Circus Marktwerking in het ‘Land van Zorg’: De schijn van keuzevrijheid

Het is weer zover. Wij mogen weer een maandje genieten van Circus Marktwerking in de gezondheidszorg. De duizelingwekkende miljoenen verslindende campagnes denderen weer als een niet te vermijden storm over ons heen. Reclames, rijkelijk betaald uit onze ziektekostenpremies, waar BN’ers die verlegen zitten om een schnabbel, kritiekloos hun medewerking aan geven. Ik zie het voor mij, al die honderden marketeers, die maanden achtereen brainstormend op zoek gaan naar de juiste insteek, wat is de gevoelige snaar?  Hoe vertalen wij dat in een aansprekende, ja aanstekende slogan? En welke BN’er zullen wij die dan doen uitspreken? En, zoals het reclame betaamd rollen de clichés over ons heen, geen kans wordt onbenut gelaten. Vaak gaan de beloften tot in de hemel. Maar ook de notoire onbetrouwbaarheid van de collega-zorgverzekeraar wordt schaamteloos geëxploiteerd. Zo werft het ONVZ met de vraag: ‘Hoe gezond is een zorgverzekering, waar u zich zorgen over moet maken?’. Om te vervolgen met de valkuilen in de polissen van de collega verzekeraars. Een beeld dat wordt bevestigd door de Nederlandse Zorgautoriteit die achterhaalde dat ‘zorgverzekeraars geregeld foute informatie geven over hun polisvoorwaarden en vergoedingen. De strijd om de klant wordt met alle middelen gevoerd. Met de tegenwoordige technologie zijn zorgverzekeraars op basis van uw eigen profiel in staat met een steeds preciezer bombardement van heel gerichte reclames op eenieder af te vuren. Op basis van eerder afgesloten verzekeringen worden op het gênante af de ‘gaten’ gezocht voor de aanbiedingen van specifieke aanvullende verzekeringen. Het wordt steeds duidelijker, wat eens begon als een bundeling van krachten van burgers om zichzelf en elkaar te verzekeren tegen de risico’s van tegenspoed, is een verzelfstandigde geldmachine geworden. Want met alle mooie reclames is het tegenwoordige verzekeringsbedrijf in de kern een beursvloer geworden waarin aan de ene kant de acquisiteurs zitten die de opdracht hebben om zoveel mogelijk klanten binnen te halen die een zorgverzekering met een waaiert aan snufjes afsluiten, terwijl aan de andere kant de onderhandelaars zitten die de zorgaanbieders onderling tot op grote hoogte laten concurreren om zodoende zo goedkoop mogelijk te kunnen inkopen. Het is de ‘markt van welzijn en geluk’ zoals de filosoof Hans Achterhuis deze gedragingen ooit typeerde. Maar welk groot publiek belang wordt er nu eigenlijk gediend met deze onstuimige marktwerking in ons publieke zorgstelsel? De marktadepten houden ons vaak voor dat het systeem efficiëntie en doelmatigheid brengt. Maar over welke efficiëntie en doelmatigheid hebben zij het eigenlijk?

Bij de invoering van de tegenwoordige Zorgverzekeringswet was er het voornemen dat er één basisverzekering zou zijn met de mogelijkheid om individueel en specifiek op de situatie toegepast enige aanvullende verzekeringen af te sluiten. Een helder en overzichtelijk systeem dat een einde zou moeten maken aan de tweedeling in de gezondheidszorg. Als het om gezondheid gaat, was de redenering, zijn mensen gelijk of hebben zij tenminste recht op een gelijke behandeling. Het is de solidariteit tussen mensen onderling, waarbij rijk en arm, waar het gaat om hun gezondheid, ultiem allemaal kwetsbaar zijn. Een publieke taak, verankerd in een privaat uitgevoerd stelsel dat, ook nog eens ingebed is in de samenleving. Kan het mooier? Inmiddels zien wij dat de kern van het systeem van verzekeren (ik heb het niet over de zorg zelf!) dramatisch aan het eroderen is en hebben de zorgverzekeraars zich volledig bekeerd tot het fenomeen van de marktwerking. Daarbij is er een keiharde onderlinge concurrentiestrijd ontstaan die zich inmiddels ten volle, met toestemming van mijn eigen partij (schandalig!) heeft uitgebreid tot de basisverzekering zelf. Daar spreken wij inmiddels van een zorgverzekering, in de vorm van een restitutie-, natura- dan wel selectief/budgetpolis. Maar liefst 71 merken concurreren ogenschijnlijk met elkaar in een wirwar van polissen met nauwelijks te doorgronden voorwaarden. In de praktijk gaat het echter om slechts vijf verzekeringsbedrijven die via een veelvoud van eigen ‘merken’ zoveel mogelijk van de verzekeringsmarkt in handen trachten te krijgen. Het circus van de grote prijsverschillen kan je sterk relativeren. Zo zien wij dat premies voor de basisverzekering variëren van 86,75 euro tot zo’n 113,25 euro per maand. Wanneer wij, volgens de Independer, naar de beste drie kijken, hebben ze alle drie een tarief van 93 euro. Anders gezegd: je reële voordeel kan oplopen tot maar liefst 6,25 euro per maand! Precies de prijs van een pakje sigaretten of twee bakken koffie. Voor zij die kunnen kiezen – mensen met een uitkering hebben met hun zorgtoeslag die keus al helemaal niet – is het de schijn van keuzevrijheid die vooral gekenmerkt wordt door het kopen van beperkingen voor de illusie van een substantieel prijsvoordeel. Want achter alle ‘kleine’ verschillen zitten grote gevolgen, die zich vaak pas zullen openbaren als het te laat is. Wanneer je, al dan niet gedwongen om financiële redenen, kiest voor de financiële voordeliger verzekering zal later blijken dat je jezelf de toegang tot veel van onze zorg hebt ontzegd. En het heeft iets cynisch dat mensen, juist op het moment dat zij ziek worden, er ten volle achter komen dat zij niet de juiste verzekering hebben genomen of konden nemen. ‘Had je maar beter moeten weten’, ‘had je maar niet voor dat kleine voordeel moeten gaan’, ‘had je je maar niet moet laten verleiden door die oh zo vertrouwenwekkende gezichten van die bekende Nederlander’. ‘Nee had je je eigen verantwoordelijkheid maar serieus moeten nemen en voor een duurdere polis moeten gaan’. Nee, in ons zorgstelsel zal blijken wanneer je overgaat van ‘klant’ naar ‘patiënt’, je jezelf niet hebt ontzorgd, maar dat je er een paar grote zorgen bij hebt gekregen.

De gelovigen van de vrije marktwerking in de zorg zeggen dat het gaat over doelmatigheid en efficiëntie, maar in de praktijk lijkt het vooral te gaan om een race om de markt zelf. En dat gaat veel verder dan de markt van de zorg. ‘Money, money, money’ zingt ABBA. En daar moet ik aan denken wanneer het contact met mijn verzekeraar over de toepassing van mijn eigen zorgverzekering steevast eindigt met een ‘uniek’ aanbod voor een nieuwe verzekering die weinig tot niets met zorg te maken heeft. Nee, ons zorgverzekeringstelsel ontpopt zich in hoog tempo tot een voertuig tot de slag om de verzekeringsmarkt. Hoe konden wij dit zo laten ontsporen? En het heeft dan toch wat cynisch wanneer Wouter Bos, de medeopsteller voor de PvdA van het huidige regeerakkoord, in zijn column in de Volkskrant[i] schrijft dat het zorgstelsel op belangrijke punten ‘niet toekomstbestendig is’. In zijn woorden ‘dreigen we tegen alle wetenschappelijke kennis in het belang van keuzevrijheid te overdrijven’, inmiddels iedere verzekeraar ‘iets anders onder kwaliteit verstaat’ en dat het voor ziekenhuizen (lees: ‘zijn’ ziekenhuis) die dankzij deze marktwerking over kwaliteit ‘met gemiddeld tenminste drie tot vier verzekeraars onderhandelen’ het toch beter is in plaats daarvan ‘de samenwerking te zoeken tussen verschillende partijen’. En als je goed samenwerkt ‘kun je net zo goed met één verzekeraar werken’. Tja, het kan verkeren.

Het is op de 16 december precies een jaar geleden dat – conform het regeerakkoord – het voorstel van wet die de vrije artsenkeuze zou gaan inperken werd verworpen in de Eerste Kamer. Een historisch moment, omdat daarmee het principiële recht op die vrije keuze niet werd ingeperkt. Die vrije keus is overeind gebleven maar de liberalisering van ons zorgstelsel wordt inmiddels tot in de haarvaten van de bestaande zorgwet opgerekt en benut. Dat de VVD die ruimte geeft begrijp ik heel goed. Maar dat mijn eigen PvdA-Tweede Kamerfractie daarin nog slechts een kritiekloze volger is vind ik onbegrijpelijk. Welke sociaaldemocratische waarden worden hier nu eigenlijk mee gediend? Wat heeft deze ratrace met ‘onderlinge solidariteit’ te maken en is dit ‘onze’ opvatting over de inrichting van een publiek zorgstelsel? Wij zijn echt de weg kwijt. Het wordt tijd dat de PvdA terugkeert naar haar eigen beginselen. Daarin past niet deze politiek van transactiedenken, waarin je beginselen tegen elkaar uitruilt. Daarin gaat het om het zoeken naar een beleidsmatige synthese die recht doet aan de beginselen van alle coalitiepartners. En als dat niet kan, past het PvdA om een politieke strijd te voeren samen met mensen, politieke partijen en maatschappelijke bewegingen die gelijk denken. De PvdA zal, wil ze nog iets van haar geloofwaardigheid kunnen herstellen, moeten terugkeren naar haar eigen sociaaldemocratische waarden en oprecht kiezen voor een publiek stelsel dat gebaseerd is op vertrouwen en solidariteit en niet op de schijn van keuzevrijheid die uitgroeit tot een heuse tweedeling tussen patiënten in de zorg.

Adri Duivesteijn, Oud-senator van de PvdA -16 december 2015

[i] Column Wouter Bos, Tien Jaar Zorgverzekeringswet. 10 december 2015

Een gedachte over “Circus Marktwerking in het ‘Land van Zorg’: De schijn van keuzevrijheid

  1. Boris

    “Het wordt tijd dat de PvdA terugkeert naar haar eigen beginselen. ”

    Nee. Dit hoor ik al 20 jaar en het wordt alleen maar erger met de verkwanseling van het rode gedachtengoed binnen de partij.

    Het wordt tijd om de PvdA te begraven. De mooie praatjes op verkiezingsdagen moeten stoppen. Kiezen voor de PvdA moet net zo vies worden als stemmen voor de PVV. Nooit, nooit meer PvdA moet er op 4 mei gezegd worden. In het strafrecht zou er een artikel moeten komen dat als een linkse partij rechts gedachtengoed uitvoert zoals nu gebeurt, dit strafbaar zou moeten zijn met een celstraf van 5 jaren voor elke bestuurder, wegens kiezersflessentrekkerij.

Reacties plaatsen niet mogelijk.