Categorie archief: Frank Meijers

Mooie kijk van Marit Geluk op ‘De Spelers van Oosterwold’ (en – als een extra – het mysterie van een kavelprijs)

Zondag 20 januari jl. zou in de geschiedenis van ‘Making Almere’ een euforisch moment moeten worden. Gepland stond de première van de film ‘De Spelers van Oosterwold’ van de filmmaker Marit Geluk. De film, die in opdracht is gemaakt van het Bestuurlijk Overleg Oosterwold, zou een persoonlijke impressie laten zien van de filmmaker. Drie jaar lang heeft zij alle betrokken spelers gevolgd in de transformatie van een agrarisch gebied naar een landgoed van initiatieven, waar wonen, werken en stadslandbouw worden gecombineerd.

De grote zaal van de bioscoop Kinepolis in het stadshart van Almere was uitverkocht. De zaal zou vol zitten met de spelers, die in de afgelopen drie jaar het Landgoed Oosterwold hebben gemaakt. Het mocht echter niet zo zijn. De dag ervoor kwam één van de eerste spelers, Frank Meijers, door een tragisch ongeval om het leven. De verslagenheid, in de nog zo jonge gemeenschap van Oosterwold, was groot. De voorpremière van de film werd dan ook terecht uitgesteld naar zondag 3 februari. Voor niemand in de zaal was deze film vrijblijvend. Deze film zou gaan over de mensen die in de zaal zaten, zij zijn de spelers van Oosterwold. De daardoor al aanwezige spanning vermengde zich met emotie toen de vroegere gebiedsregisseur Ivonne de Nood mooie woorden sprak over Frank Meijers:

“Als sparringpartners hebben Frank en ik veel besproken om onderdelen van Oosterwold verder te brengen. (…) Vanuit wederzijds vertrouwen had ik een bondgenootschap met Frank, hij was een heldere denker, scherp, kritisch, belangstellend en het ging altijd over inhoud. Daarbij, had hij altijd op het juiste moment die onvergetelijke glimlach. (…) Door zijn inzet is letterlijk en figuurlijk de weg geëffend voor vele anderen.”

Juist, omdat het bij Oosterwold gaat over een fundamentele omkering in de gebiedsontwikkeling, was deze zondagmiddag voor mij ook een heel bijzonder moment. Toen ik in 2006 als wethouder begon, stond ik voor de uitdaging om inhoud te geven aan de schaalsprong van Almere. De stad zou moeten gaan uitbreiden met maar liefst 60.000 woningen en honderdduizend arbeidsplaatsen. Voorwaar geen geringe opgave. Voor mij was duidelijk, dat de doorontwikkeling van de stad anders zou moeten. Stoppen met het ‘uitrollen van matjes met eindeloze reeksen standaardwoningen’. Dat moest anders en beter. Onder de titel ‘Ik bouw mijn huis in Almere’ werd in 2007 een begin gemaakt met de ‘staalkaart voor particulier opdrachtgeverschap’ in het Homeruskwartier. Vanaf dat moment kregen letterlijk honderden burgers de kans om in Almere hun eigen huis te bouwen. Hier beperkte dit zelf bouwen zich nog tot de door de gemeente omschreven rooilijnen en kavelgrenzen. Zou zelfbouw nog radicaler kunnen? Was het mogelijk om een echte vrijheid te creëren en burgers ook een plek te geven in het vormgeven van de stad? Zou een minutieuze planning van boven af vervangen kunnen worden door een organische ontwikkeling op basis van initiatieven van onderop? Met deze vraagstelling schreven wij voor Almere Hout een meervoudige studieopdracht uit onder vier architectenbureaus. In een openbare bijeenkomst met als titel ‘Mensen maken de Stad, een vakdebat over stedenbouw van onderop in Almere’ discussieerden wij op 11 april 2007, onder leiding van Felix Rottenberg, met zo’n 250 professionals. Het moest anders, maar over het hoe waren de meningen verschillend. Felix sloot de dag dan ook af met de vraag of wij ‘met elkaar getuige waren geweest van ‘een voetnoot dan wel een keerpunt’ in de ontwikkeling van Almere. Uiteindelijk zouden wij, samen met Winy Maas van MVRDV, in de structuurvisie Almere 2.0 de basisprincipes van een organische ontwikkeling voor Oosterwold vastleggen. In een werkmaatschappij werd samen met het Rijksvastgoedbedrijf, de Provincie Flevoland, het Waterschap Flevoland en de gemeente Zeewolde de Ontwikkelstrategie ‘Oosterwold, Land-Goed voor Initiatieven’ opgesteld en vastgesteld. En het plan was inderdaad radicaal. Hier in Oosterwold zou voor het eerst in onze naoorlogse geschiedenis het maken van de stad niet door een planning van bovenaf zijn vorm krijgen.

Hier waren wij voor een deel, vrij van, vaak door speculatie verkregen, grondposities van projectontwikkelaars en woningcorporaties. Oosterwold kon zich gaan onderscheiden door het inmiddels tot Almere Principe verheven ‘mensen maken de stad’.  De mensen met hun ideeën, creativiteit en doorzettingskracht zouden hier worden uitgedaagd om een nieuw stedelijk landschap vorm te geven. Wonen, werken, stadslandbouw, publiek groen, waterbergingen  en infrastructuur zijn hierin de vaste programmatische ingrediënten. Hoe en in welke vorm, zou in vrijheid worden bepaald door de initiatieven van de toekomstige bewoners en ondernemers. Nu, een aantal jaren later, zat de zaal van Kinepolis vol met de spelers van Oosterwold. Velen ervan waren al bewoners van Oosterwold. Anderen zaten volop in de bouw, dan wel stonden te trappelen om aan de slag te gaan. En hoewel de film van Marit Geluk, naast de schoonheid van het landschap en de architectuur, ook liet ook zien dat het zelf bouwen en ontwikkelen in Oosterwold niet altijd gemakkelijk is, was ook duidelijk dat het uiteindelijke resultaat groots is en een uniek woongebied gaat opleveren.

Tjeerd Herrema, Henk Mulder en ikzelf

Ik vond het ook fijn om bij de filmvoorstelling weer een aantal bekenden terug te zien. Zo waren mijn opvolgers Henk Mulder en Tjeerd Herrema er. Wetend welke inspanningen wij met elkaar hebben moeten verrichten om dit bestuurlijk mogelijk te maken, waren wij onverholen trots. De film maakte zo tastbaar dat een gebiedsontwikkeling van onderop succesvol kan zijn. Ik complimenteerde Marit met de film. Zij had met haar voortreffelijke observaties een mooi en realistisch beeld van Oosterwold gegeven. Met een zekere verwondering vroeg ik mij af, waarom de verantwoordelijke wethouder Maaike Veeningen (voorzitter van het Bestuurlijk overleg Oosterwolde) , die wel in de zaal aanwezig was, niet de spelers van Oosterwold welkom heette? Sowieso had ik verwacht meer leden van het college van Almere aanwezig zouden zijn. Het moet toch ook voor hen allen, een mooi en uniek moment zijn in haar wordingsgeschiedenis van Almere. Ik vond het jammer maar stond er verder niet meer bij stil. Het was immers, dankzij de mooie film van Marit Geluk, een hele mooie dag voor alle spelers van Oosterwold.

Nog geen vierentwintig uur later kregen de spelers van Oosterwold, die initiatiefnemer zijn, een koude douche te verwerken. Met een nieuwsbrief werd hen medegedeeld, dat de kavelprijs met onmiddellijke ingang van 42 naar 74,15 euro (beiden bedragen zijn samengesteld uit grondprijs en een bijdrage voor de exploitatie) was verhoogd. Je hoeft geen deskundige te zijn in bestuurlijke procedures om te weten, dat dit besluit al ver voor de première van de film een feit was. Al op 11 december 2018 is er in het Bestuurlijk overleg Oosterwold over gesproken. Met andere woorden het bestuur heeft bewust gewacht met de bekendmaking tot na de première van de film. Ik kan niet zeggen dat ik het erg elegant vond, maar ik begreep ineens wel waarom de verantwoordelijk wethouder ervoor koos om bij de première niet zichtbaar te zijn. Maar nu de nieuwe kavelprijzen toch onderdeel zijn geworden van een publiek discours, wil ik er ook wel wat over zeggen. Want hoe zit het eigenlijk met de grondprijzen van Oosterwold? Kun je bijvoorbeeld grondprijzen van verschillende gebieden, zoals de wethouder op 11 februari jl. deed, in het programma RADAR (Oosterwold 74 euro – Vogelhorst 500 euro) zomaar met elkaar vergelijken? In het geheel niet. Want het gaat over twee wezenlijk verschillende grondexploitaties. Om wat achtergrond over grondbeleid te schetsen grijp ik terug op het gesprek dat ik had met Frank Meijers tijdens mijn bezoek op 29 juni 2016 in Oosterwold. Het gesprek ging over de risico’s die onvermijdelijk verbonden waren met een gebiedsontwikkeling zoals in Oosterwold.  Ik citeer letterlijk de audio-opname:

 AD: “maar dit proces kan niet slagen als je niet open staat voor het ontdekken van dingen.”

FM: “nee precies, maar ik vind het ook prettig dat dat door de gemeente, in dit geval, gewoon erkend is met een lage grondprijs. Want dat is het natuurlijk wel.”

AD: “Nou dat is het principe ook. Het principe is natuurlijk dat als de gemeente een heleboel dingen niet zelf hoeft te doen, en je schuift het naar de mensen toe, dan is het ook logisch dat je een andere grondwaarde krijgt.”

 FM: “Ja, maar dan heb je er ook wat erkenning voor. Je hebt een heleboel ellende, gezeur maar wij hebben er ook niet voor betaald. Ik vind dat eerlijk, het is een faire deal, wij krijgen een korting maar hebben ook alle risico’s.”

 AD: “Maar dat is het principe ook. Waarom zijn gemeentelijke grondprijzen zoals ze zijn? Omdat alle activiteiten al hebben plaatsgevonden. De hele infrastructuur, de planvorming, alles, de basis is gewoon dat de gemeente zo’n heel gebied moet ontwikkelen. Op het moment dat je dat doorschuift naar de mensen, betekent het in feite dat je de kosten doorschuift. Dus is het ook logisch dat je een andere grondprijs hanteert”.

Zo zien wij dat in Vogelhorst of Poort de gemeente alle voorinvesteringen (infrastructuur, zoals wegen riolering, aansluitingen, parken e.a.) zelf ter hand heeft genomen. Dat kan fors in de papieren lopen, ik geef een voorbeeld in Almere Hout Noord waar de gemeente het gebied heeft opgespoten met zand (kosten 120 miljoen, prijspeil 2005).  In Oosterwold zijn er geen vergelijkbare voorinvesteringen gedaan door een overheid. Omdat de grond van het rijk is, is er voor de gemeente zelfs geen sprake van een renteverlies op de grond. Van de initiatiefnemers in Oosterwold wordt gevraagd alles, letterlijk alles zelf te doen. Zij ontginnen het gebied, zij maken de plekken bouwrijp, leggen de wegen en verzorgen, indien nodig, de aansluitingen. Bovendien onderhouden en beheren zij de wegen, het groen, water en het land(bouw). Anders gezegd: in Oosterwold is de rolverdeling volstrekt anders en is het in geen enkel opzicht te vergelijken met welke andere gebiedsontwikkeling ook. Zelfs als je prijzen zou willen vergelijken moet je juist ook de fundamentele verschillen tussen ‘verschillende grondproducten. Dat niet doen is misleidend omdat het een bevoordeling van bewoners en ondernemers in Oosterwold suggereert.

In mijn periode is voor Oosterwold ook nooit gesproken over een ‘marktconforme grondprijs’. Er is namelijk geen markt bij opbod maar een residuele grondprijs. Dat wil zeggen dat eerst gekeken wordt welke investeringen, conform het opgelegde programma van de gemeente, de initiatiefnemers zullen moeten gaan doen. De ruimte die vervolgens overblijft is de grondwaarde. Het gaat dus feitelijk om de restwaarde na aftrek van kosten. Dat kan in een aantal extreme gevallen, bijvoorbeeld bij niet commerciële voorzieningen, zelfs een negatieve grondwaarde opleveren. De nieuwe ‘marktwaarde voor de grond’ is via het Rijksvastgoedbedrijf door een onafhankelijk beëdigd taxateur opgesteld. Het mooie is dat bij een residuele waardebepaling het mogelijk om volstrekt open te zijn over de waardering en hoe men tot die residuele waarde is gekomen. Maar zelfs wanneer alles transparant is, kan er nog een verschil van opvatting zijn. Dan is het gebruikelijk dat er een beroep- en arbitragecommissie wordt ingesteld, bestaande uit door drie partijen aan te wijzen onafhankelijke beëdigde taxateurs, die met elkaar nagaan welke grondwaarde juist in. Het is evident dat in het geval van Oosterwold een contraexpertise wenselijk is. Zo roept de toelichting op de waarderingsmethode al de nodige vraagtekens op.

Kan er in dit geval wel een gemiddelde VON-prijs zijn voor woningen in Oosterwold? En hoe zien de kosten eruit die van de VON-prijs zijn afgetrokken? Klopt dit met de werkelijk te maken kosten? Is de veronderstelling wel juist dat ‘de bouwkosten minder snel zijn gestegen’ in een tijd dat deze explosief gestegen is? En, niet onbelangrijk, als er geen vergelijkbare gebiedsontwikkeling in de regio, is hoe kan deze grondprijsverhoging ‘in euro’s (…) vergelijkbaar zijn met de waardeontwikkeling van grond in de regio’? En, vraag ik mij af of het feit dat er voor Oosterwold geen BTW behoeft te worden afgerekend – een vrijstelling (17.4 status) die geldt voor grond die nog nooit bebouwd is geweest – een rol heeft gespeeld bij het bepalen van het  gronddeel in de kavelprijs. (Kunt u het nog volgen? 🙂

Natuurlijk, ook ik sluit niet uit dat er redenen kunnen zijn voor een objectieve kavelprijs verhoging. Dat zou zeker het geval zijn wanneer de initiatiefnemers van de gemeente verwachten dat deze actiever wordt in het gebied. Bijvoorbeeld wanneer een deel van de wegenaanleg als taak van de initiatiefnemers wordt doorgeschoven naar de gemeente. Maar dat is dan ook waar voor je geld, omdat het feitelijk een verschuiving is van kosten die dan ook niet meer bij de toekomstige bewoners terechtkomen. Maar er zijn zeker ook nog andere aspecten die van invloed zouden kunnen en misschien ook wel moeten zijn op een kavelprijs. Want hoe heeft de taxateur een al dan niet gewenste woningdifferentiatie voor Oosterwold gewaardeerd? Ik mag toch aannemen dat de gemeente Almere erop staat dat er in Oosterwold ook ruimte is en blijft voor initiatiefnemers met een modaal dan wel een laag inkomen? Het zal toch niet zo zijn dat een gebiedsontwikkeling als Oosterwold slechts is voorbehouden aan hogere inkomens? Ik zie al een Haagse tweedeling (zand en het veen) voor mij waarbij de hogere inkomens in Almere zich centreren aan de oostkant van Almere (Overgooi, Vogelhorst en Oosterwold). Hoe het ook zij, er is alle reden om openbaarheid te betrachten bij de uitgangspunten van een waardering van de kavelprijs voor een gebiedsontwikkeling als Oosterwold. Ook zou het volstrekt normaal zijn, wanneer er een beroeps- of arbitragecommissie is waar belanghebbenden naar toe kunnen gaan.

Een volle zaal voor de premiere van de De Spelers van Oosterwold, tja waar is…?

Tot slot zijn er nog twee andere aspecten die de discussie, en dus ook de houding van het bestuur van Almere, kunnen beïnvloeden. Ik weet niet hoezeer deze hebben meegewogen, maar ik weet wel dat ze al langer deel uitmaken van interne discussie. De eerste betreft de concurrentie om de grond. Almere heeft veel bouwgrond in eigendom. Dat kost geld en een te lange leegstand levert zelfs forse renteverliezen op. Het succes van Oosterwold, er staan ca. 1000 (!) kandidaat-initiatiefnemers op de wachtlijst, kan ook de aantrekkingskracht doen afnemen voor gebieden waar hoge grondprijzen worden gecombineerd met strakke stedenbouwkundige regels en verplichtingen met een minimale vrijheid. Zo kan ik mij voorstellen dat ondernemende burgers het geld voor een kavel in Vogelhorst (500 euro) met zelfkracht veel efficiënter kunnen inzetten in een locatie van Oosterwold. Je zou dat zeker ‘marktwerking’ kunnen noemen tussen typen gebiedsontwikkelingen. In ieder geval ziet de afdeling Grondzaken van Almere de klanten liever niet vertrekken naar de rijksgronden van Oosterwold.  Anders gezegd: vanuit haar grondbedrijf heeft Almere een direct belang bij de verhoging van de grondprijzen van Oosterwold. Maar het wordt nog fascinerender. Tussen de Rijksoverheid en Almere, zijn in het kader van de schaalsprong afspraken gemaakt over een extra financiële bijdrage van de rijksoverheid voor de kosten die moeten worden gemaakt. Die bijdrage wordt gestort in het Fonds Verstedelijking Almere. Materieel vult de rijksoverheid het fonds met de grondopbrengsten die zij ontvangt van de eerste 7000 woningen op rijksgrond in Oosterwold. Dat kan aangenaam zijn voor Almere in het geheel maar wanneer er sprake is van een kunstmatige verhoging van het gronddeel in de kavelprijs is is dat wel zuur voor de spelers van Oosterwold. Feitelijk financieren zij dan de wel noodzakelijke verstedelijking van Almere. In ieder geval roept dit vraag op of er op de achtergrond sprake is van een verkapt verdienmodel bij de vaststelling van de kavelprijzen in Oosterwold.

Ik kan zonder verdere informatie niet beoordelen wat bepalend is geweest voor de wel heel forse kavelprijsverhoging in Oosterwold. Wel vind ik het gek, dat wij allen in goed gemoed op een zondagmiddag samenkomen om te gaan kijken naar de première van de film ‘De spelers van Oosterwold’, terwijl een paar spelers, zoals de bestuurlijk verantwoordelijk wethouder, weet dat de dag erop een fors aantal van de aanwezigen, of voor hogere lasten komen te staan en misschien zelfs niet meer kunnen deelnemen. Dit is niet de manier waarop ik,  maar ik neem aan niemand in de zaal, een feestje wil vieren. Het zou dan ook goed zijn wanneer er een volledige transparantie komt hoe de kavelprijs voor Oosterwold is opgebouwd en gewaardeerd. Welke parameters worden gehanteerd, welke opslagen zijn er en waarom? Ook moet je er toch niet aan denken dat door zo’n plotselinge en rigoreuze verhoging de toegang tot Oosterwold, voor modale en lagere inkomens ineens geblokkeerd gaat worden.

Laat in ieder geval duidelijk zijn dat de essentie van een gebiedsontwikkeling als in Oosterwold juist niet is voorbehouden aan wat ‘de gek ervoor kan geven’. In Oosterwold is nooit de winstmaximalisatie het uitgangspunt geweest, maar de maximalisatie van het wonen, de publieke ruimte en de stadslandbouw. Voor Almere zit de echte winst in een gedifferentieerd en kleurrijk gebied, dat aan de gehele stad een extra aantrekkingskracht geeft. Ben benieuwd wat hierover de opvattingen zijn van de gemeenteraad. Misschien is het een idee alvorens de Raad hierover met het College in debat gaat om even tijd te nemen om de film ‘De Spelers van Oosterwold’ in de raadzaal te vertonen. ik kan u verzekeren dat u net zo trots zult zijn als Henk Mulder, Tjeerd Herrema en ondergetekende. Het was dan ook echt de moeite waard om wethouder te mogen zijn in Almere, de plek waar de mensen Oosterwold maken!

Adri Duivesteijn, Wethouder van Almere van 2006-2013

“Ons land noemen wij het”, Frank Meijers, ontdekkingsreiziger in Oosterwold (1965-2019)

Vlnr: Adri Duivesteijn, Frank Meijers, Ivonne de Nood en Jacqueline de Ruiter. Foto: Marit Geluk

Een In Memoriam over Frank Meijers door Adri Duivesteijn op basis van een wandeling in Oosterwold op 29 juni 2016 met citaten uit geluidsopnamen van Marit Geluk.

Het was zaterdag 19 januari jl. toen filmmaker Marit Geluk mij belde met het afgrijselijke nieuws dat Frank Meijers die ochtend in de bossen van Oosterwold door een noodlottig ongeval om het leven was gekomen. Op zondag zou Marit’s film ‘De spelers van Oosterwold’ voor het eerst in Almere worden getoond in de bioscoop Kinepolis. De zaal (550 plaatsen!) was al weken uitverkocht. Veel van de aanwezigen zijn uit het Oosterwold afkomstig. Het was Frank Meijers, samen met zijn vrouw Jacqueline de Ruiter, die aan het begin stonden van een voor Nederlandse begrippen ongekende gebiedsontwikkeling. Terecht werd de premiere van de film wegens het overlijden van Frank Meijers uitgesteld naar zondag 3 februari a.s.

Ik ontmoette Frank Meijers op 29 juni 2016 toen ik met Ivonne de Nood, gebiedsregisseur Oosterwold 2015-2018), in Almere kwam kijken naar de eerste veranderingen in het maagdelijke polderlandschap van Oosterwold. Hier in Oosterwold zouden niet meer de projectontwikkelaars en woningcorporaties het gebied ontwikkelen, maar zijn het de mensen die de stad maken. Terugluisterend naar de audio opname die Marit Geluk heeft gemaakt van mijn ontmoeting met Frank Meijers, herbeleef ik onze ontmoeting en word ik opnieuw meegesleept door zijn openheid, spontaniteit en enthousiasme die hij wist te combineren met een scherp inzicht in de essentie van wat een organische gebiedsontwikkeling juist ook van de mensen zelf vraagt die deze uitdaging aangaan. In dit IM laat ik vooral daarom Frank Meijers aan het woord, want in zijn toelichting op hun eigen wooninitiatief dringen wij door tot wat in de kern Oosterwold is.

Frank Meijers: “Wij wilden naar buiten, Jacqueline wilde graag naar buiten, wij zijn de stad een beetje zat. De kinderen zijn nu zover dat ze naar de middelbare school gaan. Wij vinden de stad niet echt een perfect decor voor hun verder opgroeien. Wij wilden naar buiten toe, Jacqueline had al een tuin maar wilde meer ruimte. Wij hebben heel lang gezocht of wij ergens in Nederland iets konden vinden dat ons bevalt, maar we hebben gewoon niets kunnen vinden in al die twee jaar. Wij zoeken ruimte om ons heen, wij willen ook vrijheid, wij willen ook een groot huis kunnen neerzetten en dat is zeer lastig. Wij hebben wel plekken gevonden maar daar mag je dan maar 200 kubieke meter huis bouwen. Echt van die rare regels, echt midden in het landschap, gewoon midden in de natuur, niks om je heen en dan mag je maar 200 kubieke meters bouwen. Waarom? Wie is hiermee geholpen, welk probleem wil je hiermee oplossen? En dat is dan volstrekt onduidelijk, gewoon.”

Anders dan in de rest van Nederland, heeft Almere, Zeewolde samen met het Rijksvastgoedbedrijf (RVOB) van de Rijksoverheid en de Provincie Flevoland voor de ontwikkeling van Oosterwold gekozen voor een stedenbouw die een organische ontwikkeling van onderop mogelijk maakt. In Oosterwold geldt daarom het Almere principe “mensen maken de stad’ met de kernwoorden ‘zelfbeschikking’, ‘zelforganisatie’, ‘zelfbeheer’ en ‘zelfvoorzienend’. Burgers kunnen intekenen op de verwerving van grond om hun eigen idealen, fantasieën en dromen over hun eigen wonen zelf inhoud te geven. Hoe? Zeker, is dat het altijd een programmatische combinatie is van wonen, werken, landbouw en landschapsontwikkeling. De vorm? Hier is iedere initiatiefnemers vrij is om daaraan inhoud te geven. Het is het geheim van Oosterwold dat zich dus stukje bij beetje aan ons openbaren.

Frank Meijers: “Jacqueline kwam op de Noordermarkt in Amsterdam onze bloemenman tegen Zij vertelde dat ons zoeken naar een geschikte locatie al twee jaar op niets was uitgelopen. Nou, dan moet je een keer in Almere gaan kijken, daar hebben ze een nieuw project. Wij zijn toen direct wezen kijken, dat was rond de kerst in 2014. Nou in januari zaten wij bij Ester Geuting de toenmalige gebiedsregisseur van Oosterwold, en al in april hebben wij onze vergunning aangevraagd. Wij vonden het zo geweldig, we hebben meteen doorgepakt. Doordouwen, en nu dit dan (Frank wijst op hun woning, hun kas en hun land). Wij wilden zo snel mogelijk de vergunning over de muur gegooid hebben, alle aanvullingen komen daarna wel. Als ze maar vaart maken. En wat ik ook ontzettend leuk vind, dat wij hier straks niet in een eenvormige wijk wonen, maar dat je gewoon allemaal mensen om je heen hebt, mensen die net zoals wij dit leuk vinden, je hebt hier wel iets gemeen. We hadden misschien ook wel ergens anders eens een boerderij gevonden waar wij wat mee zouden kunnen, maar dan woon je in een buurt, waar je waarschijnlijk in de komende dertig jaar met de nek wordt aangekeken, want je komt toch uit de stad. Hier kennen wij al meer mensen om ons heen, dan wij waarschijnlijk ergens anders zouden gaan leren kennen, en wij wonen hier nog niet eens.”

Oosterwold, 29-06-2016 – Foto: Marit Geluk

Frank en Jacqueline waren beiden, juist door hun zoektocht naar een geschikte locatie, ervan doordrongen dat er voor de realisering van hun dromen, in ons zo geordende Nederland, maar heel weinig kansen waren. Zij wisten ook dat dromen alleen realiteit worden wanneer je ook bereid bent om je in te spannen om ze uit te laten komen. Daarvoor is intellectuele denkkracht en fysieke arbeid nodig. Voor hen was Oosterwold dan ook de kans om in hun wonen existentieel te zijn.

Frank Meijers: “Dat bevalt ons hier erg, de creativiteit. Het is toch veel leuker om iets te doen wat je zelf bedacht hebt, in plaats van iets in te vullen wat een ander bedacht heeft. Dit is veel leuker, je doet het met veel meer liefde. Ik vind het ook mooi dat wij ergens echt in kunnen investeren en dat nu ook heel duurzaam kunnen doen. Zulke muren, alles met de beste materialen, dit staat er over honderd jaar ook nog, of tweehonderd jaar wellicht. Het is zo goed wat hier gebouwd wordt. Als ik dat vergelijk met wat ik overal gebouwd zie worden, dat wordt afgeschreven in, zeg het maar, vijftig jaar hooguit, misschien nog wel minder. Grote torenflats, kantoorgebouwen worden in twintig jaar alweer opengehaald, nog een keer een nieuw geveltje erin, en na veertig jaar worden ze afgebroken, verschrikkelijk!”

Franks enthousiasme roept bij mij opnieuw de vraag op wanneer onze politici en stedenbouwers nu eens gaan inzien dat burgers meer zijn dan woonconsumenten?  Zij kunnen een einde maken aan de – eenzijdige – winstmaximalisatie die ons wonen nu zo kenmerkt? Wanneer wij echt willen dat het wonen weer van mensen zelf wordt, dat wij – net zoals Frank en Jacqueline – echt woonproducenten kunnen zijn, dan zullen bestuurders en hun ambtelijke medewerkers, stedenbouwers en architecten, de zelfbouwers moeten gaan faciliteren. Nu moeten zelfbouwers, de geweldige ontdekkingsreis die ons eigen wonen ook is, vooral zichzelf aanleren om daarin samen sterker te zijn.

Frank Meijers: “Ik ben advocaat, toezichthouder en gerechtelijk deskundige. Maar eigenlijk wil onze ervaringen delen. Ik ga kijken of ik mijn diensten kan aanbieden. Ik ben bezig met mijn blog dat jullie misschien wel hebben gezien. Deze is er opgericht om de drempel om hier te gaan bouwen zo laag mogelijk te houden. Ik deel alle informatie die ik heb. Ik heb geen commerciële belangen nog bij die site. Ik ben natuurlijk ook een beetje een voorvechter, dus ik heb ook als eerste alle nieuwe informatie. Mijn site wordt heel veel gelezen, de beste dag was tweeduizend kijkers, gemiddeld haal ik er vijf, zeshonderd clicks op één dag. Ik heb bijna tweehonderdduizend bezoekers. Er komen veel mensen bij mij, die niet direct naar de gebiedsregisseur gaan, om vragen te stellen en dan help ik ze met liefde, maar ik zou het ook leuk vinden als ik daar wat meer mee kan. Ik zie dat ik heel veel kennis en ervaring heb, maar ik wil dat ook voor mijzelf, mijn eigen kwaliteiten, ik kan dat gewoon, ik vind dat leuk. Dan zit ik ook wat meer tegen het bouwen aan in plaats van voor de PC hangen met juridische stukken. Dat kan ik wel, maar ik vind het minder charmant.”

Op nieuw realiseer ik mij dat wij over het wonen, hoewel een van de meest primaire levensvoorwaarden, oneindig vrij kunnen fantaseren. ‘My home is my Castle’, zeggen de Britten. In de Schilderswijk waren ‘de krotten van binnen paleisjes’. Juist dit dromen over ons eigen wonen staat los van rangen en standen. Voor iedereen geldt dat wonen een plek in bezit nemen is. Maar juist dat is in ons land zo weinigen gegeven, om echt in vrijheid het eigen wonen vorm te geven. Maar praat met hen die het geluk hebben hun eigen huis te mogen bouwen, dan ervaar je telkens weer dat deze zelfbouwers je eindeloos kunnen verhalen, over hoe hun toekomstige woondomein eruit zal komen te zien. Zo ook bij Frank en Jacqueline.

Frank Meijers: “Dit wordt het, ja, ik vind het natuurlijk heel mooi” – Foto: Marit geluk

Frank Meijers: “Dit wordt het, ja, ik vind het heel natuurlijk heel mooi, want wij hebben zelf opdracht gegeven. Hier komt nog een grote pergola, winters kan de zon eronder en zomers wordt die tegengehouden. Er komen van die zuiltjes waar de pergola op steunt, allemaal in hetzelfde mooie metselwerk, veel leuke details in het metselwerk ook, daaronder zo verticaal en horizontaal. Onze architect is van het bureau Winhov Die heeft het ontworpen, als goede vriend van ons. Wij hebben hem eigenlijk de ruime hand gegeven. Wij hebben wel ons programma meegegeven. Ik heb gezegd: wij willen zoveel kamers, wij willen ruimte. Zo willen wij boven een hele grote klerenkast zonder al die deuren van die IKEA-kastjes zal ik maar zeggen. En wij willen een grote werkplaats. Dat soort dingen heb ik opgegeven en voor de rest…, hij (de architect) doet het min of meer voor ons, en dan mag hij ook bouwen wat hij leuk vindt.”

Wij lopen van buiten naar binnen:

“Als je erin wilt dan kan misschien beter daarlangs, want dan hoef je er niet overheen te klimmen, want dan blijft je pak een beetje schoon. Het is een beetje vuil, maar je hoeft alleen maar hierop te stappen”

Frank loopt voor mij door het nog ruwe casco:

“Wij gaan hout stoken, wij zijn wat dat betreft zelfvoorzienend, CO2 neutraal, geen vervoer, dat vind ik leuk, dat vind ik lekker. Het is een goed gevoel om dat in eigen hand te hebben en niet al die auto’s te hoeven laten rijden. Mijn gevoel zegt mij dat alles wat je kunt isoleren is gewoon altijd goed. Wij hebben schapenwol in de muren, keramieken blokken, geen barsten meer in je muren. (…) Hier komen wij in een hele hoge ruimte. De plafonds zijn hoog. Daar achter is de keuken, met een grote eettafel in het midden, dat is het centrum van het huis. Dit blijft zo hoog, wij zitten hier aan de eettafel met daarboven een zuil met licht dat van boven komt. Ik ben gek op planten dus er komen hele grote planten langs de muur te hangen tot boven aan toe. En dan zit je eigenlijk weer in zo’n groene kas.”

“De woonkamer, de tv is eigenlijk bijzaak, is de essentie van het huis. Hier komt ook een grote houtkachel. En een bank, zodat je lekker voor de kachel een boekje kan lezen. (…) Ik wil in de keuken een enorme kast. Kijk, zo’n ruimte mis ik eigenlijk in ieder huis. Waar je pakken met eten, je rollen wc-papier en de machines die je in de keuken gebruikt, kan opbergen. Hier hoeft niets opgepropt te worden. Wij komen van een schip, dus ik ben het helemaal zat dat kruipen in gaatjes en geultjes en dit is eigenlijk de compensatie. Alles waar ik mij nu aan erger dat hebben wij hier over gecompenseerd. (…) Nou, en hier nog zijn twee kamertjes, een atelier en hiernaast een kantoor. Beiden met een riant uitzicht met grote ramen.”

Jacqueline de Ruiter: “Als jullie nog een zak basilicum mee naar huis willen. Wij verbouwen de klassieke Ocimum Basilicum Genovese. Ze groeien als kool in de kas.” – Foto: Marit Geluk

Buiten in de plantenkas verteld Jacqueline over haar passie: “Ik heb nu in de stad een kleine moestuin en wil meer ruimte. Mijn ouders hebben ook een moestuin dus daar komt het toch ergens vandaan. En zij vinden het hier, net als ik, fantastisch. Met deze kas en tuin hebben wij onze eigen wereld gecreëerd. Dat gaat niet in de stad, hier kom je nog veel meer bij de natuur. Heerlijk en ik hoef voor mijn moestuin nu niet meer weg. Dit is ook fysiek. Ik ben geen sportmens, dit is mijn sport. Dit is een stuk gezonder. Ik vind het mentaal ook heerlijk, je hebt helemaal je eigen gedachten, die gaan overal heen, terwijl je onkruid aan het wieden bent, speelt er nog een hele film in je hoofd. (…) ”

Voor mij was de wandeling met Frank Meijers en Jacqueline de Ruiter meer dan zomaar een moment. Toen ons team, samen met Winy Maas van MVRDV, bezig waren met onze ideeën voor de oostkant van Almere wilden wij een stedenbouw van onderop mogelijk maken. ‘Het radicaliseren van het particulier opdrachtgeverschap’ was toen de uitdrukking. De burgers, beter gezegd de mensen moeten het gaan doen. Hun energie is het geheim van de methode-Oosterwold. En ik kan nu, in 2019, niet beter de betekenis van het werk van Frank Meijers en Jacqueline de Ruiter voor Oosterwold duiden dan hoe Ivonne de Nood en ik het tijdens de wandeling in 2016 al onder woorden brachten:

“Weet je, jullie voorbeeld is zo ontzettend zoals het bedoeld was” (…)“Jullie zijn zo in hart en nieren Oosterwold pioniers. Van alle kanten, en jullie delen ook naar nieuwe initiatieven, jullie stellen allerlei kennis beschikbaar, via blogs, maar ook mensen kunnen hier altijd komen. Jullie zijn daarmee zo uitnodigend voor de anderen om aan te sluiten. Wat geweldig is dit!”

Frank Meijers bleef tot het laatst toe dienstbaar aan de ontwikkeling van Oosterwold. Op 17 januari 2019 schreef Frank Meijers op zijn website zijn laatste bericht: “Hoofdontsluitingswegen Oosterwold door de gemeente aangelegd?!”. Zijn plotselinge overlijden is een persoonlijk drama voor Jacqueline, hun kinderen en de familie. Maar het slaat ook een gat in de nog zo jonge gemeenschap in Oosterwold. Een ding is zeker met het overlijden van Frank Meijers verliest Oosterwold een pionier die meer dan wie ook begreep wat de essentie van Oosterwold is, namelijk dat je letterlijk een wereld creëert die niet alleen van jezelf is (!) maar die zich ook openstelt naar de gemeenschap eromheen.

Frank Meijers: “Maar weet je, dit proces kan niet slagen, als je niet open staat voor het ontdekken van dingen” – Foto: Marit Geluk