt het ideaal van Constant in de praktijk gebracht door de mensen die de stad maken. Of, in de woorden van C. Caspari in zijn gedicht ‘Labyrismen’:

“Aber ich überlassen mich diesem System

von materiellen und immateriellen Vorgängen.

in alles kann ich aktiv und passiv jederzeit eingreifen.

Ich setze mich den ständigen Veränderungen aus.

Ich bin in ein Spannings- und Vibrationsfeld

geraten das je nach meinem Vermögen,

nach meiner Stimmung,

nach meinen Eigenschaften

benützt werden kann.”